Summer in the city: 'Van C'mon tot Cry, cry, cry...'

, door (md)

Summer in the city: 'Cry, cry, cry...'

'Het leven is zelfs voor hen die dat niet willen inzien in vele gevallen gewoon rock-'n-roll'

Can Blue Men Sing the Whites?’ Het is een vraag die u als jonge inwoner van het bisdom Vlaanderen wellicht niet bezighoudt, maar wij konden er destijds als piepjonge mei ’68’ers wel mee lachen toen we via een legendarisch optreden op Jazz Bilzen in de zomer van 1969 kennismaakten met de onzinrock van The Bonzo Dog Doo-Dah Band. Superieure Britse humor gecombineerd met snerpende gitaren, soulachtige blazers en eerder surrealistische teksten maakten van de Bonzos een groep zoals er voorheen nooit eentje was en daarna ook nooit meer eentje geweest is. Popencyclopedisten zullen u, op simpele aanvraag, wel melden dat ze één echte hit hadden, en wel met ‘I’m the Urban Spaceman’, een productie van Paul McCartney die zich toen om contractuele redenen Apollo C. Vermouth moest laten noemen.

Maar de talenten van Neil Innes, Vivian Stanshall, Roger Ruskin Spear, Rodney Slater en ‘Legs’ Larry Smith – die behalve visueel en komisch ook muzikaal erg begaafd waren – dienen ook voor hun korte verzameld werk met veel liefde herinnerd te worden. Probeer ergens hun ‘History of The Bonzos’ te vinden, dan weet u meteen van wanten.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven