Dossier Zelfdoding: Elke dag stappen zes Belgen uit het leven

humo-archief Maandag 13 september 2010 - 10u17, door (jolien janzing)

In Vlaanderen stappen elke dag drie mensen uit het leven. Op jaarbasis maakt dat vijftien op honderdduizend inwoners, ofwel vijftig procent meer dan het Europese gemiddelde. Op zoek naar het verhaal achter de cijfers praat Humo deze en volgende week met mannen en vrouwen die met suïcidegedachten rondlopen, en met nabestaanden van zij die de daad bij de gedachte voegden. 'Ik voel me niet welkom op aarde.'

20968_zelfm1(1).jpg© Gideon Kiefer

Een fragment uit 'Dossier Zelfdoding':

Cheyenne: 'Fatale liefde'

Cheyenne zit op me te wachten in een café niet ver van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ze is vierendertig en heeft expressieve, met kohl aangezette ogen. Nerveus trekt ze aan een sigaret. 'Mannen,' zegt ze. 'Het zijn de mannen die me de dood injagen.'

"'Ik ben niet bang van de dood. Het kan nergens slechter zijn dan hier'"

Cheyenne «Ik was zestien en ik had verkering met Hans, de broer van mijn beste vriendin Kaat. Een grote, knappe kerel die net aan zijn studie rechten begonnen was. We zijn niet lang samen geweest - twee maanden, schat ik - maar ik was gek op hem. Op een zaterdagavond, tijdens een afspraakje, heeft hij me gedumpt.

»Hij glimlachte flauw en schoof een bierviltje in mijn richting waarop hij had geschreven: 'Ik moet je laten gaan.' Even later stond hij al met een ander te flirten. Ik was totaal van de kaart en begon me lazarus te drinken - dan móést hij me wel naar huis brengen. Ik ben de hele zondag niet meer uit mijn bed gekomen.

»Toen mijn moeder me 's maandags wekte om naar school te gaan, trok ik de deken over mijn hoofd. Ik wilde alleen maar slapen. 's Avonds kwam Kaat langs. 'Er komt wel weer een andere jongen,' zei ze. Nu zie ik dat wel in, maar toen wilde ik alleen Hans.

»Ik hield sowieso van dat hele gezin: hij en Kaat hadden gezellige ouders, ik voelde me daar thuis. Mijn ouders waren ook best aardig, maar bij ons was het altijd zo stil - ik was enig kind.

»Ik ga enorm op in mijn emoties: als ik blij ben, ben ik megablij; als ik me ongelukkig voel, ga ik door de hel. Destijds kon ik me niet voorstellen dat mijn verdriet om Hans ooit minder zou worden. Op een ochtend, mijn moeder was net naar haar werk vertrokken, zocht ik in haar nachtkastje naar haar kalmeringspillen - Seresta was het merk. Toen heb ik er een paar geslikt.

»Van zo'n kleine dosis ga je niet dood, maar ik moet er vreselijk uitgezien hebben, want mijn vader schrok zich rot toen hij om vier uur 's middags thuiskwam. Hij vond het doosje naast mijn bed en begon in paniek te roepen. Maar hij kreeg me niet wakker en heeft me meteen naar het ziekenhuis gebracht.

»De arts wilde weten hoeveel pillen ik had geslikt en hoe laat, maar ik was te verdwaasd om een zinnig antwoord te geven. Hij heeft dan mijn maag laten leegpompen: géén prettige ervaring.»

HUMO Wilde je echt dood, of was het een kreet om hulp?

Cheyenne «Ik wilde niet dood. Ik wilde gewoon nergens meer aan denken.

»In het ziekenhuis is Kaat me komen opzoeken, en zelfs Hans is langsgekomen. Dat was vrij gênant: ik had geen behoefte aan zijn medelijden, ik wilde dat hij van me hield. Ik had geen moment gedacht dat ik hem terug kon winnen door die pillen te slikken. Hij had bloemen voor me meegenomen, maar die heeft mijn moeder weggegooid zodra hij weg was.»

HUMO Hoe reageerden je ouders toen de eerste schok voorbij was?

Cheyenne «Ze zeiden het niet, maar ik voelde dat ze boos op me waren en me oneindig stom vonden. Toen ik weer thuis was, waren ze strenger dan vroeger. Mijn sigaretten verdwenen, ik mocht niet meer gaan dansen en niet meer omgaan met jongens.

»Die aanpak zal nu wel niet meer aangeraden worden, maar voor mij werkte het. Ik gaf dat natuurlijk niet toe, maar het gaf me een veilig gevoel dat zij de touwtjes in handen namen.

»Onze huisarts kwam langs en schreef me - o ironie -Seresta voor, om wat minder emotioneel te zijn. Dat medicijn maakte me duizelig, en meer dan eens ben ik op school met mijn hoofd op de lessenaar in slaap gevallen. De bijwerkingen zijn stilaan afgenomen, maar we zijn nu achttien jaar later en ik ben er serieus aan verslaafd.

»Mijn ouders hebben me ook een tijd naar een psychiater gestuurd, maar daar had ik niets aan. Het was een baardige kerel van een jaar of vijftig. Hij zei nooit iets, en op den duur wist ik zelf ook niet meer wat gezegd.»

Humo 3654 14/09/2010

Verschenen in:

HUMO van dinsdag 14 september

Nr. 3654

Neem een abonnement

2 reacties

reageer ook 

Dinsdag 21 september 2010 - 11u09

Helgaheidi

Dit artikel is niet vrolijk maar raak, hartverscheurend hoe mensen vergeten wat er wel positief is:dat ze in het juiste deel van de wereld geboren werden bijv.,dat ze mogen kiezen hoe hun leven ingevuld wordt, waarlijk niet makkelijk, maar te verkiezen boven veel andere culturen waar vrijheid van zijn en denken onbestaande is. De tekeningen bij het artikel zijn fantastisch, eindelijk terug plaats voor illustraties om u tegen te zeggen! Alvast bedankt hiervoor en graag meer van dat.

 

Zondag 19 september 2010 - 03u41

geen

Je pense donc je suis. Toen ik als tienjarige megagroot op de betonnen straat krijtte' I love love because il love it, viel m'n spreekwoordelijke frank. Ik was plots ik. En die ik keek heel zijn leven als buitenstaander naar zichzelf. Ik ben nu 30, ik heb een formidbele job, ik heb bloemen van kindjes, en geniet van alles dat een normale mens zich ook maar kan toewensen. Behalve één ding. Een klein detail waarover ik met niemand kan of wil spreken: Ik wil hier gewoonweg wèg. HIer zijn was nooi

 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

abo button
promobtn ipad

Vorige HUMO's

Cover 3742 22/05/2012Cover 3741 15/05/2012Cover 3740 08/05/2012Cover 3739 30/04/2012Cover 3738 24/04/2012Cover 3737 17/04/2012

Schrijf je in op Humo's wekelijkse nieuwsbrief!

Wil je als eerste op de hoogte zijn
van wat er leeft op Humo.be?
Vul hier je e-mailadres in:

Jouw aanraders