'De werkelijkheid als ijspriem'
Dwarskijker over '2 meisjes op het strand' en 'Radio 2 Zomerhit'

, door (rv)

meisjes 1200

'De nieuwe miepen van K3 zijn niet meer te vermijden in het gemiddelde amusementsprogramma'

2 meisjes op het strand

VTM – 19 augustus

Radio 2 Zomerhit

Eén – 21 augustus

Onlangs had ik ineens schoon genoeg van tobberijen over religieus getinte massamoordenaars en kinderen met een bomgordel om waar Gods zegen op zou rusten. Ik wilde ook niet langer piekeren over machtsdronken autocraten, hufterige populisten en drammerige ultra’s die er, met het nieuwste modelletje oogkleppen op, blindelings van uitgaan dat ze het morele gelijk aan hun kant hebben. Ik was zelfs tijdelijk uitgekauwd op de kosmische quizvraag ‘Zijn of niet zijn?’, en out of the blue vroeg ik me zo frivool mogelijk af of een wekelijks hitparadeprogramma op de televisie nog aftrek zou vinden in deze tijd. Kijk, daar houd ík me dan weer mee bezig.

Zouden jeugdige en veelbelovende televisiemakers niet eens scheppend moeten nadenken over een format dat z’n voordeel met de hitparade doet zonder daarbij glibberig commercieel te zijn? Iets met scherpgerande humor erin, of humor tout court, toonaangevend in beeld gebracht, en met een stuk of wat verrassende wendingen? In de vorige eeuw, omstreeks 1980, was ‘Hitring’ niet onverdienstelijk – 36 jaar geleden al! Ik lach ineens bittere tranen, merk ik, en ik denk aan de dingen die voorbijgaan: het videosysteem Betamax bijvoorbeeld. Soit. ‘Hitring’ werd gepresenteerd door Kurt Van Eeghem, die de gedaante van ene Raphaël Goossens had aangenomen, een opgeprikte snuiter in de sfeer van camp, en die zich vandaag de dag voor cultuur beijvert bij Klara. ‘Hitring’ sleepte de allereerste Ha! van Humo in de wacht, een onderscheiding die al felbegeerd was nog voor ze goed en wel bestond. Gisteren, toen ik waarlijk jong was, beleefde ik ook een zeker genoegen aan het hitparadeprogramma ‘AVRO’s Toppop’, hoewel ik in mijn tienerjaren al een strikte scheiding maakte tussen popmuziek die er volgens mij toe deed in een vluchtig mensenleven, en de troep waarvan de toenmalige top 30 bulkte – eigenwijs durfde ik dienaangaande van alles te beweren op het schoolplein, vaak ten overstaan van dezelfde volgeling, die, naar hij zelf zei, zijn liefde voor muziek maar niet onder woorden kon brengen. Als die sympathieke toehoorder wegens bijvoorbeeld griep of een kleine maar daarom niet minder gênante chirurgisch ingreep afwezig was, mompelde ik mijn onwankelbare overtuigingen wel voor me uit, want publiek had ik al met al niet nodig. Die onuitstaanbare ‘ik’ van weleer heb ik veel later kaltgestellt. Sindsdien heb ik nog meer ‘ikken’ geëlimineerd – ik kreeg de smaak te pakken – en ook deze ‘ik’ heeft stilaan zijn beste tijd gehad, voel ik. Maar ze groeien altijd weer terug, als de staart van een hagedis.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven