De Grootste Schrijver Van Deze Tijd is J.M. Coetzee

, door (kt)

1200

'Elke zin van Coetzee is een klets in je gezicht'

Een vraag die voor hoofdbrekens, ijsbeeraanvallen, slapeloze nachten en gejongleer met kladlijstjes zorgt, zo laat menig schrijver zich ontvallen. ‘Is een schrijver groot wanneer hij of zij veel gelezen wordt door een breed publiek?’ zo kaatst Hanna Bervoets terug. ‘Of wanneer hij of zij een omvangrijk oeuvre heeft? Of zit de grootsheid hem in de ogen van de waarnemer die vaak het liefst zijn of haar eigen verhaal verteld ziet? Daarbij: literatuur is geen wedstrijd, ze gedijt net het best bij een veelheid aan stemmen en verhalen.’ Waarna ze d’r tegensputteringen meteen vloert: ‘Aan de andere kant: lijstjes zijn leuk.’

1 J.M. Coetzee

Omdat uw leven zo al spannend genoeg is, vallen we meteen met de deur in huis: J.M. Coetzee, de tot Australiër genaturaliseerde Zuid-Afrikaan die door het leven gaat met twee Booker Prizes én een Nobelprijs onder z’n arm, tevens uitmuntend leverancier van spaarzaam maar vlijmscherp proza, is De Grootste Schrijver Van Deze Tijd. Een overwinning op punten, zo lijkt wel, want van de veertig ondervraagden zetten alleen Tom Lanoye (‘Alleen ‘In ongenade’ ware reeds voldoende geweest, maar ook de rest van zijn oeuvre stond al borg voor een verdiende Nobelprijs’), Daan Heerma van Voss en Griet Op de Beeck hem op de eerste plek.

Daan Heerma van Voss «Toen ik begon te lezen, viel ik in de eerste plaats voor literatuur die de humor hoog in het vaandel droeg – het absurdisme, het cynisme en de ironie van pakweg Reve en Grunberg. Maar het was Coetzee die me leerde dat je, als je echt dieper wil graven, de ernst in je werk moet durven toe te laten. Nu ja: je moet ze ook weer durven los te laten, want te bloedserieus moet het nu ook weer niet worden.

»Het oeuvre van Coetzee bestaat uit rijke, absoluut meesterlijke romans die alvast één ding gemeen hebben: ze móésten er zijn. Anders dan pakweg Philip Roth – mijn nummer twee – vervalt Coetzee nooit in automatismen: zijn thema’s zijn hem alleszins nooit gaan vervelen.»

Griet Op de Beeck «Kleine bekentenis: de vijf schrijvers op mijn lijstje staan in volstrekt willekeurige volgorde: Coetzee staat dus bij wijze van spreken slechts per ongeluk op één. Hij is hoe dan ook één van de weinige schrijvers – Jonathan Franzen is een andere – die erin slaagt onze innerlijke complexiteit te verzoenen met de diepe wereldproblematiek. Bovendien is elke zin van Coetzee een klets in je gezicht.

»Ik zou het woord ‘ernst’ niet meteen in de mond nemen als ik het over Coetzee had, maar het klopt dat hij zich ver van alle ironie houdt. Precies daarom is hij me zo lief: hij loopt niet in een boogje om de grote emoties heen, maar staart ze vol in het gezicht. En maar goed ook, want als je ’t mij vraagt is het hem uitgerekend dáár om te doen in het leven.»

2 Michel Houellebecq

Op twee strandt, ondanks een oeuvre dat sinds zijn debuut uit 1994, ‘De wereld als markt en strijd’, grossiert in meedogenloze cultuurkritiek en wee makende misantropie, Michel Houellebecq. Debutant Frederik Willem Daem (‘Zelfs de vogels vallen’) roemt Houellebecq ‘omdat hij als geen ander onze samenleving onder de loep neemt’; Roderik Six vindt ’m dan weer ‘met elke roman beter en relevanter’ worden, ‘vooral om zijn sardonische humor’. Ook Yannick Dangre deelt de zwartgeblakerde blik van Houellebecq: ‘De wereld is lelijk, wanhopig en verloren, het enige wat we kunnen doen is vertellen hoe hij in elkaar zit, en in die vertelling nog enige schoonheid creëren.’ Christophe Vekeman rolt de rode loper uit voor ’s mans ambitie, eigentijdsheid, maatschappelijke relevantie en ‘vermogen om zijn laconieke weerspannigheid en somberte doeltreffend tot uitdrukking te brengen in al zijn zinnen en zinnetjes, ook de kortste en eenvoudigste’. En het viertal laat zich uitvoerig in de rug steunen door Christiaan Weijts en Seppe van Groeningen, die Houellebecq tot favoriete schrijver nummer één uitroepen; alsook door Joost De Vries (op 2) en Daan Heerma Van Voss (op 3). Houellebecq is tevens hekkensluiter van dienst op de lijstjes van Ronald Giphart en Herman Koch.

3 Philip Roth

Van de schaduw van het Élysée naar the US of A: op een boerderij in Connecticut slijt Philip Roth – grand ole man van de Amerikaanse literatuur en tien jaar geleden de onbetwiste Grootste Schrijver Aller Tijden – zijn dagen, ver weg van de camera’s, maar ook weg van z’n schrijftafel. In 2012, bij het verschijnen van de Franse vertaling van ‘Nemesis’, had hij immers aangekondigd dat diezelfde roman z’n literaire zwanenzang zou zijn; sindsdien verschenen alleen nog herdrukken van klassiekers als ‘Portnoy’s klacht’, ‘Amerikaanse pastorale’ en ‘Het complot tegen Amerika’. Maar de mokerende kracht van zijn werk blijft nazinderen bij jong en oud: Ronald Giphart en Paul Baeten Gronda zetten ’m zonder verpinken op één – de laatste wil nog kwijt dat Roth ‘zolang hij leeft is (...) voor de literatuur wat Sven Nys is voor het fietsen door de modder van Tremelo.’ Voor Christiaan Weijts en Daan Heerma van Voss is Roth de perfecte runner-up, voor Seppe van Groeningen nummer 3 en voor Frederik Willem Daem nummer 5. Ook Yves Petry sluit de gepensioneerde tachtiger in zijn gouden kring van literaire meesters.

4 Haruki Murakami

Op vier dan: Haruki Murakami, schepper van de mooiste en meest bedwelmende parallelle universa uit de wereldliteratuur. Een publiekslieveling ook (hij voert de lijst aan die door de meest onvolprezene aller lezers – de Humo-lezers – werd samengesteld, maar daarover later meer), zo eentje die net als Roth al jaren op allerhande shortlists voor de Nobelprijs staat, maar steevast een minder bekende en/of sociaal geëngageerde gildebroeder of -zuster moet laten voorgaan. Elke nieuwe worp van Murakami zorgt ten huize van Saskia de Coster steevast voor een tsunami van lezersgeluk (en een telefoontje naar de dichtstbijzijnde sushibesteldienst), Paul Mennes beleed al meermaals in het openbaar zijn liefde voor de Japanse schrijver-asceet, en ook Ivo Victoria heeft zich meermaals laten overbluffen door ’s mans ‘durf, verbeelding en stilistisch vernuft’. Al zijn er ook schrijvers die ’m niet alleen zalven maar ook (zachtjes) slaan: ‘Niet één van de vijf beste schrijvers,’ zo weet Yannick Dangre, ‘wel één van de meest unieke. Murakami doet niet genoeg pijn, is geen briljant stilist, zelfs zijn personages blijven je niet altijd bij, maar de sfeer wél. Zijn scheppingen hebben iets unieks, en dat is waar een schrijver naar moet streven’.

5 Remco Campert

Slechts door twee schrijvers genoemd en geroemd, maar wel luid genoeg voor een stek in de vurrukkulluke top 5: Remco Campert. Diens geliefde dichteres Hagar Peeters, die onlangs in het rijke oeuvre van de meester mocht grasduinen tijdens de uitreiking van de Prijs voor de Nederlandse Letteren in het Koninklijk Paleis, verwoordt het rechtdoorzee: ‘Wat mij betreft bezet hij de eerste tot en met de vijfde plaats.’ Ook voor Ellezelles’ finest Pjeroo Roobjee is het Campert die de troon van de literaire Parnassus warm houdt.

Net gemist

Yves Petry en Seppe van Groeningen laten weten dat de meeste van hun schrijvende helden reeds jarenlang onder de zoden liggen; Ivo Victoria parkeert er eentje in de categorie ‘net gemist’: ‘Wat jammer dat James Salter net overleden is.’ Al wat langer gone, but still not forgotten: Roberto Bolaño krijgt een eervolle vermelding van Elvis Peeters.

Koning Nobelprijs

Coetzee mag dan al de enige Nobelprijslaureaat in de top 10 zijn, de door Humo ondervraagde schrijvers verslinden wel degelijk door het Stockholm-comité gefêteerde auteurs. Herman Brusselmans en Herman Koch vermelden Patrick Modiano, en ook Yannick Dangre roemt de Franse laureaat van 2014 vanwege ‘een hoop lichtheid en verliefdheid waaronder een diep gemis zit’. Bij Rachida Lamrabet wordt Coetzee geflankeerd door Toni Morisson (1993) en Jean-Marie Gustave Le Clézio (2008), en bij Maartje Wortel door Alice Munro (2013). Die laatste staat zij aan zij met Modiano op het lijstje van Herman Koch. De jonge dichteres Charlotte Van den Broeck vermeldt behalve Morrison ook Elfriede Jelinek (2004); Leo Pleysier belijdt z’n liefde voor Herta Müller (2009) en V.S. Naipaul (2001). Tom Lanoye blaast dan weer het stof van de in de VS wonende Nigeriaan Wole Soyinka, Nobelprijsbeest in 1986 (en, we kid you not, een rasechte Morgan Freeman-lookalike).

Duizelingwekkend eenzame wolf

Slechts één schrijver weet volgens Kristien Hemmerechts de essentie van Deze Tijd perfect te vatten: de duizelingwekkend geniale Dave Eggers, omdat hij ‘én verhalen kan vertellen, én personages kan neerzetten én brandende kwesties kan verkennen.’

Krasse knarren

Er valt slechts weinig geblaf van jonge honden te horen: Kader Abdolah tipt de enige twintiger genaamd Chigozie Obioma; Elvis Peeters, Roderik Six en Joost Vandecasteele vermelden respectievelijk de dertigers Valeria Luiselli, Juli Zeh en Lauren Beukes. De veertigers van dienst heten dan weer Zadie Smith, David Mitchell, Karl Ove Knausgard, Adam Haslett, Smith Henderson, de Amerikaanse van Hawaïaanse origine Hanya Yanagihara en jeugdboekenschrijver Markus Zusak (Pjeroo Roobjee). Conclusie: krasse knarren galore!

Leo Pleysier eert de hoogbejaarde dichter Hubert Van Herreweghen (95); Jeroen Olyslaegers de Duitse Jood Edgar Hilsenrath (89), die 35 jaar voor ‘De welwillenden’ van Jonathan Littell (volgens Tom Lanoye nochtans een ‘overrompelend, onthutsend meesterwerk’) met ‘De nazi en de kapper’ al een roman schreef vanuit het standpunt van een voormalige nazi. Of in de ronkende blurb van Maarten Inghels: ‘Een oude knar die bewijst dat grimmige speelsheid zeer bijzondere en waarachtige romans oplevert over oorlog en migratie. Humoristisch, zonder platte kolder of billenkletsers.’ Volgens David Van Reybrouck is Antonio Gamoneda (84) ‘de grootste levende dichter van Spanje, en eigenlijk van heel Europa’. Tom Lanoye zet Edward Albee (87) in de spotlight, schrijver van het weergaloos verfilmde toneelstuk ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf’. Yannick Dangre en Seppe van Groeningen rekenen Milan Kundera (86) tot de vijf beste levende schrijvers; die eerste kroont de schrijver van ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ tot ‘opvolger van Nabokov, zeker door zijn focus op menselijke verhoudingen: hij kan de lezer moeiteloos doen meegaan in een personage, zelfs als datzelfde personage na twee alinea’s zijn beste vriend wijsmaakt dat hij kanker heeft. Je denkt alleen maar: ‘Ja, je hebt helemaal gelijk, waarom heb ik mijn beste vriend nog niet wijsgemaakt dat ik kanker heb?’’ Voorts laten Annelies Verbeke en Elvis Peeters de boeken van Kenzaburo Oë (80), Nobelprijswinnaar in 1994, weleens van een plank donderen.

Het andere boek

Volgens Yves Petry stelt de geroemde evolutiebioloog Richard Dawkins zichzelf ‘een behoorlijk hoge literaire norm’, en mag hij daarom aansluiten bij de club der Grootste Schrijvers Van Deze Tijd. De schrijvende vleermuis Nick Cave zette, dankzij uitstekende romans als ‘And the Ass Saw the Angel’ en ‘De dood van Bunny Munro’, z’n tanden in de nek van Pjeroo Roobjee. Joost Vandecasteele rekent Warren Ellis (niet de kompaan van Cave, wél z’n stripromans fabricerende naamgenoot) tot de allergrootsten, en tipt in één moeite door diens Schotse collega Grant Morrison. Christophe Vekeman noemt – als u het ons vraagt: behoorlijk terecht – Donald Ray Pollock, ‘een fabrieksarbeider voor wie het schrijverschap een hemeltergend late roeping was, en die dus de morele plicht heeft, ten aanzien van ons, de lezende mensheid, nog erg lang te leven en nooit meer een dag vakantie te nemen’. Willem Frederik Daem hijst kortverhalenschrijver George Saunders (zet u de eerstkomende vakantie eens in een zetel met ‘CivilWarLand in Bad Decline’ en het recentere ‘Tien december’) op het schavot. Werden opvallend weinig vernoemd: Jonathan Franzen, Jonathan Safran Foer, James Ellroy, John Irving, Orhan Pamuk, Martin Amis en Annie Proulx.

De vriendschap

‘Let’s not start sucking each other’s dicks quite yet,’ zo luidt één van de vele hoogst citeerbare oneliners uit ‘Pulp Fiction’, maar niet iedereen liet zich daardoor ontmoedigen: sommige schrijvers katapulteerden een gezinsportie liefde richting hun vrienden in het Nederlandse taalgebied. Zo trakteert Herman Brusselmans Christophe Vekeman en Tom Lanoye op een schriftelijk rondje fellatio (‘op de top van hun kunnen, oeuvrebouwers, mengen luchtigheid met diepe melancholie’); Philip Huff doet het met Gerbrand Bakker (‘de beste schrijver van Nederland’), Dimitri Verhulst (‘de beste Vlaamse schrijver, wereldwijd’) en zichzelf (‘als ik er al niet in geloof, wie dan wel?’). Paul Mennes gooit kushandjes naar Brusselmans, en Vekeman naar Brouwers (‘Met stip op één, daar hij niet zomaar het mooiste Nederlands, maar wel degelijk de mooiste taal schrijft die de afgelopen decennia, waar ook ter wereld, op papier is beland’).

Marnix Peeters, tot slot, kan een snik in de schrijfstem niet onderdrukken als hij A. F. Th. Van der Heijden op een piëdestal hijst: ‘Al jaren verdwaald in een vreemd soort hyperfictie, vervolgens afgeleid door de dood van zijn zoon, maar wél maker van ‘De tandeloze tijd’, één van de mooiste semi-autobiografische literaire cycli uit de geschiedenis.’

De stem van de lezer

En hoe zit het met de Humo-lezer? Die denkt er het zijne van: slechts de helft van de schrijvers uit de eregalerij – Murakami, Houellebecq, McEwan, Barnes en Coetzee – haalden ook de democratisch verkozen top 10; diezelfde lezer sluit voorts Lanoye, Brouwers, Eggers, Kundera en de sympathieke stijlvirtuoos David Mitchell liefdevol in de armen. Philip Roth dobbert netjes buiten de top 10, tussen Martin Amis en Paul Auster.

De erelijst

1. J.M. Coetzee

2. Michel Houellebecq

3. Philip Roth

4. Haruki Murakami

5. Remco Campert

6. Dave Eggers

7. Ian McEwan

8. Paul Auster

9. Thomas Pynchon

10. Julian Barnes

11. Jeroen Brouwers

12. Toni Morrison

13. Don DeLillo

14. Tom Lanoye

15. Milan Kundera

16. Patrick Modiano

17. Martin Amis

18. Kenzaburo Oë

19. Douglas Coupland

20. Zadie Smith

21. Bret Easton Ellis

22. V.S. Naipaul

23. Edgar Hilsenrath

24. Alice Munro

25. Margaret Atwood

26. Jennifer Egan

27. Lydia Davis

28. David Mitchell

29. Joyce Carol Oates

30. Edward St. Aubyn

Het panel:

Kader Abdolah, Hanna Bervoets, Herman Brusselmans,Frederik Willem Daem, Yannick Dangre, Saskia de Coster, Joost de Vries, Fikry El Azzouzi, Ronald Giphart, Paul Baeten Gronda, Daan Heerma van Voss, Kristien Hemmerechts, Philip Huff, Maarten Inghels, Herman Koch, Rachida Lamrabet, Tom Lanoye, Paul Mennes, Bart Moeyaert, Jeroen Olyslaegers, Griet Op de Beeck, Gustaaf Peek, Elvis Peeters, Hagar Peeters, Marnix Peeters, Yves Petry, Leo Pleysier, Pjeroo Roobjee, Serge Simonart, Roderik Six, Charlotte Van den Broeck, Seppe van Groeningen, David Van Reybrouck, Joost Vandecasteele, Christophe Vekeman, Annelies Verbeke, Peter Verhelst, Ivo Victoria, Christiaan Weijts, Maartje Wortel.

Bekijk hier alle lijstjes van elke schrijver in het panel »

Humo 3921/44 27/10/2015

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 27 oktober 2015

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven