
Een fragment uit: Op zoek naar de wieg van Humo
Het Humodier
'In 1964, ik was vijftien, kocht ik mijn eerste Humo zélf.' We hebben Marc Didden achtergelaten voor het altaar van Nonk Jos, nu is hij opgegroeid en ziet hij in een krantenwinkel in de Brusselse Correggiostraat de Humo van 2 januari 1964 in de vitrine hangen - een onweerstaanbare cover met The Beatles.
"'Swingend Nederlands, rock-'n-roll en humor: met die combinatie zouden wij onverslaanbaar zijn'"
Didden: 'Je kan je niet meer voorstellen hoe marginaal dat was, de Beatles op de cover zetten. Covers, daar had je toen prinsessen voor, of de sjah van Perzië. In de kranten stond geen woord over rockmuziek.'
9 frank kostte hij. Didden: 'Een groot bedrag! Ik kreeg twintig frank op zondag, maar ik wilde ook naar de bioscoop - 12 frank - en een friet kopen - vijf frank. Ik kende Melody Maker en Elvis, een blad alléén over Elvis, maar die waren te duur voor mij, daar bladerde ik door in de boekhandel. Humo werd direct míjn blad. Dat ging over alles wat mij interesseerde, The Pebbles, Ferre Grignard... Ik was er gék van.'
Met plezier ging tiener Didden eens een briefkaart posten in de Centrumgalerij, in de hoop de eerste te zijn voor een wedstrijd (het lukte) en er een béétje bij te horen. Didden: 'Jef Anthierens heb ik nooit gekend, maar ik bewonderde hem wel, omdat hij onder de naam Bert Brem een boek over Elvis geschreven had. Ik heb lang de boeken die ik zelf kocht genummerd, en dat boek was nummer 1 - 'Ben-Hur' was nummer 2, 'Pieter Bas' van Bomans nummer 3. Ik was ook gefascineerd door de figuur van Courteaux. Wat die allemaal combineerde: Open Venster, Dwarskijker, en nog op televisie komen ook! Ik dacht dat hij eigenlijk niet bestond. Claus heeft eens beschreven hoe beslissend voor hem het moment was dat hij Antonin Artaud in Parijs in levenden lijve zag. Mijn Artaud-moment was toen ik op een dag in het centrum van Brussel op zo'n Marx-type met een boekentas stootte: 'Waw! Courteaux bestaat!''
Didden «En Guy Mortier stond intussen ook in Humo met zijn platenbesprekingen: ik werd al heel snel een fan van zijn stijl. Ik zag hoe hij uitdrukkingen van Bomans stal, dingen die wij hier niet gebruiken: 'Asjemenou!' En los van Guy was Bomans ook míjn idool, met zijn gortdroge humor.»
We zouden het nog vergeten: Guy Mortier, een vernieuwing op zich, was in '62 gearriveerd - Mortier, het Humodier (dixit Corneel). Humo schreef óver hem nog vóór hij voor Humo schreef: een openingsverhaal in februari '62 over de revolutionaire rockradiomaker die Mortier toen was. Karel Anthierens ('ik was zeker gestuurd door Jef') beschreef in dat stuk zijn eerste ontmoeting op een Tiener-Twistavond met een vrij tengere donkere jongeman van achttien, met ragebol en snor.
'Wie zijn zware, monotone stem had beluisterd door de radio, de onverschilligheid en zelfs de ironie had bespeurd in zijn commentaar op fan-clubs, had zich zeker niet zo'n schuchtere, onhandige jongen voorgesteld.'
Er volgde een gesprek op de studentenkamer van Mortier aan de Leuvense Bondgenotenlaan. Karel Anthierens: 'Guy zal het wel geen goed interview gevonden hebben, hij heeft er veel aan veranderd.' De meest beklijvende zin: 'De radio is het meest opvallend meubelstuk in de kale studentenkamer, waar alle kleur van de woordenboeken komt.'
Guy Mortier telt - in het gezellige kantoor van de afwezige Wouter Vandenhaute - tot drie als ik hem vraag wat hem voorbestemde tot een bestaan als Humodier.
'Mijn fascinatie voor: taal, muziek en humor.' Met taal is, behalve die van Bomans, ook het zwierige gesproken Nederlands bedoeld waar hij nog jong als hollandofiel voor viel - 'door wat ik allemaal op de Nederlandse radio hoorde, de vrolijke hoorspelen met Ko van Dijk en Joop Doderer en Conny Stuart. 'Koek en ei', ik zoog het op! Maar ook Bomans in 'Hou je aan je woord', de voorloper van 'De taalstrijd' en, toen al, het Haags van Kees van Kooten en Wim de Bie als De Clichémannetjes.' Muziek: 'Ik was helemaal weg van rock-'n-roll, wou dat uitdragen en zag in Humo een ideaal middel. Swingend Nederlands, rock-'n-roll en humor: met die combinatie, dacht ik, zou Humo onverslaanbaar zijn.'
Dat hij voor Humo schrijven wou, had Mortier met niet al te discrete signalen duidelijk gemaakt: een brief naar Open Venster met die boodschap en zelfs een kort griezelverhaal geadresseerd aan Courteaux - 'over ratten die een schurk opvraten, zo gruwelijk mogelijk. Ik kreeg niet eens antwoord.'
Toen hij bij Jef Anthierens geroepen werd en als freelancer aan de slag kon, was Mortier naar eigen zeggen 'overstuur van geluk' dat hij tot het dreamteam van zijn stoutste jongensdromen kon toetreden. Het waren levensgenieters, die mannen van de Anthierensclan, dat merkte hij die eerste keer al, toen er meteen getafeld werd in een sjiek restaurant. 'Ik was nog nooit in een restaurant geweest, ik wist niet wat ik moest bestellen.'
Hij werkte een paar zomers als freelancer in de grote redactiekamer. 'Van Amerikaanse teksten over bijvoorbeeld 'Bonanza' maakte ik een dolle boel. Dat ging dan naar Jan Guus Waldorp, en die schrapte álle grappen.' Zijn eerste rubriek met platenbesprekingen, vanaf januari '63, heette 'Toodeloo'. Eind '65 vroeg Jef Anthierens hem de Humo Sprak Metten te reanimeren. Mortier: 'Het was alsof ik zijn zwaard kreeg.'
Humo vervelde nu snel. Ging vroeg in de jaren zestig alle energie nog naar een evenement als de Verkiezing van de Schuimwijnprinses, dan werd die vanaf '67 opgeëist door de eerste Pop Poll en Jazz Bilzen.
Het is het ontroerendste moment dat Karel Anthierens zich als hoofdredacteur herinnert: 'Bilzen '67: Liever Lief' was onze vertaling van 'flowerpower'. We hebben die keer parfum in de inkt gegooid, die Humo stinkt nog altijd als je 'm in de klappers vindt. Prachtig was het: we vreesden even voor de opkomst, tot we duizenden mensen zagen opdagen achter een grote slee met de protestzanger Armand erin. We hebben die dag 30.000 bloemen uitgedeeld.'
Jef Anthierens verliet het bedrijf het jaar daarna. Moegevochten tegen de Dupuis, en ook, zoals zijn broer Johan het eens zei: hij voelde de druk van het plafond, en zocht daarom andere horizonten op. 'De joyeuze anarchist verkilde tot een narrige moralist, die politiek verzandde in faliekante opties' - lees: Protea, 't Pallieterke, Vlaams Blok.
De deur die Jef Anthierens dichtsloeg, stond niet meer in de Centrumgalerij. 13 juli '67 had Humo in vette letters bericht: 'Het is genoeg geweest. Wij wilden ruimer wonen. Wij breiden uit. Steekkaarten en documentatie, archieffoto's en boeken worden bijeengescharreld, de laden worden geledigd. In een stoffige hoek van het oude Humo-kantoor vonden wij nog een vergeeld oud-redacteur, van wie iedereen dacht dat hij al jaren in Argentinië zat. Centrumgalerij, Blok 2, staat verlaten. Ons nieuwe adres: Humo, Livornostraat 97, Brussel 5. Het beste blad van de wereld woont nu daar. Het is even wennen.' De Livorno 97 was een gezellig oud huis, houten trappen, krakkemikkige lift, maar die laten we Humo pas volgende week nemen. Toodeloo!
Het volledige artikel leest u op dinsdag 15 januari in Humo 3676/7.
Bekijk onze fotospecial:

.jpg)




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook