© belga
Nu zondag begint in - of all places - Benidorm de Ronde van Spanje. Zonder Giro-winnaar Alberto Contador, die na een tegenvallende Tour toch maar afziet van zijn vermetele plan om in één seizoen de drie grote rittenkoersen te winnen. Zonder Tour-winnaar Cadel Evans ook, die nu eindelijk tijd heeft om met zijn vrouw en hond lange wandelingen te maken. Maar dus wel met Jurgen Van den Broeck, maar nét hersteld van die zware valpartij die hem zo brutaal uit koers sloeg voor het Tourpodium.
Jurgen Van den Broeck «Ik heb geen ambitie voor de Vuelta. Hoe reageert mijn lichaam in competitie, na die val: dat is het enige wat ik me afvraag. Ik heb nog wat last in mijn onderrug, maar voor de rest: ça va. Ik wil vooral Madrid halen, om drie weken koers in mijn benen te hebben. Dat is belangrijk voor volgend seizoen. Het klassement? We zullen wel zien. Kan ik een rit winnen: des te beter. Het is wel prettig zo: koersen zonder stress, zonder verwachtingen. Er is een etappe naar de Angliru, maar ik kén die berg niet. Voor de Tour zou ik zoiets niet kunnen verdragen. Nu wel. Pluk de dag: dat ben ik niet gewend.»
Het noodlot sloeg toe op zondag 10 juli, om negen voor drie in de namiddag. Het miezerde in de Auvergne. Op het glibberige nieuwe asfalt van de D17, de departementale weg die het hart van het regionale natuurpark rond de uitgedoofde vulkaan Puy Mary verbindt met het stadje Aurillac, schoot VDB's voorwiel weg. Het was geen kwestie van onoplettendheid. Dit was een onvermijdelijke valpartij: een combinatie van snelheid, regen, stress, vers gestort asfalt, een steentje onder een voorwiel, een vinger die te hard in een rem knijpt.
Van den Broeck «Ik zal in mijn carrière nog wel vaker zo vallen. Die ene val mag geen reden zijn om bang te worden. Het frustreert me niet.»
In de wijde linkse bocht in de afdaling van de Col du Pas de Peyrol had de organisatie in rood-witte plastic zakken verpakte strobalen tegen de vangrail gelegd: als waarschuwing, en als schokdemper in geval van een crash.
Wie als eerste viel, is niet meer te achterhalen. Plots gleden ze, smakten tegen de grond en, erger nog, duikelden een paar meter lager de struiken in. Terwijl twee ploegmaats hun kopman Alexander Vinokoerov recht hielpen, en hem ondersteunden in wat zijn laatste meters als wielrenner zouden worden, duwde Jurgen Van den Broeck zijn zwarte Canyonfiets naar boven. Hij was in shock: door de adrenaline voelde hij geen pijn. Hij stapte meteen weer op zijn fiets en laveerde tussen de andere renners op het asfalt, de toegesnelde dokters, verzorgers en mecaniciens, de fotografen en de cameramensen op de motor.
Van den Broeck «Ik dacht alleen maar: ik moet fietsen, fietsen, fietsen.»
Geen honderd meter verder stopte hij langs de linkerkant van de weg.
Van den Broeck «Ik kreeg geen lucht meer. Dat is eigenlijk het enige dat écht pijn deed: mijn long was voor een stuk ingeklapt. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet, maar het was wel een soort pijn die ik niet kende. Mijn schouder deed ook zeer, maar dat kon evengoed niks zijn, wat kneuzingen van de slag. Achteraf bleek dat mijn schouderblad gebroken was.»
"'Die klaplong was pijnlijk. Maar niet zo pijnlijk als moeten opgeven in de Tour'"
Lees het volledige artikel in Humo 3702 van dinsdag 16 augustus.






























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook