Onze Man op de spoedafdeling: 'Slachtoffer of dader: ik kijk niet naar de persoon, wel naar de kwetsuur. Pas achteraf denk ik: 'Klootzak''

, door (jm)

'Het gebeurt weleens dat we allemaal samen in de ziekenwagen zitten te zingen'

Daar klinkt het geluidssein dat het midden houdt tussen het getjilp van een krekel die wel erg graag wil copuleren en een wekker waarvan de batterijen aan palliatieve zorgen toe zijn. De bel: er is een noodoproep. Ik stap voor het eerst in de MUG-wagen van de Mobiele Urgentie Groep van het UZ en de avondspits splijt voor ons open.

Erwin Waelkens «Die eerste keren met de ambulance, dat gaf telkens een kick. Iedereen ging aan de kant! Mensen hebben die reflex nu veel minder. Ik geloof dat er een soort van gewenning is ontstaan: ‘Ach, zo dringend zal het wel niet zijn.’»

Waelkens (58), één van de 44 verpleegkundigen op de spoedafdeling, kan het weten: hij is een ancien. Hij begon in 1980 in het UZ, op ‘de oude spoed’. De huidige locatie, hoewel ook al enigszins uit de tijd, wordt nog steeds consequent als ‘de nieuwe spoed’ aangeduid.

Waelkens «In 1980 bestond de MUG nog niet. We hadden één ambulance, en een wagen voor secundaire transporten (vervoer van patiënten vanuit een ander ziekenhuis naar het UZ, red.). Het was de tijd van de brancards zonder wielen: we moesten patiënten soms honderden meters ver dragen. Dat was een heel zware belasting voor de rug. Geloof me: de man of vrouw die bedacht heeft dat er wieltjes onder een brancard kunnen, verdient een standbeeld.

»Ook op andere vlakken verliep het allemaal niet zo efficiënt als nu. Als we een patiënt naar één van de katholieke ziekenhuizen moesten brengen, stonden we vaak een hele tijd te wachten voor de poort. Dan was het een moeder-overste of een zuster die moest komen opendoen, en die mensen waren vaak op leeftijd.

»In het begin van de jaren 80 kwam de MUG – ik herinner me nog de eerste: een oranje Volvo. Verpleegkundigen konden zich opgeven als bestuurder. Dat leek me wel wat, en zo heb ik twee jaar aan het stuur van de MUG gezeten. Dat was heel stresserend, want ik woon niet in Gent, en moest dus echt studeren op het stratenplan. Elke chauffeur moest zijn boek maken: een stratenplan dat je opbouwde volgens je persoonlijke referentiepunten. ‘Blankenbergestraat: voorbij huis tante Agnes, tweede straat links’ – op die manier. De arts zat dan met de kaart op schoot mee te zoeken.»

Ook Hilde Bruggeman (56), één van de 23 huidige ambulanciers, herinnert zich die tijd nog.

Hilde Bruggeman «De wagens gingen almaar sneller en kregen steeds meer pk. Dat leidde weleens tot gevaarlijke toestanden. Nu is er een duidelijke richtlijn: maximaal twintig kilometer per uur boven de toegestane snelheid.»

Waelkens «In die beginperiode zijn drie MUG-wagens gewoon kapotgereden. Dat is de reden geweest om beroepschauffeurs aan te werven.»

Bruggeman «Nogal wat taxichauffeurs stapten toen over naar de ambulance en de MUG. Die waren er makkelijk uit te pikken: de referentiepunten in hun boek waren vooral cafés (lacht)

Waelkens «Maar dé grote revolutie was natuurlijk de MUG die uitrukt met een arts. Tevoren gingen alleen verpleegkundigen ter plaatse. Onze verantwoordelijkheid was groot: als een patiënt slecht was, moesten wij de levensreddende ingrepen doen. Enfin, in principe moesten we dan een huisarts opvorderen. Maar het duurde vaak lang voor die ter plaatse was, en soms wisten wij beter wat er moest gebeuren. Vaak gaf zo’n huisarts dat zelf aan: ‘Doe maar, doe maar.’ Reanimeren, infusen prikken, medicatie geven: wij waren goed opgeleid, dus wij kónden dat.»

Mijn MUG-carrière is pas begonnen, en ik moet het toegeven: mijn hartslag is een dubstepbeat. ‘Dat is het blauweknipperlichtsyndroom,’ zegt professor Peter De Paepe (45), het hoofd van de spoedgevallendienst. Ook Lieven Desmedt (28), urgentiearts in opleiding, herkent de roerige opwinding van zo’n snelle, door een krachtige sirene aangekondigde interventie.

Lieven Desmedt «De eerste honderd keren dat ik in de MUG zat, was dat met een smile. Alles is plots stress en opwinding. Maar dat went, en algauw besefte ik dat het daar allemaal niet om draait.»

Bruggeman «Meer nog: wie het louter doet om met 170 kilometer per uur door rode lichten te knallen, valt er snel tussenuit.»

We komen aan in het industriepark waar de chauffeur van een pakjesdienst onwel is geworden. Er is even voor zijn leven gevreesd, maar intussen is de man weer bij zijn positieven, en vertelt hij kwiek wat hem precies is overkomen. Er is zelfs plaats voor situatiehumor: terwijl de arts en de verpleegkundige van de MUG de chauffeur onderzoeken, proberen omstanders met zijn gsm z’n familie te bellen. Dat blijkt nog niet zo simpel: er wordt telkens opgenomen, maar er is niemand te horen aan de andere kant van de lijn. Tot blijkt dat de chauffeur z’n Bluetooth-oortje nog aan heeft, en het ‘Hallo? Hállo?’ van z’n vrouw dáár dus terechtkomt.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven