
Als u ons even een kleine typologie toestaat: loopsongs zijn er in drie soorten. Loopsong nummer één zegt: 'Waar je ook bent, ik ren naar je toe.' Met als mooiste voorbeeld 'I'll Come Running Over' door de rosse Britse Lulu, berucht om haar schuurpapieren stemgeluid (het klinkt alsof het uit een keelgat vol vuile sokken komt, als u zich daar iets bij kunt voorstellen). Lulu was in de jaren negentig heel eventjes bekend toen ze met de boyband Take That een discoversie opnam van 'Relight My Fire', maar haar gloriedagen beleefde ze in de jaren zestig, toen ze als een mollig lelijk eendje (toch vergeleken met de ranke, beeldschone Sandie Shaw) met bolle appelwangen de gemeenste rhythm & blues zong. Zoals 'I'll Come Running Over': een topsong waarop ene Jimmy Page voor de jachtige gitaarriffs zorgde.
Loopsong nummer twee zegt: 'Loop toch niet weg (en zeker niet zo snel).' In 'You Keep Running Away' lopen The Four Tops met z'n vieren achter een weggelopen meisje aan, maar het bekendst is 'Runaway' van Del Shannon uit 1961, meteen één van de meest dramatische rocksongs aller tijden. 'I wonder / wo-wo-wo-wo wonder / Why / Why-why-why-why she ran away' - gekweld door alcoholisme en depressies zou Del Shannon een leven lang achternagezeten worden door die éne vraag, tevens zijn enige grote hit. Hij pleegde in 1990 zelfmoord, hij was vijftig.





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook