© Marco Mertens
In principe kunnen miliciens alleen op buitenlandse missie gestuurd worden als het land in staat van oorlog is, of wanneer ze zich als vrijwilliger opgeven om op missie te vertrekken - en precies daarover gingen al snel geruchten rond: de jongens aan boord van de CP-36 zouden niet vrijwillig op buitenlandse missie gegaan zijn, maar gedwongen zijn door hun overste(n).
De geruchten waren blijkbaar zo hardnekkig dat toenmalig senator Maurits Van Haegendoren (VU) zich in oktober 1970, tien jaar na de crash, genoodzaakt zag tekst en uitleg te vragen bij minister van staat P.W. Segers (CVP). In zijn antwoord verklaart die dat er niks aan de hand is met de missie: de jongens wisten dat ze de missie konden weigeren, en hadden allemaal een verklaring ondertekend. Enkele pas opgedoken documenten uit het archief van Van Haegendoren spreken dat tegen: uit drie brieven blijkt dat de miliciens wel degelijk gedwongen werden om op missie te vertrekken.
Op 13 juli 1960 schrijft Jozef Holsbeek een brief naar zijn ouders, waarin hij duidelijk maakt dat hij geen zin heeft om naar Congo te vertrekken:
Beste ouders,
tante broer en zusters,
Maar vlug een briefje naar huis want wij moeten naar de Congo. Maandag hebben ze vrijwilligers gevraagd voor naar de Kongo te gaan en er waren er 5 (...). Dinsdag morgen moesten wij allemaal in onderzoek bij de dokter gaan voor naar de Kongo te gaan. Maar wij komen toch nog naar huis voor we naar de Kongo gaan. (...)
Moogen of niet moogen, wij moeten gaan de Kapitijne zegte dat wij allemaal moeten gaan en daar is niets aan te doen
Jozef Holsbeek (19 jaar) overleefde de crash niet. Ook zijn leeftijdgenoot Omer Lemmens was niet happig op de buitenlandse missie, blijkt uit een brief van een familielid:''s Avonds vertelde Omer dan dat hij naar Kongo moest. Dat was voor hem een afschrikwekkend bevel en vooral dat vliegtuig! Waarom moest hij naar Kongo! 'Ze' hadden in Kleine Brogel gezegd dat het moest, en daar was niets aan te doen.'
En dan is er nog een brief van de vader van Frans Van den Bossche (zie het interview met de man in Humo deze week), die een brief schrijft naar de familie van een overleden milicien:
'(...) uw broeder zal zich in hetzelfde geval bevonden hebben als onze jongen en de anderen welke zeggen niet getekend te hebben, dus verplicht (onleesbaar) dat zegt mijn zoon en ook de andere jongens die daar zijn. Ze hebben wel een paspoort moeten tekenen voor Congo die ze kregen voor hun vertrek in Brussel maar dat is toch niet tekenen als vrijwilliger, zegt hij.
De stemming was bij allen hetzelfde namelijk: gelaten in hun lot. Ze konden toch niet anders.'






























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


3 reacties
reageer ookJP
Zaterdag 14 augustus 2010 - 11u45
Yep, klopt. Er is een wezenlijk verschil tussen beroepsmilitairen en miliciens. Een beroeps tekent bij aanvang van zijn carrière, miliciens moeten inderdaad een document ondertekenen, zodat ze vrijwillig op buitenlandse zending worden gestuurt. Maar in dit geval heeft geen enkele milicien zo een document ondertekend.
BD
Vrijdag 13 augustus 2010 - 21u06
Ook in 1986 moesten de mensen van de zeemacht een document ondertekenen om naar Somalië te mogen vertrekken. Daar waren ook heel wat miliciens bij. Ikzelf heb nooit dat document willen tekenen. Mijn motivatie was dat ik in 1975 als beroepsmilitair een contract had ondertekend en dat ik dus naar Somalië zou vertrekken als ik het bevel daartoe kreeg. Ik ben nooit moeten vertrekken.
JP
Dinsdag 13 juli 2010 - 21u01
In zeven haasten hebben ze op de Luchtcomponent van mil.be een artikeltje gaan plaatsen over Sake-Masisi. Wat een eerbetoon !!!! Niets had beter geweest dan dat. JP.
Reageer ook