Herman Brusselmans: 'De schrijfsters'

, door (hb)

Herman Brusselmans: 'De schrijfsters'

In z’n essaybundel ‘De dood als modeverschijnsel’ schrijft de Roemeense filosoof Ilju Céanèscu (in een vertaling van Annelies Verbeke): ‘De dood is niks anders dan een saucijzenbroodje bij maanlicht, een knoopsgat in duplo, kaarsvet op een stereoinstallaatsie. De dood is slechts als een jonge schrijnwerkerszoon die in z’n Chrysler Voyager pepersaus morst op z’n kartonnen stropdas.

Ja, de dood is niets minder maar zeker ook niets meer dan verkrompen straatstenen, vogels wier veren naar het zuidoosten wijzen, krakkemikkige teelballen van een oude reu. We moeten de dood dus niet vrezen, maar haar ridiculiseren, mede door het leven op een semantische wijze te voorzien van cryptische doelstellingen.’

Derhalve vroeg ik aan Annelies Verbeke: ‘Waar heb jij zo goed Roemeens geleerd, Annelies baby?’ Zij zei: ‘Dankzij het boekje ‘Roemeens op een drafje’, alsmede veelvuldig luisteren naar de Roemeense staatsradio.’ Annelies droeg een diep uitgesneden blouse en een ultrakorte minirok, en aan haar poezelige voeten, zoals ze zo gewend is, naaldhakken van heb ik je daar. Ze was prima opgemaakt, en rook naar Confuse de Titte van Dior, en eerlijk gezegd werd ik heel geil van haar.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven