Michel Verschueren, Anderlecht-monument: alles voor paars-wit

, door (wh)

'Mijn vrouw en ik hebben te veel naast elkaar geleefd. Ze wist waar ik zat, ze wist wat ik deed, maar veel zag ze mij niet'

Hij kan het niet laten om mij er bij wijze van groet op te wijzen welk een ongelofelijk privilege het is door hem te worden ontvangen: ‘Mijn vrouw zei me daarnet: ‘Michel, jij bent toch een domme ezel om op een zonnige dag als deze naar Anderlecht te trekken om er een interview aan Humo te geven. Dat heb jij toch niet meer nodig?’’ Ik buig het hoofd, kijk hem met mijn trouwe hondenogen aan en glimlach dankbaar, denkende aan hoe Verschueren indertijd zélf keek en glimlachte naar zijn grote baas, de legendarische Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock. Trouw als Goebbels aan zijn Führer, zo gedroeg Verschueren zich ten aanzien van ‘meneer Constant’. Als de voorzitter floot, kwispelstaartte Verschueren met zijn zilveren vossenstaart. Die trouw heeft hem geen windeieren gelegd: Verschueren heeft in het kielzog van de Vanden Stocks de halve wereld gezien, zat met koningen aan tafel, was kind aan huis bij the rich and famous. In de loop van ons gesprek zal hij mij toevertrouwen: ‘Spring niet te snel over de kop van je baas, anders duurt het sprookje niet lang.’ Voorwaar, een gouden levensles!

Michel Verschueren «Ik ben afkomstig van Boortmeerbeek, een dorp tussen Mechelen en Leuven. De vader van mijn moeder werd Boer Vos genoemd, omdat hij algemeen bekendstond als een sluwe en slimme commerçant. Hij was beenhouwer en hield café. Opmerkelijk: later, bij Anderlecht, ging men mij De Zilvervos noemen. Die bijnaam had ik te danken aan mijn grijze haren. En aan de vrouw van Constant Vanden Stock (lacht). Bon, Boer Vos had drie dochters. Eén van die drie, Ida, trouwde met mijn vader, Oscar Verschueren, een bankbediende.

»Vader had als reserveofficier gevochten in Frankrijk in ’40-’45, en was teruggekomen met zware astma: waarschijnlijk had hij gas geslikt. Zijn gezondheid was naar de vaantjes en hij verloor zijn job. Mijn vader was te ziek om zich veel met de kinderen bezig te houden. Ons gezin heeft toen harde noten moeten kraken: wij waren niet echt arm, maar duidelijk wel de minsten van de familie. Ik dacht: ‘Verdomme, dit wil ik later niet zelf meemaken. Ik wil slagen in het leven!’ In Boortmeerbeek was ik de sukkelaar. Ik voelde mij de onbeduidendste, de kleinste, de jongen zonder luxe.»

'Ik krijg vaak jonge mensen op bezoek die in de sportwereld een toekomst willen opbouwen: 'Mister Michel, wat is je geheim?''

HUMO U had een minderwaardigheidsgevoel?

Verschueren «Een beetje wel, ja. Maar ik verzette mij daar-tegen: ‘Míj gaan ze niet hebben.’ Als jongetje was ik wild, soms al te voortvarend. Maar een echte rebel ben ik nooit geweest. Ik begreep snel dat ik er, met mijn afkomst, alleen zou komen met inzet, orde en discipline.»

HUMO Uw puberteit viel midden in de oorlog.

Verschueren «Er is nog een V2 achteraan in onze hof gevallen. ’s Nachts sliepen wij in de kelder. Wij sloegen met de hele familie op de vlucht voor de Duitsers – naar Frankrijk, onder leiding van mijn oom, Jef Sarma, zo genoemd omdat hij vlees leverde aan de Sarma. Die oom had het niet zo op mij begrepen. Tijdens die vlucht ben ik gaan lopen, als 10-jarige! Gelukkig werd ik snel teruggevonden (lacht).

»Van 1950 tot 1954 was ik keurgymnast: ik liep in die tijd beter op mijn handen dan nu op mijn voeten (lacht). Zo kwam ik in de keurploeg van Michel Bottu (bekend van z’n dagelijkse vijf minuten ochtendgymnastiek op de radio, red.) terecht. Mijn discipline heb ik van Bottu: wij moesten úren trainen (toont mij een foto waarop hij en vijf andere turners in handenstand op de plint staan). Bottu was een aanhanger van de Zweedse gymnastiek: lenigheid, souplesse. Ik kreeg in Leuven ook les van Mon Vanden Eynde, de trainer van Gaston Roelants. Bottu en Vanden Eynde dachten veel verder dan de toenmalige voetbaltrainers.»

HUMO Bij dat keurturnen, bij iedere sport eigenlijk, train je niet alleen je spieren, maar ook je wilskracht.

Verschueren «Absoluut. Mens sana in corpore sano. Karakter kweken, hè. Jouw reeks gaat over levenslessen. Wel, hier komt er een zéér belangrijke: doe aan sport, zeg dat Mister Michel het gezegd heeft. Het waren de jaren 50, de tijd van de rock-’n-roll en van Expo ’58. Maar ik deed daar alleen van een afstand aan mee: ik kwam nooit om vier uur ’s ochtends met een stuk in mijn voeten thuis. Nooit. Ik dronk melk, leefde als een asceet. Toen ik in Aalst lesgaf, logeerde ik op het internaat van het VTI. Mijn kamer werd onderhouden door de nonnetjes. Het enige wat voor mij bestond, was werken, eten en slapen.»

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven