Björn Soenens, VRT-hoofdredacteur: 'Journalistiek heeft niet als taak agressie en vijandschap te bevorderen'

, door (bdc)

björn soenens
© Anton Coene

'Als kind schreef ik brieven naar Martine Tanghe: wat moet ik doen om jou te worden?'

HUMO Volgende week verschijnt ‘Amerika. Een droom op drift’: een herwerking van uw vorige boek over de VS, met meer dan honderd nieuwe pagina’s.

Björn Soenens «We werken voor vluchtige media, maar wie schrijft, die blijft. Ik probeer ook de verhalen in mijn hoofd te ordenen. Ik heb zoveel gesprekken gevoerd en zoveel gelezen en kennis opgedaan dat ik het zonde zou vinden als dat zou verdwijnen. In het leven moet je proberen je plicht te doen. Je tour of duty, zeggen ze in de VS. Ik ben een verteller: alles wat ik te weten kom, wil ik doorgeven. Daarom worden journalisten ook journalisten. Het is geen beroep, wel een manier van zijn.»

HUMO Wanneer wist u: ik word journalist?

Soenens «Heel vroeg al. Ik was nog geen 10 toen ik met een cassetterecorder ‘Het journaal’ en ‘Panorama’ opnam. Ik schreef brieven naar Martine Tanghe waarin ik vroeg: ‘Wat moet ik doen om jou te worden?’ Het was geen evidente keuze voor iemand die in Ingelmunster opgroeide, maar ik moest en zou het worden. Ik geloof dat talent maar voor 5 procent telt om je doel te bereiken. De rest is nauwgezet en wanhopig oefenen, hard werken, kennis vergaren.»

HUMO Je zou denken: hoofdredacteur van ‘Het journaal’ zijn is een meer dan fulltimejob. Toch bent u ook nog Amerikawatcher, schrijft u boeken, en leest en reist u veel. Hebt u 32 uur in een dag?

Soenens «Ik heb weinig slaap nodig. Vier tot maximaal zes uur per nacht. Als ik een boek schrijf, begint mijn tweede werkdag rond halfelf ’s avonds. Dan ben ik nog fris, weet ik dat ik door niemand gestoord zal worden en schrijf ik tot twee uur ’s nachts. Ik ga dood als ik mij niet constant kan voeden. Je zou kunnen vragen: ‘Leef je eigenlijk wel?’ Ik vraag me dat soms ook af. Af en toe ben ik een waarnemer van mijn eigen leven, maar ik heb non-stop een shot nieuwe kennis nodig. Anders droog ik uit.

»Ik ben soms verwonderd als ik stukken uit mijn boek teruglees. Dan denk ik: ‘Amai, hoe ben je tot die formulering gekomen?’ Mijn ene grootvader was schrijnwerker en de andere klompenmaker. Schrijven is hetzelfde: de houtkrullen eraf halen, alles fijn maken. Ik heb altijd een schriftje bij me waarin ik van alles noteer. Voor mijn medewerkers maak ik om de twee weken ‘De kroniek van ‘Het journaal’’. Daarin schrijf ik wat goed en minder goed was, maar ook gedachten over hoe we in het leven en het werk moeten staan. Omdat ik het de plicht van een baas vind om te communiceren. Om te zeggen: dit is de richting die we uit willen gaan.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven