
Dirk, Saskia, Lotte
en Lies staan er wél: zij zijn beginnende leerkrachten van middelbare scholen, met drie à vijf jaar loopbaan in één of meer richtingen (ASO, BSO, KSO en TSO). Zij schetsen met verve de couleur locale van de leraarskamers die ze al hebben bezocht, en de zéér gemengde gevoelens die ze daar zijn tegengekomen."'Vastbenoemde vrouwen van in de veertig, dat zijn de ergsten. Dat zijn slechte mensen.'"
HUMO Zo'n leraarskamer is allicht een optelsom van allerlei aparte groepjes.
DIRK « Bij ons zitten de algemene vakken en de praktijkleerkrachten apart. Ik noem dat geen kliekjes, want niemand stoort zich daaraan.»
LOTTE « Jongere collega's zitten meestal bij andere jonge collega's. Met soms nog wat ouderen erbij die nog jong van geest zijn, die graag bij die jongeren zitten om hun nieuwe ideeën of hun meer alternatieve levensstijl.»
LIES « De anciens zitten altijd op dezelfde plaats en op dezelfde stoel. Dat staat nergens geschreven of aangeduid, maar die hebben al jaren hun vaste plek.»
DIRK « Dan heb je nog de eenzaten. Zo is er bij ons een lerares, die komt binnen, die gaat in de verste hoek zitten, die leest een boek en als de bel gaat, staat ze op en gaat ze weer naar de klas. Wij spreken haar niet aan, en zij spreekt ons niet aan. En naar ik hoor, is dat al zes jaar zo!»
HUMO De rokende leerkrachten, waar zitten die?
DIRK « Bij ons hebben de rokers hun eigen leraarskamer, de zogenoemde 'gaskamer'. Ik ben roker, dus ik zit daar, maar er komen ook niet-rokers omdat de sfeer daar losser is. De gesprekken zijn er persoonlijker, minder oppervlakkig. Als leerkrachten een probleem hebben met mekaar, wordt het ook in de gaskamer besproken. Maar in januari is het allicht afgelopen, de wet laat zo'n rokerskamer dan niet meer toe.»
LOTTE « Ik rook ook, en gelukkig maar, want in de échte leraarskamer voel ik me niet op mijn gemak. In de rokerskamer kun je met je ellebogen op tafel vallen, en je treft er tenminste collega's die op een humoristische manier kunnen kappen op de school en de directeur. Precies leerlingen onder mekaar (lacht).»
HUMO Hoe spreken de collega's mekaar aan? Als Bart en Marleen, of als mijnheer Desmet en mevrouw Deriemaeker?
SASKIA « In de leraarskamer geldt de voornaam, maar in de gangen en in de klassen spreken we mekaar aan als mijnheer en mevrouw, gevolgd door de achternaam. Net zoals de leerlingen dat moeten. Er zijn oudere leerkrachten die hun voornaam zelfs niet willen prijsgeven aan de leerlingen. Die beschouwen dat al als een aantasting van hun positie.»
DIRK « Bij ons is het altijd en overal mijnheer Peeters en mevrouw Janssens. Er is op school ook een koppel, en die spreken mekaar ook zo aan: zij zegt tegen hem 'mijnheer Verhelst'! De voornaam invoeren zou bij ons tot een gigantische chaos leiden. Ik kén van veel collega's niet eens de voornaam! En niemand vindt dat een probleem. Niemand vindt dat wij onpersoonlijk met mekaar omgaan.»





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook