
Rumst, tussen Mechelen en Antwerpen. Langs de Lazarusweg kijken we uit over het uitgestrekte spaarbekken van de intercommunale Antwerpse Waterwerken (AWW): een paradijs voor aalscholvers, nijlganzen en andere zeldzame watervogels. Naast de dijk heeft Natuurpunt Vlaanderen een houten hut gebouwd ten behoeve van de tientallen vogelspotters die hier dagelijks met verrekijker en telelens neerstrijken.
"'In dit land krijgt iedereen slachtofferhulp, behalve als ze je huis afpakken'"
Fons Mariën komt ook geregeld door het kijkgat turen, maar met gemengde gevoelens. Voor hem blijft het bekken de plaats van het Grote Onrecht: op deze plek ging in 1986 zijn hoeve tegen de sloophamer, na een onteigening met brutale uitzetting. En toen kwam een fatale maalstroom op gang die zijn hele gezin meesleurde.
Het volledige interview met Fons Mariën, én het verhaal van Willy Beeckman, leest u vanaf dinsdag 16 septembert in Humo 3550.
Enkele quotes uit het interview
«Het wrange is: dat bekken wordt niet gebruikt! Het is vooral een leuke plas, waar de meeuwen van afvalstort De Hooge Maey hun pootjes komen wassen. Met duizenden tegelijk strijken ze neer op het water, werkelijk een prachtig gezicht - maar moest mijn huis dáárvoor afgebroken worden?»
«Op een ochtend om negen uur stopten er twee vrachtwagens van de gemeente Rumst voor mijn deur. De bel ging, in het deurgat stond een jong kereltje met een attachékoffer: 'Mijnheer Mariën: ik ben de deurwaarder en kom u uitzetten.' Baf! Maar ik had nog altijd geen betekend vonnis van onteigening gekregen. Toen ik hem daarop wees, viel hij uit de lucht. Hij had zelf ook geen betekend vonnis bij zich, dus liet ik hem niet binnen. Hij begint rond te bellen en even later staat de wijkagent voor de deur: 'Allez Fons, ge moet die deurwaarder binnenlaten.' Voor ik het wist, stonden ze met vier agenten in mijn keuken: 'Ge gaat er toch geen show van maken en vechten, hè?' En ik weer: 'Wie staat hier eigenlijk show te maken? Kom terug met een betekend vonnis.' Mijn zoon heeft alles opgenomen met een cassetterecorder, zodat ik heel de discussie later woord voor woord kon uitschrijven: da's de zwarte doos van de uitzetting. Toen ik niet mee wilde gaan naar het commissariaat, sloegen de agenten me met de matrak, gooiden me in de boeien en namen me mee naar de combi. Ik hoorde mijn vrouw huilen, werd razend kwaad en sprong er weer uit. Terwijl de agenten me opnieuw knevelden, kwam mijn broer op z'n sloffen langsgefietst om de beesten te voederen. Mijn broer is een boom van een man: hij duwde iedereen opzij, trok me recht en ging met me mee naar binnen. Enfin, de situatie escaleerde.»
«Het is een schande dat onteigenden loodzware gerechtelijke intresten moeten betalen - soms miljoenen, zoals in mijn geval - als een rechtbank bepaalt dat hun onteigeningsvergoeding te hoog was. Dat is levens kapotmaken. Zo was er dat echtpaar uit Heindonk dat 38.000 euro had gekregen voor hun onteigende hoeve. Ze zijn er allebei aan kapotgegaan: hun drie kinderen groeiden op bij familie. Toen die volwassen waren, kregen ze een herziening: met de intresten inbegrepen moesten ze 150.000 euro terugbetalen! Stel je voor: die kinderen moeten vijfendertig jaar later elk 50.000 euro ophoesten.»


























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


4 reacties
reageer ookDANIRO
Woensdag 17 september 2008 - 19u56
hier kan alles ! !
Ambetante
Maandag 15 september 2008 - 15u18
Onteigenden kunnen inderdaad geconfronteerd worden met een in de lucht hangende onteigening die jaren lang als een zwaard van Damocles boven hun hoofden blijft hangen. Dat is het leed vóór de onteigening, dat in het artikel zeer treffend werd geschetst. Er kan de onteigende echter ook heel wat leed te wachten staan na de onteigening. Op grond van de snelrechtwet van 1962 wordt een eigenaar onteigend en binnen enkele dagen uit zijn huis gezet. Nadat hij zijn woning heeft moeten verlaten vraagt de onteigenaar de herziening van zijn onteigeningsvergoeding met de bedoeling deze vergoeding te laten verminderen. In vele gevallen wordt de onteigeningsvergoeding talloze jaren na de onteigening inderdaad verminderd en moet de onteigende de som die hij teveel zou hebben ontvangen terugbetalen aan de onteignaar met interesten op deze som. Deze veroordelingen tot terugbetaling van het teveel ontvangene maken het voor een onteigende totaal onmogelijk de besteding van zijn oorspronkelijke onteigeningsvergoeding deftig te plannen. Met de oorspronkelijke vergoeding heeft hij een nieuw huis gekocht. Na de veroordeling tot terugbetaling zal hij zijn nieuwe woning misschien moeten verkopen om het teveel ontvangene met de interesten terug te betalen. Er is dus een discriminatie tussen de onteigenaar, die zijn hoofddoel - het bekomen van het onteigende goed- binnen enkele dagen bereikt, en de onteigende, die zijn doel - het bekomen van een definitieve vergoeding- slechts bereikt na verloop van verschillende jaren. De Belgische rechtbanken en het Belgisch grondwettelijk hof zien hierin geen graten. Het Luxemburgse grondwettelijk hof eist dat een onteigening volledig afgewikkeld is vóór de onteigenaar bezit kan nemen van het onteigende goed. De onteigeningsvergoeding moet definitief vaststaan en zonder definitieve vergoeding kan de onteigende niet uit zijn huis gezet worden (Grondwettelijk Hof Luxemburg, arrest nr. 16/03 van 7 februari 2003, Mémorial-Journal Officiel du Grand-Duché de Luxembourg van 28 februari 2003/A-N° 31, p. 510). De toepasselijke grondwetsbepalingen zijn in België en in Luxemburg dezelfde: in beide landen heeft de onteigende een grondwettelijk recht op een voorafgaande schadeloosstelling. Mijn vraag is nu waarom onze Belgische politici zich niet laten inspireren door het Luxemburgse voorbeeld. Waarom zien zij de onrechtvaardigheid en de ongrondwettelijkheid van de veroordeling tot terugbetaling niet in? http://www.legilux.public.lu/leg/a/archives/2003/0031/a031.pdf
Ambetante
Maandag 15 september 2008 - 15u17
Onteigenden kunnen inderdaad geconfronteerd worden met een in de lucht hangende onteigening die jaren lang als een zwaard van Damocles boven hun hoofden blijft hangen. Dat is het leed vóór de onteigening, dat in het artikel zeer treffend werd geschetst. Er kan de onteigende echter ook heel wat leed te wachten staan na de onteigening. Op grond van de snelrechtwet van 1962 wordt een eigenaar onteigend en binnen enkele dagen uit zijn huis gezet. Nadat hij zijn woning heeft moeten verlaten vraagt de onteigenaar de herziening van zijn onteigeningsvergoeding met de bedoeling deze vergoeding te laten verminderen. In vele gevallen wordt de onteigeningsvergoeding talloze jaren na de onteigening inderdaad verminderd en moet de onteigende de som die hij teveel zou hebben ontvangen terugbetalen aan de onteignaar met interesten op deze som. Deze veroordelingen tot terugbetaling van het teveel ontvangene maken het voor een onteigende totaal onmogelijk de besteding van zijn oorspronkelijke onteigeningsvergoeding deftig te plannen. Met de oorspronkelijke vergoeding heeft hij een nieuw huis gekocht. Na de veroordeling tot terugbetaling zal hij zijn nieuwe woning misschien moeten verkopen om het teveel ontvangene met de interesten terug te betalen. Er is dus een discriminatie tussen de onteigenaar, die zijn hoofddoel - het bekomen van het onteigende goed- binnen enkele dagen bereikt, en de onteigende, die zijn doel - het bekomen van een definitieve vergoeding- slechts bereikt na verloop van verschillende jaren. De Belgische rechtbanken en het Belgisch grondwettelijk hof zien hierin geen graten. Het Luxemburgse grondwettelijk hof eist dat een onteigening volledig afgewikkeld is vóór de onteigenaar bezit kan nemen van het onteigende goed. De onteigeningsvergoeding moet definitief vaststaan en zonder definitieve vergoeding kan de onteigende niet uit zijn huis gezet worden (Grondwettelijk Hof Luxemburg, arrest nr. 16/03 van 7 februari 2003, Mémorial-Journal Officiel du Grand-Duché de Luxembourg van 28 februari 2003/A-N° 31, p. 510). De toepasselijke grondwetsbepalingen zijn in België en in Luxemburg dezelfde: in beide landen heeft de onteigende een grondwettelijk recht op een voorafgaande schadeloosstelling. Mijn vraag is nu waarom onze Belgische politici zich niet laten inspireren door het Luxemburgse voorbeeld. Waarom zien zij de onrechtvaardigheid en de ongrondwettelijkheid van de veroordeling tot terugbetaling niet in? http://www.legilux.public.lu/leg/a/archives/2003/0031/a031.pdf
Ambetante
Maandag 15 september 2008 - 15u17
Onteigenden kunnen inderdaad geconfronteerd worden met een in de lucht hangende onteigening die jaren lang als een zwaard van Damocles boven hun hoofden blijft hangen. Dat is het leed vóór de onteigening, dat in het artikel zeer treffend werd geschetst. Er kan de onteigende echter ook heel wat leed te wachten staan na de onteigening. Op grond van de snelrechtwet van 1962 wordt een eigenaar onteigend en binnen enkele dagen uit zijn huis gezet. Nadat hij zijn woning heeft moeten verlaten vraagt de onteigenaar de herziening van zijn onteigeningsvergoeding met de bedoeling deze vergoeding te laten verminderen. In vele gevallen wordt de onteigeningsvergoeding talloze jaren na de onteigening inderdaad verminderd en moet de onteigende de som die hij teveel zou hebben ontvangen terugbetalen aan de onteignaar met interesten op deze som. Deze veroordelingen tot terugbetaling van het teveel ontvangene maken het voor een onteigende totaal onmogelijk de besteding van zijn oorspronkelijke onteigeningsvergoeding deftig te plannen. Met de oorspronkelijke vergoeding heeft hij een nieuw huis gekocht. Na de veroordeling tot terugbetaling zal hij zijn nieuwe woning misschien moeten verkopen om het teveel ontvangene met de interesten terug te betalen. Er is dus een discriminatie tussen de onteigenaar, die zijn hoofddoel - het bekomen van het onteigende goed- binnen enkele dagen bereikt, en de onteigende, die zijn doel - het bekomen van een definitieve vergoeding- slechts bereikt na verloop van verschillende jaren. De Belgische rechtbanken en het Belgisch grondwettelijk hof zien hierin geen graten. Het Luxemburgse grondwettelijk hof eist dat een onteigening volledig afgewikkeld is vóór de onteigenaar bezit kan nemen van het onteigende goed. De onteigeningsvergoeding moet definitief vaststaan en zonder definitieve vergoeding kan de onteigende niet uit zijn huis gezet worden (Grondwettelijk Hof Luxemburg, arrest nr. 16/03 van 7 februari 2003, Mémorial-Journal Officiel du Grand-Duché de Luxembourg van 28 februari 2003/A-N° 31, p. 510). De toepasselijke grondwetsbepalingen zijn in België en in Luxemburg dezelfde: in beide landen heeft de onteigende een grondwettelijk recht op een voorafgaande schadeloosstelling. Mijn vraag is nu waarom onze Belgische politici zich niet laten inspireren door het Luxemburgse voorbeeld. Waarom zien zij de onrechtvaardigheid en de ongrondwettelijkheid van de veroordeling tot terugbetaling niet in? http://www.legilux.public.lu/leg/a/archives/2003/0031/a031.pdf
Reageer ook