Allen Toussaint overleden: herlees zijn laatste Humo-interview

, door (kv)

allen tousaint

Tien jaar geleden boekte Allen Toussaint een hotelkamer in New Orleans, vier hoog. ‘Ik zit deze storm verticaal uit,’ dacht hij, maar Katrina dacht daar anders over – de orkaan geselde de muziekstad tot bloedens toe. Toussaint, met z’n werk als producer/pianist/songschrijver voor onder anderen The Meters, Irma Thomas en Lee Dorsey ongeveer de belangrijkste man in de muziekscene van Nawlins, was enkele dagen vermist en zag zich nadien genoodzaakt uit zijn geboortestad weg te trekken. Maar het is ook dankzij Katrina dat hij binnenkort in de Roma in Borgerhout staat.

'Laat het verleden maar zorg dragen voor zichzelf. Ik kijk naar de toekomst'

Had Katrina Allen Toussaint niet dakloos gemaakt, dan had hij nooit met Elvis Costello een plaat opgenomen (‘The River in Reverse’ uit 2006). En zonder die plaat had hij, als studiorat, op latere leeftijd nooit van touren en het podium leren houden. Het is een bittere troost, maar een troost: tien jaar na Katrina heeft een nieuw, jong, hip publiek de rijke muziekgeschiedenis van New Orleans ontdekt, met dank aan HBO. Er was het bezoekje van Dave Grohl aan de stad (én aan Toussaint) voor de ‘Sonic Highways’-documentairereeks, en er was natuurlijk vooral de cultserie ‘Treme’, waarin Toussaint een verplichte cameo kreeg (één aflevering werd zelfs vernoemd naar zijn song ‘Everything I Do Gonh Be Funky’).

Het moge duidelijk zijn: hier spreekt een fan. Het stemt me extra vrolijk dat ik Allen Toussaint kan bellen in New Orleans, waar hij intussen weer woont, en wel in een spiksplinternieuw huis. De geboren gentleman blijkt zowaar achter zijn piano te zitten wanneer ik hem aan de lijn krijg.

HUMO Meneer Toussaint: Europa laat u niet meer los?

Allen Toussaint «Ik ben alleen maar dankbaar. De nasleep van de tragedie... Men zegt weleens: ‘When life gives you lemons, make lemonade.’ Wat me de afgelopen tien jaar te beurt is gevallen – het touren, de nieuwe manier van werken – is een goede illustratie daarvan.»

HUMO U woont opnieuw in New Orleans, in een volledig nieuw huis. Maar uw beroemde Sea-Saint Studio op Clematis Avenue hebt u niet heropgebouwd. Waarom?

Toussaint «Ik zeg altijd: voor Katrina had ik een commerciële studio, nu heb ik een home studio – zeer comfortabel en goed voor de creativiteit (speelt een beetje op zijn piano)... Het huis was een nieuw begin. Op een nieuw adres, in een andere buurt – but still right in the city. Het voelt fris aan, en daar hou ik nu van.»

HUMO U bent opvallend optimistisch gebleven. Er moeten toch ook momenten zijn geweest dat het allemaal wat minder was? En er zijn toch zaken verloren gegaan – bezittingen, aandenkens, opnames – die een mens mist?

Toussaint «Ik ben me natuurlijk zeer goed bewust van alles wat verloren is. Maar hoeveel er ook weg is, het heeft tot die dag wél bestaan, en ook dat is een reden om dankbaar te zijn. Bovendien: ook de dingen die de storm hebben overleefd, zijn in wezen dingen uit het verleden. Laat dat verleden nu maar zorg dragen voor zichzelf – ik vind het vooral opwindend om naar de toekomst te kijken.»

HUMO Mijn excuses dan, want we gaan terug naar het allervroegste verleden. In het begin schreef u songs onder de naam van uw moeder: Naomi Neville. Waarom dat pseudoniem?

Toussaint «Pure noodzaak: Ik wilde van publishing company veranderen, maar als je zoiets doet, komt daar altijd gedoe van. En terwijl allerlei advocaten onder elkaar uitmaakten wie mijn songs nu mocht gaan uitbrengen, had ik geen zin om het songschrijven on hold te zetten, dus bracht ik gewoon nieuwe songs uit onder een pseudoniem. Nadat ik die naam een tijdje had gebruikt, kreeg ik het gevoel dat sommige songs ook klónken als Naomi Neville-songs. Toen ik ‘Whipped Cream’ schreef, dat de begintune werd voor de tv-show ‘The Dating Game’, vond ik dat bijvoorbeeld een volbloed Naomi Neville-song. En zo werd de naam van mijn moeder bij toeval ook een bron van inspiratie.»

HUMO Schreef u die songs dan ook voor uw moeder?

Toussaint «Nee, maar ik gaf wel alle aan Naomi Neville geadresseerde royalty cheques aan haar. En daar was ze heel blij mee: kon ze tegen mijn vader pochen dat er wéér een royalty statement voor haar was aangekomen (lacht).»

HUMO De Naomi Neville-song ‘Fortune Teller’ – u schreef ’m in 1962 voor Benny Spellman – werd gecoverd door Britse groepen als The Rolling Stones, The Tony Jackson Group, The Hollies en later zelfs The Who. Hoe populair waren die groepen in het New Orleans van de sixties?

Toussaint «Ook in New Orleans kon je niet naast The British Invasion kijken. Wij kenden al die Britse groepen groepen wel, maar van de afzonderlijke songs waren we minder op de hoogte. Dat ‘Fortune Teller’ werd opgenomen door de Stones heb ik jaren later pas geweten. Ik had het kunnen zien aan mijn royalty statements, maar ik had het veel te druk om die allemaal te gaan napluizen.

»Eens ik wist hoeveel songs van me in Engeland zijn opgenomen, was ik natuurlijk gevleid, dat die muziek zo ver was geraakt – zeker toen ik nog later begon te beseffen hoeveel die groepen betekend hebben. Maar in de sixties:

I can’t say I was aware of that. Ik werd volledig opgezogen door de muziek die er om me heen werd gemaakt.»

HUMO Een andere door u geschreven en opgenomen classic: ‘Ruler of My Heart’ van Irma Thomas uit 1963. Klopt het dat jullie dat repeteerden in de woonkamer?

 

Toussaint «O ja. We zaten heelder dagen in mijn woonkamer, we schreven en oefenden onze songs daar. En als het tijd was om ze op te nemen, dan repten we ons naar de studio van Cosimo (Matassa, sleutelfiguur in de vroege rock-’n-roll, red.). Die song is me dierbaar, want ik hoor Irma Thomas (foto links) de hele tijd in mijn hoofd. Dat was toen, en dat is nu nog zo. ‘Ruler of My Heart’: als Irma Thomas niet had bestaan, dan had ik die song nooit geschreven – haar stem heeft zo veel dingen geïnspireerd.»

Invallen voor Fats

HUMO ‘Wat je eet, beïnvloedt wat je speelt’ is een uitspraak van u over de befaamde cuisine van New Orleans. Wat raad je de Humo-lezer aan als laatste avondmaal in je stad?

Toussaint «‘A Shrimp Po-Boy Dressed (Toussaint heeft ook een song die zo heet, red.): dat is een simpele sandwich, maar geen rommel uit Subway! De basis van een Shrimp Po-Boy wordt gemaakt met garnalen en Frans brood, ‘dressed’ wil zeggen dat je er ketchup, pikante saus, sla, tomaat, of mayo bij vraagt. Ik heb de mijne het liefst met kaas.

»New Orleans serveert nu eenmaal de beste zeevruchten ter wereld – we’re heavy on the fried shrimp, the barbecue shrimp and the fried oysters.»

HUMO Met welke song op de achtergrond smaakt zo’n Shrimp Po’ Boy het best?

Toussaint «‘Southern Nights’.»

HUMO De nostalgische titeltrack van uw soloplaat uit 1975, naar verluidt geschreven nadat de legendarische arrangeur Van Dyke Parks een bezoekje aan de Sea-Saint studio gebracht had.

Toussaint «Hij bezocht me op een moment dat ik twijfelde of mijn plaat écht af was. Hij kende dat probleem maar al te goed en zei: ‘Beeld je in dat je over twee weken doodgaat. Wat zou je in dat geval nog gezegd willen hebben in een song?’ Toen heb ik ‘Southern Nights’ geschreven: als ode aan mijn jeugd.»

HUMO Herinnert u zich nog waar en wanneer u als tiener uw grote voorbeeld Professor Longhair – gokker, bokser en als muzikant de grondlegger van de New Orleans pianostijl – voor het eerst live hebt zien spelen?

Toussaint «Absoluut! Het was in de Valencia Hall, op een sock hop: dat waren optredens die middelbare scholen toen organiseerden – denk aan ‘The Dick Clark Show’, maar dan zonder de tv-camera’s. Hij speelde er op een gammele piano. Ik dacht eerst: ‘Hoe kan het dat zo’n gigant op zo’n prutspiano moet spelen?’ Maar die kleine prutspiano werd groter dan de ruimte waarin hij speelde, en het was alsof ik in de ban was van een toverspreuk – it was a delight. A delight!

'Nadat ik Professor Longhair gehoord had, wist ik hoe mijn leven er moest uitzien'

»Ik was toen 16 (het was dus in 1954, red.), en op dat moment luisterde ik al jaren naar zijn platen. Ik weet nog dat ik, toen ik Professor Longhair voor het eerst hoorde, verbaasd en gechoqueerd was tegelijk. Zijn rasperige stem, hoe hij een noot zong en die dan nog in hetzelfde woord een octaaf liet vallen: simpel, maar volledig zijn eigen ding. En op de piano had hij véél trucs die alleen van hem waren. Heel zijn muziektaal was zo ver verwijderd van de norm, dat ik niet anders kon dan een complete bocht naar links nemen. Ik ging op zoek naar al z’n platen en ik wist meteen hoe mijn eigen leven er moest uitzien. Alles wat ik ooit van hem gehoord heb: ik ken het nog altijd en kán het nog altijd.

»Als je hem tegenkwam in New Orleans, als hij uit een bar stapte of zo, dan wist je alleen al aan zijn manier van bewegen dat hij het was. Ook in z’n motoriek had hij een heel eigen stijl – heel speciaal en raar. I just loved him dearly.»

HUMO Op uw 19de had u uw eerste belangrijke studiojob te pakken: als pianist invallen voor Fats Domino, die nog op tournee zat. Een paar dagen later kwam hij dan z’n vocals inzingen. U kreeg geen credits voor uw pianospel op die singles?

Toussaint «Dave Bartholomew, de producer van Fats, had een deadline te halen, maar Fats zelf was in Europa op tournee. Men werkte op dat moment met twee sporen – je kon dus alle instrumenten op één spoor zetten, en de vocals op een ander. Dus belde Dave me om op drie songs piano te spelen – ‘zoals Fats dat zou doen’. Ik kende alles van Fats Domino and he never fixed what wasn’t broken – hij had een stijl die prachtig imiteerbaar was. En ik speelde de songs zoals ik dacht dat Fats ze zou spelen. Dat ik geen credits kreeg, daar maalde ik niet om. Het was een plaat van Fats Domino, en ik was niet op zoek naar erkenning. Wie me moest kennen – Dave Bartholomew, de muzikanten – kende me.»

HUMO Maar zat Fats Domino er niet mee dat een 19-jarige snotneus even goed piano kon spelen als hij?

Toussaint «Ik was niet even goed als hij, I was equally good at imitating him! Want Fats Domino was de grootste reus die er was. Hij en Louis Armstrong: the largest giants we ever had. Hij had op dat moment al meer 30 miljoen platen verkocht, dus Fats Domino had nergens een probleem mee. Maanden later zei hij eens tegen mij dat hij niet kon horen wie er nu eigenlijk piano speelde op ‘I Want You to Know’: ik of hijzelf. Eén van de mooiste complimenten uit mijn leven.»

HUMO Een laatste song voor onze interviewtijd erop zit: het door u geproducete ‘Lady Marmelade’ van Labelle uit 1974 heeft de discorage mee vormgegeven. Maar waren jullie in New Orleans met disco bezig?

Toussaint «It was just very much New Orleans, ik heb het nooit als een disconummer beschouwd. En ik heb het zeker niet opgenomen met disco in gedachten. Maar het werd een hit en bleek perfect in die nieuwe markt te passen – geen probleem. Those ladies were so powerful! En dan die provocatieve teksten in het Frans... Ik begreep onmiddellijk wat ze wilden zeggen, en hoe de song moest klinken. Als er dan toch zoiets moest gezegd worden, dan was New Orleans de beste plaats om dat te doen (lacht).»

HUMO Tot slot: wat bent u van plan te spelen in Antwerpen?

Toussaint (begint weer op z’n piano te spelen) «Ik ben constant nieuwe muziek aan het schrijven, dus er zullen wel enkele onbekende songs tussen zitten, maar ik weet ook hoe ongeduldig het publiek is. Schrijf maar op: vooral bekende nummers – de meeste bekend gemaakt door other folks, daar hebben we het zonet over gehad... (gaat verder met spelen; Humo wordt muisstil en luistert, luistert, luistert...)»

Beluister 'New Orleans' integraal hieronder:

Humo 3922/45 3/11/2015

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 3 november 2015

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven