De laatste uren van Charlie Haddon (22), de artiest die zelfmoord pleegde op Pukkelpop

, door (kt)

'Hij is dood, hij is dood!' brullen een paar dronken festivalgangers. Charles Haddon (22), de blonde frontman van de Engelse synthpopgroep Ou Est Le Swimming Pool, is zonet van het twee meter hoge podium van de Dance Hall gedoken, pal in een groepje fans.

21190_charles-haddon-186.jpg

Niks aan de hand, er zijn in de geschiedenis van Pukkelpop wel meer muzikanten geweest die in the heat of the moment dachten dat ze konden vliegen, maar die netjes werden opgevangen door het publiek. De jongens en meisjes in de Dance Hall joelen als Charlie kopje onder gaat in de mensenzee - niks leuker dan een artiest die de code (wij daarboven, jullie daarbeneden) doorbreekt en neerdaalt tussen de gewone stervelingen.

[...]

Wat er gebeurt in de uren na Haddons sprong blijft onduidelijk. Volgens sommige bronnen maakt de band in de kleedkamer kletterende ruzie. Dat zou niet onbegrijpelijk zijn: een groep die jarenlang ploetert om haar dromen waar te kunnen maken maar die dan, door een impulsieve daad van één van de groepsleden, zijn toekomst aan diggelen ziet gaan? Er is voor minder gescholden, er zijn voor minder vuistslagen uitgedeeld, zelfs tussen volwassen mannen die elkaar 'mate' noemen - de muziekbiografieën staan er vol van.

'Goddamn right it's a beautiful day,' zingt Mark Everett van Eels die middag op het zonovergoten hoofdpodium. Maar niet voor Charlie. Die ziet maar één uitweg. Hij zondert zich af van zijn vrienden, wandelt naar de artiestenparking en berooft zich daar van het leven. En niet, zoals nog steeds overal in druk verschijnt (netjes overgenomen van de Wikipedia-pagina van de groep, of course), door op de gele gsm-mast te klimmen en zich in de diepte te storten. Hij verhangt zich met zijn broeksriem aan het hekwerk dat rond die gele mast staat opgesteld. Daar wordt hij rond zeven uur gevonden door Jan Van Biesen, het nethoofd van Studio Brussel. Die zou de festivalgangers als deejay van twee tot vier 's nachts op stomende beats trakteren in de Boiler Room.

[...]

'Ik ben bang dat ik nog altijd niet over Charlie kan praten,' zo laat Charlies beste vriend ons twee maanden na Pukkelpop weten via e-mail. 'Maar als je echt over 'm wil schrijven, dan wil ik alleen zeggen dat ik blij ben dat ik 'm heb gekend, want hij was een geweldige gast en een fantastische vriend. Hij maakte altijd en overal tijd voor iedereen en was meestal degene die je kon opvrolijken. Muziek was eigenlijk maar een klein onderdeel van zijn leven, en we missen 'm allemaal verschrikkelijk.'

Ook in The Crown & Goose, Charlies stamkroeg nabij Camden High Road, de drukke verkeersader die de wijk doorklieft, zijn ze nog altijd zwaar aangeslagen. 'Charlie was mijn vriend,' vertelt de serveuse terwijl ze ons pakje crisps over de toonbank schuift. 'Te bedenken dat ik de dag voordien nog met 'm heb doorgebracht, samen met zijn vriendin. Onvoorstelbaar.' Overal waar we Charlies naam laten vallen, weet iedereen meteen over wie we 't hebben. 'O ja, die zanger die van die mast te pletter is gesprongen op dat festival in België,' zo weet een werknemer van een eethuis dat vlak om de hoek ligt van Haddons stamkroeg: 'Such a shame. Hij kwam hier vaak ontbijten, een hele leuke en lieve gast.'

Het volledige artikel vindt u in Humo 3660 van dinsdag 26 oktober 2010.

Humo 3660 26/10/2010

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 26 oktober 2010

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

Humo cover Neem een
abonnement
op Humo
De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven