Hélène Passtoors blikt terug op haar dagen als soldaat naast Mandela

, door (ms)

Negentien doden en meer dan tweehonderd gewonden: de ravage was enorm toen in de late namiddag van 20 mei 1983 in de Kerkstraat in Pretoria een autobom ontplofte. Het apartheidsregime noemde de aanslag, gericht op het hoofdkwartier van de Zuid-Afrikaanse Luchtmacht, ‘het grootste en afschuwelijkste terroristische incident’ in zijn strijd met het ANC van Oliver Tambo en Nelson Mandela.

pastoors

Dat het om ‘terrorisme’ ging, was zeker niet de inschatting van de militaire arm van het ANC. Maar het bloedbad – aangericht door een bom die te snel was afgegaan – liet de ANC’ers niet onberoerd. De Belgische Hélène Passtoors (71), die de bomauto had geleverd, kijkt dertig jaar later terug op de dagen dat ze zichzelf als een afzichtelijk mens in de spiegel tegenkwam.

Donderdag 19 mei 1983, Mbabane, Swaziland. Rashid geeft me de sleutels van de Colt. ‘Zo’n mooie auto,’ zeg ik, ‘kon je geen oud wrak vinden?’ ‘Voor jullie veiligheid,’ zegt hij. ‘O, bedankt dan.’

We kijken zorgvuldig de papieren na. Belgische autopapieren die horen bij de nummerplaten die op de auto zitten: rode platen met witte nummers. Er is ook een set Zuid-Afrikaanse papieren en nummerplaten, met een correct motor- en chassisnummer: prima werk van onze geniale vervalser in Maputo, Guido Van Hecken. De Zuid-Afrikaanse set steken we weg op een geheime plek in de koffer.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

Humo cover Neem een
abonnement
op Humo
De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven