Killers op de vlucht: hoe De Gelder, Horion, Van Themsche en Dutroux werden gevat

humo-archief Maandag 25 januari 2010 - 10u50, door (ab) en (svb)

Meer dan een buikgevoel was het niet. Er klopte iets niet met de buurman. Terwijl de hele buurt geschokt, woedend en verbijsterd was door de koelbloedige moord op het jonge koppeltje Shana en Kevin, antwoordde Ronald Janssen afstandelijk, bijna ongeïnteresseerd op de vragen van de Limburgse speurders die het buurtonderzoek deden. Bewijzen hadden ze niet, toen ze de achtendertigjarige leraar technisch tekenen meenamen naar het politiebureau. Een week later had hij drie moorden en vijf gewelddadige verkrachtingen bekend.

19462_killers-politie.jpg© Thomas LegrÚve

Ronald Janssen is niet de enige zware crimineel in België die tegen de lamp liep door een stom toeval, of omdat een ervaren speurder luisterde naar zijn intuïtie. Als wijkinspecteur Patrick De Mey (43) op 23 januari 2009 zijn eigen vrouw niet was gekruist in de Lebbeekse Poelstraat en niet even was blijven staan om met haar te praten, was Kim De Gelder misschien nooit - of pas veel later - gepakt.

"'Ja, ik ben een monster. Ja, ik heb die mensen vermoord'"

Patrick De Mey «Het was 's ochtends iets voor tienen. Ik was net het commissariaat van Lebbeke uitgereden om mijn werk in de wijk te gaan doen, toen er een interne melding kwam over de boordradio: een man had een bloedbad aangericht in de kindercrèche Fabeltjesland in Dendermonde. Dat zal wel dik overdreven zijn, dacht ik eerst. Maar even later kwam er een tweede oproep van een politieploeg die ter plaatse was en dringend bijstand vroeg aan alle interventieploegen in en rond Dendermonde. Wijkagenten worden nooit voor dat soort klussen opgetrommeld. Maar op eigen houtje besloot ik om toch maar te gaan patrouilleren.
Patrick De Mey was, na bijna twintig jaar bij de rijkswacht, enkele jaren geleden wijkinspecteur geworden in de buurt waar hij zelf was opgegroeid: Heizijde, een landelijk gehucht van Lebbeke op de grens met Sint-Gillis-Dendermonde. Hij kende de buurt als zijn broekzak. Eerst was de wijkinspecteur van plan om zelf polshoogte te gaan nemen in Fabeltjesland, maar onderweg bedacht hij zich.

De Mey «De dader moest nog in de buurt zijn, we moesten hem pakken. We wisten dat hij zich met een mountainbike verplaatste, en ik ben onmiddellijk naar een paar 'strategische plaatsen' in de buurt gereden. Het kerkhof van Sint-Gillis-Dendermonde was in mijn ogen zo'n plaats: iemand die zoiets doet, is wel heel morbide, dacht ik. Maar aan het kerkhof was niks te zien. Van daar haastte ik mij naar het basisschooltje van Heizijde, waar de directeur het nieuws net op de radio had gehoord. 'Kijk goed uit, hou de poort slotvast en de kinderen binnen,' drukte ik hem op het hart. Omdat ik onderweg mijn eigen huis passeerde, sprong ik ook daar even binnen, om mijn vrouw op de hoogte te brengen. De kinderen zaten op school, maar zouden 's middags thuis komen eten. Intussen liepen er steeds gedetailleerder beschrijvingen van de dader binnen over de boordradio. Maar hij bleef onvindbaar, en de tijd tikte verder.

Een jongeman met ros haar en een witgeschminkt gezicht op een mountainbike en met een rugzak.

De Mey «Zo iemand kan toch niet onopgemerkt over straat fietsen,' dacht ik. In Sint-Gillis-Dendermonde krioelde het  van de politiepatrouilles. We waren al een uur verder, en het duurde me allemaal te lang. 'Ofwel heeft hij zich verstopt, ofwel zit hij allang ergens buiten Dendermonde.' Op dat ogenblik besloot ik gewoon om te gaan patrouilleren in mijn eigen wijk, enkele kilometers verderop in Lebbeke. Ik moet zowat de enige politieman geweest zijn die in die buurt rondreed.
In de Poelstraat, waar mijn ouders wonen, kruiste ik toevallig mijn vrouw, die onderweg was naar de school van een van onze kinderen: ze wilde hem niet alleen naar huis laten komen. We bleven even praten en vervolgden toen allebei onze weg. Ik reed de hoek om, de Kleine Snijdersstraat in. Daar zag ik hem.»

Een bleke jongen op een mountainbike. Hij zag er jonger uit en was anders gekleed dan de man in het signalement. Maar hij had een rugzak bij zich en zijn haar was onnatuurlijk oranje gekleurd.

De Mey «Mij viel vooral op dat ik de jongen nog nooit gezien had in de buurt - terwijl ik daar zowat iedereen ken. We kruisten elkaar. Ik bleef staan en volgde hem in mijn achteruitkijkspiegel. Toen heb ik me gedraaid en ben ik hem achternagereden. Wat verder heb ik hem tegengehouden en liet ik hem afstappen. Ik wist niet wie ik voor me had, maar ik had het gevoel dat ik dit beter niet alleen kon doen. En dus vroeg ik onmiddellijk bijstand via de radio.

Drie minuten lang hield de wijkinspecteur de verwarde jongeman onder schot, met zijn armen en benen gespreid tegen de muur. Hij verroerde geen vin.

De Mey «De langste drie minuten uit mijn carrière. Ik was vooral bang dat er mensen voorbij zouden komen die ik kende, en zouden stoppen om te vragen wat er aan de hand was. Dan kon er van alles gebeuren. Maar gelukkig arriveerden toen twee patrouillewagens uit Berlare-Zele en konden we hem fouilleren. De jongen bleek iets hards onder zijn kleren te dragen: een kogelwerende vest. En toen we zijn rugzak openden, waren we er zeker van dat we de juiste man te pakken hadden.»

In de rugzak zaten een bijl, een mes, een neppistool en de bebloede kleren die hij na zijn moordende doortocht in Fabeltjesland had uitgetrokken.

De Mey «Tja, wat voel je op zo'n moment? De adrenaline giert door je lijf. We hebben hem!
De volgende dagen was ik té veel bezig met van alles en nog wat om me af te vragen hoe ik me zelf voelde. Mensen kwamen me feliciteren, ik werd op allerlei plechtigheden uitgenodigd... »Pas achteraf voel je dat er een zware last van je schouders valt. Je zou er bijna van beginnen te wenen. 
Mijn vrouw heeft het achteraf heel moeilijk gehad: wij hadden elkaar net voordien nog gesproken in de Poelstraat, en vier minuten later hoorde ze van alle kanten politiesirenes die mijn richting uitgingen. Ze heeft me toen nog proberen te bellen op mijn gsm, maar ik nam niet op. Ik had niks gehoord, maar voor haar kon dat maar twee dingen betekenen: ofwel was ik bezig, ofwel lag ik dood op straat. Ikzelf heb nog wekenlang het filmpje van die aanhouding voor mijn ogen gezien voor ik ging slapen. Een held heb ik mezelf nooit gevoeld. Ik ben alleen verschrikkelijk blij dat ik mijn werk goed gedaan heb.»

Lees het volledige artikel in Humo 3621 van 26-01-'10


 

Humo 3621 26/01/2010

Verschenen in:

HUMO van dinsdag 26 januari

Nr. 3621

Neem een abonnement

0 reacties

reageer ook 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

promobtn ipad

Vorige HUMO's

Cover 3728 14/02/2012Cover 3727 07/02/2012Cover 3726 30/01/2012Cover 3725 24/01/2012Cover 3724 17/01/2012Cover 3723 10/01/2012

Schrijf je in op Humo's wekelijkse nieuwsbrief!

Wil je als eerste op de hoogte zijn
van wat er leeft op Humo.be?
Vul hier je e-mailadres in:

Jouw aanraders