Onze Man op de spoedafdeling, deel 2: 'Wij komen overal, en altijd onverwacht, en dan zie je hoe lelijk het leven kan huishouden'

, door (jm)

Onze Man op de spoedafdeling deel 2
© Wouter Van Vaerenbergh

Lees ook 'Onze Man op de spoedafdeling, deel 1'

'Ik hoor nog altijd de schreeuw van een moeder van een kindje van zes maanden dat gereanimeerd werd. Hartverscheurend'

De vooravond. Het is druk – bijna schreef ik: aangenaam druk – en ik maak een ronde langs de bedden. Daar wordt concreet wat op het overzichtsscherm in de verplegingspost abstract is. ‘Brandwonden’ betekent: belaagd met frietvet door een boze buurman. ‘Trauma. Groot’ wordt: een schedelbreuk na een val met de fiets. ‘Pijn op de borst’ klinkt in vertaling als: we vinden geen groot onheil, maar verder onderzoek zal uitwijzen of uw hart nog altijd het ritme van een vrolijk wijsje klopt. Tientallen diagnoses per dag, honderden per week, duizenden per jaar: een ketting van ongemak, ongeval, ziekte, dood en vals alarm waar elke dag een paar nieuwe schakeltjes aan vastgeklikt worden. En onder al die bloedwaarden, labstalen en scans telkens het hoogstpersoonlijke verhaal van iemand die hier niet wilde zijn, maar nu toch blij is dat-ie hier is, op een ziekenhuisbed, achter een gordijntje.

Man bij de dokter

Ik kijk naar het doortastende jagen en draven van de artsen en verpleegkundigen, naar hoe ze telkens weer de orde vinden in de chaos.

Erwin Waelkens (verpleegkundige) «Vergis je niet: de stress is groot. In de jaren 80 hadden we 12.000 opnames per jaar. Nu zitten we aan 32.000. Ik werk hier bijna veertig jaar, maar ik weet niet of dat nu nog mogelijk is, zo’n lange loopbaan.»

Lieven Desmedt (spoedarts in opleiding) «Als het heel druk is, kun je niet altijd alles doen wat je zou willen doen. Dan neem je sneller beslissingen. ‘Een beetje pijn op de borst? Oké, u gaat naar de hartspecialist.’ Dat vind ik wel spijtig. Je wilt het toch vollediger uitwerken.»

Steve D’hoker (hoofdverpleegkundige) «Er zijn momenten waarop je de juiste prioriteiten moet stellen, en wat minder belangrijk is even aan de kant moet schuiven. De echte perfectionisten worden daar ongelukkig van.»

Wat opvalt: mensen melden zich vaak met ogenschijnlijk kleine kwalen.

Waelkens «We zien veel patiënten die hier strikt genomen niet thuishoren. Daar zijn verschillende redenen voor. Mensen willen hun huisarts niet storen, of kunnen hem niet bereiken. Ze weten dat ze hier niet meteen hoeven te betalen. Ze komen omdat het makkelijk is. Of ze moeten maanden wachten op een consult bij de specialist, en zien in de spoedafdeling een binnenwegje. En wij mogen geen zorg weigeren.»

Erik Christiaens-Leysen (verpleegkundige) «En wat is dringend? Wat voor ons een banaliteit is – een verstuiking, of een snijwondje dat de huisarts ook kan behandelen – is voor de patiënt misschien wel iets heel urgents. Ik heb daar geen probleem mee. Je mag iemand niet het signaal geven dat-ie niet welkom is.»

Desmedt «Mijn basishouding is: elke patiënt moet de zorg krijgen die hij nodig heeft. Maar soms is het moeilijk. Als ik in het midden van de nacht iemand met banale tandpijn voor me krijg, of iemand die zich lichtjes gestoten heeft, dan voel ik weleens iets wat naar ergernis neigt. Ik uit dat nooit verbaal, maar je ziet het aan mijn lichaamstaal. Ik heb er onlangs een opmerking over gekregen, en daar heb ik echt van afgezien. Ik heb nu voor mezelf beslist: ik laat me nooit nog verleiden tot ergernis.»

De tijd van first come, first served is in elk geval voorbij. Wie zich aanmeldt op de spoedafdeling, gaat door een triage en krijgt een kleur – van groen (vrij onschuldig) over geel en oranje tot rood (levensbedreigend).

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven