
- De dertiger Siarzhuk Bagun is een exponent van de generatorgeneratie, en tegelijk ook weer niet: doordat hij zich al zijn hele volwassen leven in de oppositie ophoudt, heeft hij minder te verliezen dan de meeste van zijn leeftijdsgenoten. Zijn job kan hij niet verliezen, want die heeft hij niet, althans niet in het reguliere circuit.
Siarzhuk is kwaad. Kwaad om wat hem en zijn familie overkomen is. Kwaad op de oude Sovjetregering, die naliet haar burgers te informeren.
"'Op een dag waren onze witte kippen opeens roze. Toen wisten we dat er iets mis was'"
Kwaad ook op de huidige president Loekasjenka, die samen met de geheime dienst het land en zijn inwoners in een ijzeren greep houdt. En dus praat hij honderduit over zijn indrukken als kind, de heldenmoed van zijn vader, de knobbel die hij jaren later in zijn nek voelde, en de hoop op een betere toekomst.
Hij was tien toen de ramp gebeurde. Het nieuws vernam hij van zijn zestienjarige broer, die stiekem luisterde naar Radio Liberty, een door het Westen betaalde radiozender. In de Sovjetkranten was er toen nog geen woord over Tsjernobyl verschenen.
Sterker nog, hoewel het water van de rivier waarin de kinderen speelden en waaruit de dieren dronken al jaren gebruikt werd als koelwater voor de centrale, wisten zijn ouders niet eens van het bestaan van de Tsjernobylreactors af. Die stonden immers in Oekraïne, een andere Sovjetrepubliek.
In 1987 en 1988 werkte Pjotr Bagun als landbouwkundige in de verboden zone. Omdat straling zich hecht aan oppervlakte, waren de akkers daar natuurlijk erg gevaarlijk. Door ze om te ploegen en de besmette grond dertig centimeter onder de grond te begraven, werd een deel van het gevaar weggenomen.
Pjotr moest daarop toezien. Het was zijn eigen idee om in de zone te gaan werken. Hij wist dat het niet zonder gevaar zou zijn, maar als goede patriot nam hij zijn verantwoordelijkheid. Zo ging dat toen, zegt hij, heel anders dan de huidige generatie.
Pjotr kreeg geen speciale kleren toen hij naar de zone vertrok, geen stralingsmeter en ook geen informatie. Hij en zijn collega's wisten niet dat ze eigenlijk zo vaak mogelijk moesten douchen en dat ze hun kleren moesten begraven.
Toch kwamen ze er algauw achter hoe ze konden bepalen of ergens veel straling was of niet: door de metalige smaak in de mond. Als hij ademhaalde, voelde het alsof hij aan een metalen lepeltje likte met een mond vol metalen tanden. Hij had een onnatuurlijke bittere en droge smaak in zijn mond.
Dat was in het begin de hele dag zo; later raakte hij eraan gewend en proefde hij het niet meer zo vaak. Bij terugkomst was hij chronisch vermoeid geraakt, maar toch voelde hij zich niet verraden door de staat. Dat kwam later pas.





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook