© Reporters
Een fragment uit 'Ik ben eeuwig jong', een roman van Johnny van Tegenbos uit 1982 (Uitgeverij Manteau). Priester Willy neemt een jongetje mee naar zijn kamer, waar die op een schuine tekentafel kruiswoordraadsels moet oplossen:
'Ge weet wat een kruiswoordraadsel is? Ja? Wel, ik wil dat gij op die blaadjes mooie kruiswoordraadselkadertjes ontwerpt, want ik heb dat nodig voor iets.'
Ondertussen streelt hij het haar in mijn nek. Ik krijg een zwart kleurpotlood, een liniaal en een voorbeeld, en kan aan het werk. Het boeit me slechts matig, maar om Willy niet te ontrieven, simuleer ik werkzaamheid, en wacht ondertussen op het verlossende belsein dat het begin der lessen aankondigen zal. Na het eerste, vat ik onder zijn aanmoedigende blik en goedkeurend geprevel een tweede, een derde, zelfs een vierde werkje aan. Opeens voel ik Willy's linkerhand halfweg mijn been. Terwijl ik sneller, slordiger en minder enthousiast kruiswoordraadselframes teken, streelt Willy mijn rechterdij, steeds hoger en prikkelender. Uiteindelijk zit zijn hand onder mijn korte broek, en grijpt en aait hij mijn pietje en balletjes. Het kietelt hevig.'
In werkelijkheid moest hij tekeningen maken en geen kruiswoordraadsels, maar verder is er helemaal niks verzonnen, zegt VRT-radiojournalist Lucas Vanclooster, die indertijd onder het pseudoniem Johnny van Tegenbos schreef. Zo is het gegaan, halfweg de jaren zestig, op het Kerelsplein in Roeselare waar honderden kinderen hun zomervakantie doorbrachten onder het alziend oog van het KVP, het Katholiek Vakantie Patronaat. 'Het was een groot terrein,' zegt Vanclooster, 'met heuveltjes, struiken en bossen. En binnen was er zelfs slaapgelegenheid. Kamers met bedden! Dat is natuurlijk de kat op het spek binden. Nu is het moeilijk voor te stellen, maar dat hele speelplein was vergeven van de priesters, die een onduidelijke rol vervulden. Ze waren geen monitoren, ze lieten zich niet in met het spel van de kinderen, ze liepen daar maar te somberen en straffen uit te delen aan wie hen voor de voeten liep. Ik neem aan dat het leraren waren, die buiten het schooljaar niks om handen hadden. Ze leken zo triest in hun grijze pakken met witte boord, net na het Tweede Vaticaans Concilie - ze hoefden geen soutane meer te dragen. De enige priester die wél tevreden was, die af en toe zelfs iets dééd, de soep uitlepelen of cornervlagjes in de grond slaan, was Roger Vangheluwe. Hij was de proost van het speelplein, zeg maar: de geestelijk leider.'
Na het middageten was er gelegenheid tot 'vrij spel', een begrip dat zoveel jaren later een andere lading krijgt, zegt Vanclooster met een wrang lachje. Als jongen van tien werd hij op een middag door een priester - voor alle duidelijkheid: niet door Roger Vangheluwe - meegetroond naar een kantoor. Hij mocht er aan een tafel gaan zitten om mooie tekeningen te maken. De priester zonk naast hem op zijn knieën en liet zijn hand langzaam langs zijn been opklimmen. Centimeter voor centimeter, behoedzaam, héél rustig, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. 'En opeens zat hij met zijn hand onder mijn broek. Ik hoorde hem hijgen, ik zag zijn hoofd rood aanlopen boven zijn witte boord, maar ik bleef zitten: ik was te verbaasd om hard weg te lopen. Ik had ook niet door dat die man daar zat te masturberen, wist ik veel: ik voelde vooral een diep medelijden met hem - het leven van die priesters was geen pretje. Ik zag dat geharnaste verdriet. En dat heb ik nu nog, moet ik zeggen: ik ben niet boos. Hij had me ook kunnen aanranden, hè. Dat heeft hij niet gedaan.'

































3 reacties
reageer ookcarolien
Maandag 6 september 2010 - 16u28
een ras apart waarschijnlijk
Wouter
Zondag 5 september 2010 - 12u09
Sinds wanneer zijn geestelijken een ras P.paulette?
p.paulette
Maandag 24 mei 2010 - 21u00
Ik wist niet dat er nog zoveel preutsheid bestond en dan nog binnen de VRT-familie. Maar dat is ieders geaardheid natuurlijk. Erger is als men een haatcampagne tegen andere leden van die gemeenschap ontketent. Zo zijn er ook binnen de VRT die op hun blog die ganse gelovige gemeenschap viseren. Ruikt dan niet naar racisme?
Reageer ook