'De weg terug': jonge criminelen uit gewone gezinnen

humo-archief Uit: 'De weg terug: bekentenissen van (ex-)criminele jongens en meisjes uit gewone gezinnen', Ria G, door (ria goris)

Eén op de zes Vlaamse jongens en één op veertien Vlaamse meisjes heeft ooit criminele feiten gepleegd. Dat lijkt veel (dat ís veel), maar het is niet meer dan vroeger. En, nog opmerkelijker: bijna alle daders - 90 tot 95 procent, volgens onderzoekers - groeien er vanzelf weer uit. Het cliché 'eens een dief, altijd een dief' is dus gewoon onzin.

20929_jeugdcrimi.jpg

Er is nog een cliché dat niet klopt: veel van die jonge boefjes komen uit gewone, gelukkige gezinnen. Journaliste Ria Goris sprak met zes jongens en drie meisjes die als puber op het slechte pad zijn geraakt, en bundelde hun verhalen in een boek. Wij brengen u één getuigenis als voorpublicatie: het verhaal van Mathijs, nu een voorbeeldig beroepsmilitair maar als tiener een gewelddadige drugsdealer.

"'Dankzij mijn ouders ben ik er nog'"

Mathijs (24) heeft een zware week achter de rug wanneer ik hem oppik aan zijn kazerne. Een survivalweek: je krijgt tijdens de tocht een kip en die moet je dan zelf slachten en klaarmaken. Bijna alle jongens zijn drie of vier kilo afgevallen. Mathijs ook. Maar dat is peanuts in vergelijking met het gewicht dat hij verloor toen hij aan drugs verslaafd was. Geen buitenstaander zou nog vermoeden dat deze gespierde, goedlachse militair ooit vel over been was en met één been in zijn graf stond. Die drugs zijn voltooid verleden tijd. Mathijs raakt zelfs geen druppel alcohol aan in de brasserie waar hij vertelt over zijn criminele jeugd. Hij rookt wel de ene sigaret na de andere. 'Neem me die af en ik word een kruitvat.' 

Het is niet de eerste keer dat ik Mathijs ontmoet. Hij heeft me een tijd geleden al verteld over die woelige jaren, maar vandaag krijg ik veel meer te horen over de business die hij als dealer opzette. Dat leverde hem duizenden euro's per maand op, geld dat hij deels opsoupeerde aan dure cocaïne.

Zijn prille jeugd lijkt op die van zoveel Vlaamse jongens. Mathijs leefde met zijn ouders en zijn oudere broer in een gewone buurt in Gent. Zijn vader maakte als gespecialiseerde technicus lange werkdagen, zijn moeder werkte als bejaardenhelpster en volgde later nog een therapeutische opleiding. Mathijs ging graag naar school, en speelde na school met zijn twee jaar oudere broer Steven. Of hij voetbalde buiten met andere kinderen van de buurt.

Mathijs «Er valt niets speciaals te vertellen over die periode, alles liep eigenlijk vlot. 
Mijn ouders zijn wel uit elkaar gegaan toen ik in het vijfde of zesde leerjaar zat. Omdat daar niet veel ruzies aan voorafgegaan waren, kwam het nieuws als een verrassing voor Steven en mij. Op een zondagochtend riepen mijn ouders eerst Steven naar hun kamer, ik hoorde hem even later snikken. Zelf heb ik niet gehuild. Net als mijn vader heb ik mijn emoties altijd ingeslikt, nu nog. Ik was gewoon kwaad. Mijn ouders bleven wel goed overleggen met elkaar, mijn broer en ik verhuisden om de week van mijn ma naar mijn pa. Mijn vader bleef wonen in ons huis, mijn moeder verhuisde naar een wijk verderop.»

Mathijs leerde goed en begon zijn middelbare studie in een college met een heel goede reputatie.
Mathijs «Maar voor mij werd het een rotschool, niet door de leerkrachten maar omdat ik gepest werd. 'He, flappie,' riepen de andere leerlingen dan, omdat ik grote oren heb. En ze zeiden dat ik konijnentanden had en deden van alles en nog wat om mij het leven zuur te maken. Mijn schoolwerk uit mijn handen trekken en voor mijn ogen verscheuren bijvoorbeeld, of mijn boekentas verstoppen in de wc's. Soms deelde ik een flinke mep uit aan één van die pestkoppen, want ik ben fysiek altijd sterk geweest, maar dat kreeg ik dan terug zogauw ze in groep waren. Thuis wilde ik daar niet veel over kwijt, uit trots. Ik ging evenmin naar de directeur of een leerkracht, want dan krijg je de reputatie van klikspaan er nog bovenop.
Een deel van mijn vroegere makkers van de lagere school heulde mee met de pestkoppen. Ik meed hen en trok steeds meer op met de allochtone jongens uit de buurt waar mijn moeder woonde. Met hen klikte het wél, door hen voelde ik me wél geaccepteerd. We deden onschuldige dingen zoals belletje trekken, maar we gingen ook verder. Ik stal soms, kleine spullen uit sieradenkraampjes bijvoorbeeld. Dat gaf een kick die verslavend werkte. Ik was de enige Vlaming in het groepje, maar als er iets doms gedaan werd, zoals iemand in elkaar slaan, was ik de eerste en de hevigste. Of we trokken sacochen, zoals wij dat noemden. Ooit vond ik in de tas van een oude vrouw het paspoort van haar overleden echtgenoot: toen voelde ik me echt beschaamd.»

Mathijs' punten op school gingen zienderogen achteruit.
Mathijs «Ik kon niet meer mee met Latijn omdat ik te vaak ziek thuis gebleven was, om de pestkoppen te vermijden. Ik mocht wel overgaan naar het volgende jaar, maar niet in de Latijnse.
In het tweede jaar ging het van kwaad naar erger. De politie kwam thuis een paar keer over de vloer: eerst voor een vechtpartij, daarna wegens steaming, mensen bestelen onder bedreiging van geweld. Mijn ma viel achterover: ze had nooit vermoed dat ik zoiets zou doen. Ze was erg kwaad en probeerde me meer thuis te houden, maar ik ontsnapte toch. Ik maakte veel ruzie met haar, zodat ik een excuus had om de deur kwaad achter me dicht te gooien en ergens naartoe te gaan 'om af te koelen'.»

Het hek was van de dam. Op straat werd Mathijs een harde kerel.
Mathijs «Een maat en ik bedreigden mensen met een mes. Ik ontwikkelde zo'n uitstraling dat ik het soms op mijn eentje opnam tegen verschillende jongens samen, of helemaal alleen een volwassen man bedreigde. Dan keek ik zo iemand gemeen in de ogen en zei: 'Ik geef je de keuze. Ofwel doe je je portefeuille zelf open, ofwel zorg ik ervoor dat je hem openmaakt. Maar geloof me, dat wil je niet meemaken.' Soms gaf ik iemand op het einde nog een stomp in de maag, zodat hij niet zo makkelijk achter me aan kon komen.»

Het volledige fagment leest u in Humo 3653 van 06-09-10

Humo 3653 07/09/2010

Verschenen in:

HUMO van dinsdag 7 september

Nr. 3653

Neem een abonnement

1 reactie

reageer ook 

Dinsdag 7 september 2010 - 11u57

Nabokov

Het cliché "Eens een dief altijd een dief is onzin". Is dat wel zo? Waarom vraagt men niet eens de mening van prof.dr. Marion van San, die al jaren onderzoek doet naar criminaliteit onder jongeren? Die heeft daar een zeer genuanceerd antwoord op. Dat soort vragen stelt men toch niet aan een journaliste.

 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

abo button
promobtn ipad

Vorige HUMO's

Cover 3742 22/05/2012Cover 3741 15/05/2012Cover 3740 08/05/2012Cover 3739 30/04/2012Cover 3738 24/04/2012Cover 3737 17/04/2012

Schrijf je in op Humo's wekelijkse nieuwsbrief!

Wil je als eerste op de hoogte zijn
van wat er leeft op Humo.be?
Vul hier je e-mailadres in:

Jouw aanraders