© Marco Mertens
De jaren 70
HUMO Op 7 november 1971 nam u voor het eerst deel aan de parlementsverkiezingen. Weet u nog hoeveel stemmen u haalde?
"'Ik heb altijd gezegd dat de democratie in staat is zichzelf kapot te maken: ik vraag me af of het nu niet aan het gebeuren is'"
Dehaene
«600?»HUMO 691.
Dehaene
«Ik was nog niet genoeg geworteld in de streek: ik was nog maar pas naar Vilvoorde verhuisd.»HUMO Eigenlijk interesseren verkiezingen u niet bijzonder, hé?
Dehaene
«Dat is het verschil: mijnen Tom fleurt op in verkiezingstijd, ík heb er een hekel aan. Ik noem het een vorm van prostitutie: je gezicht laten zien op pensenkermissen, markten afschuimen... (siddert) Democratie, dat is voor mij: iemand voordragen om de maatschappij beter te maken. Op markten spreken mensen je over véél aan, behalve daarover. Ze stemmen niet meer op partijen, maar op mensen en op de perceptie van die mensen, die niets te maken heeft met hun echte talenten. Ik heb altijd gezegd dat de democratie in staat is om zichzelf kapot te maken: ik vraag me af of we niet stilaan op dat punt zijn aangekomen.»HUMO In '72 ging u aan de slag op het kabinet van minister van Openbare werken Jos De Saeger, een paar jaar later was u al kabinetschef. 'Toen was ik het gelukkigst,' laat u zich wel 's ontvallen.
Dehaene
«Mijn vrouw denkt nochtans niet graag terug aan die tijd: ik had toen geen uren. Ik heb de jeugd van mijn kinderen gemist. Maar ik behoor zeker niet tot de categorie politici die zich daar achteraf voor verontschuldigt. Ik had duidelijke afspraken gemaakt met mijn vrouw, en mijn kinderen wisten waar ze me konden vinden als ze me nodig hadden.»Ik heb nooit heimwee gehad naar een job die afgelopen was, zoals ik ook nooit uitkeek naar de volgende opdracht, maar op de kabinetten kon ik veel doen zonder dat ik de eindverantwoordelijkheid droeg en zonder dat ik de beslissingen moest verkopen.»
HUMO Van wie heeft u het meest geleerd?
Dehaene
«Jos De Saeger heeft me de kneepjes van het vak geleerd: ik heb hem geduldig geobserveerd, toegekeken hoe hij zich organiseerde. Je had toen nog geen e-mails, maar De Saeger werkte met van die kleine gele briefjes, die hij met vaste hand naar al zijn werknemers schreef. Ik kreeg tientallen briefjes per dag en als je er een naar hem stuurde, kreeg je ook snel antwoord.»Ik ben in die tijd - ik ging naar alle ministeriële comités en deed de farde van de ministerraad - ook een generalist geworden, met een breed blikveld. Na tien jaar kabinetten was ik beter voorbereid op het ministerschap dan welk parlementslid ook.»
HUMO Uit die periode stammen ook de talloze wilde verhalen over hoe u secretaresses aan het huilen bracht.
Dehaene
(wuift) «Mijnen besten, ge zegt het zelf: wilde verhalen. Rosa Debout was mijn eerste secretaresse, en ze is het twintig jaar lang gebleven. Rosa was mijn uitbarstingen gewoon, ze wist dat ik geen rancuneuze tiep ben: door alles uit te spuwen bespaar ik mezelf een hartcrisis. Zo doe ik het ook op het voetbal. Ik denk niet dat ik ooit rechtstreekse medewerkers heb gekwetst. En als het toch zo was, dan zal ik me wel geëxcuseerd hebben.»HUMO Mensen uit uw omgeving suggereren dat uw brutale manier van doen een manier is om uzelf te beschermen.
Dehaene
(glunderend) «Dat is de theorie van mijn vrouw. Ze zegt dat ik met overacting mijn beschaamdheid compenseer. Bôf, er zal wel iets van aan zijn: toen ik héél jong was, was ik nogal verlegen.»HUMO In 1975 werd u stilaan een publiek figuur, als kabinetchef van Economieminister André Oleffe.
Dehaene
«Ik kwam toen wel 's op televisie, omdat ik daar zowat de Nederlandstalige woordvoerder was.»HUMO Altijd met een rolkraagtrui om de bast gespannen, dat werd uw trademark.
Dehaene
(gromt) «Op den duur was ik de gevangene van die rolkraag. Er zat zeker geen plan achter: ik heb er zo 's één gekocht en dat beviel me zo zeer dat ik niets anders wilde dragen. Mijn vrouw heeft er nooit een affaire van gemaakt, het ACW ook niet en Jos De Saeger zéker niet. Maar het werd een carcan. Uiteindelijk heeft Paul Vanden Boeynants me ervan bevrijd.»HUMO Hij zei op een dag: 'Doe me een plezier, en doe een das om.' Wat u deed, uit erkentelijkheid.
Dehaene
«Ja. Ik was intussen kabinetschef geworden van Wilfried Martens, en zonder Paul Vanden Boeynants was de eerste regering Martens er nooit gekomen. Wilfried had een heel zwakke positie in de partij, vergeet niet dat Leo Tindemans daar nog altijd rondliep.»HUMO Martens I trad aan in april 1979, tijdens de nadagen van wat Herman Van Rompuy het malgoverno noemt. Een turbulente periode, die veel parallellen vertoont met de stand still van vandaag.
Dehaene
«De paralel is evident: tussen '78 en '80 is er - in volle petroleumcrisis - niet geregeerd omdat men geen akkoord vond over de staatshervorming. De geschiedenis herhaalt zich, maar dat wil ook zeggen dat er geen reden is tot doemdenkerij. In de tijd zijn we uit de impasse geraakt doordat we een kwantumsprong hebben gemaakt naar een federale staat, vandaag zitten we wellicht aan vooravond van de kwantumsprong naar een confederale staat.»Confederalisme is míjn project niet, het is een project van een andere generatie. Daarom onthoud ik mij van commentaar.»
Het volledige artikel leest u in Humo 3648 van dinsdag 3 augustus 2010.






























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


2 reacties
reageer ookalain resnais
Dinsdag 3 augustus 2010 - 19u22
De niet al te snuggere Humo-journalist laat Dehaene mijmeren over de nouvelle vague in de film, met regisseurs zoals, citaat, RENET en Godard. Hij bedoelt natuurlijk Goddaert.
Wim Van Besien
Maandag 2 augustus 2010 - 13u44
Deaene bewijst dat hij nog altijd de grootste was van zijn generatie(s). Het inzicht en de door Humo terecht gecapteerde titel die alles samenvat, bewijst dat. Belgium, land op zoek naar echt goede "loodgieters".
Reageer ook