De wereldkampioen in zijn eigen woorden: 'Tom Boonen: Mijn verhaal'

humo-archief Dinsdag 12 september 2006 - 12u00

'Toen ik wereldkampioen werd, stond Balen in de fik. Ik was er graag bij geweest, maar ik moest spijtig genoeg ergens anders zijn.' Exclusief: de autobiografie van Tom Boonen.

13873_boonen200.jpg

De meeste Belgen weten nog precies waar ze op 25 september 2005 om een uur of vijf 's middags waren: voor hun tv, kijkend hoe Tom Boonen op magistrale wijze wereldkampioen werd. De meeste Belgen hebben het relaas van die overwinning al meer dan eens overgedaan - aan de koffieautomaat, aan de toog, in de sportkantine. Maar slechts zeer weinig Belgen hebben Tom Boonen zélf al uitvoerig horen vertellen hoe hij die gedenkwaardige dag heeft beleefd. Hij doet het nu in een gloednieuwe autobiografie: 'Tom Boonen: Mijn verhaal'. Daaruit hebben wij de spannendste hoofdstukken voor u geselecteerd, en we beginnen met het spannendste van allemaal: Tommeke wordt wereldkampioen!

(uittreksel uit: 'Tom Boonen: Mijn verhaal')
Zondag 25 september 2005. Madrid, Spanje. Nog duizend meter.

"'Onze tactiek was simpel: ik maak het af en word wereldkampioen.'"

We razen onder de rode vlag van de laatste kilometer door. Briesend, schrapend, met het schuim op de lippen als een kudde dolle stieren. We trappen en stampen als wilde dieren, aangemoedigd als gladiatoren in de arena. Het publiek schreeuwt zich de tering. De mensen zijn uitzinnig en willen waar voor hun geld: een heroïsch gevecht. Op leven en dood. Een finale waarvan ze over vijftig jaar dromerig zeggen: 'Daar was ik bij!' Ik ben klaar om ze dat te geven.

Rennersogen spieden heen en weer en analyseren de tegenstander. Wie ziet er dood uit? Wie leeft nog? Wie is er nog? Wie niet? Wie trapt nog soepel, welke grimas trekt hij? Wie spert de mond wagenwijd open om zoveel mogelijk zuurstof naar binnen te zuigen?

Er zijn er verschillende bij die naar adem happen. Het gaat verschrikkelijk hard, vooral door het beukwerk van één van mijn ploegmaats. Zo moet het ook. Ik haak mijn fiets aan de zijne, als een wagon aan een treinstel.

Nog negenhonderd meter. We hebben de zes vluchters in het vizier. De finish is nog ver. We moeten die vluchters terugpakken. Boogerd, Vinokourov en Bettini zijn geen kermiscoureurs. Niet gemakkelijk. Blijven focussen. Komaan, Peter!

Ruim twee maanden lang heb ik nauwgezet naar deze ene dag toegeleefd. Slapen, training, voeding: alles stond in het teken van 25 september. De datum was met blauw-rood-zwart-geel-groen omcirkeld in mijn agenda: de kleuren van de regenboogtrui. Die trui onderscheidt een renner een jaar lang van alle andere renners in het peloton. Die trui draagt de geur van de overwinning.

Iedereen heeft wel de mond vol over de vloek van de regenboogtrui. En er is iets van aan: hoeveel keer hebben we al een wereldkampioen met de armen in de lucht over de finish zien rijden? Herinnert iemand zich nog grote overwinningen van Camenzind, Astarloa of Vainsteins? Alsof de regenboogtrui een loden trui is, die de renner harnast en strak in het zadel houdt.

Maar van die zever kon ik me weinig aantrekken. Alsof dat een reden zou zijn om er niet keihard voor te werken.

Lees verder in Humo 3445

Humo 3445 12/09/2006

Verschenen in:

HUMO van dinsdag 12 september

Nr. 3445

Neem een abonnement

0 reacties

reageer ook 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

abo button
promobtn ipad

Vorige HUMO's

Cover 3742 22/05/2012Cover 3741 15/05/2012Cover 3740 08/05/2012Cover 3739 30/04/2012Cover 3738 24/04/2012Cover 3737 17/04/2012

Schrijf je in op Humo's wekelijkse nieuwsbrief!

Wil je als eerste op de hoogte zijn
van wat er leeft op Humo.be?
Vul hier je e-mailadres in:

Jouw aanraders