'Huiveringwekkende schoonheid'
Dwarskijker over 'Spoed 24/7', 'Kroost', 'Ten oorlog: onder Vlaamse velden' en 'Exitus'

, door (rv)

dwars

Spoed 24/7

Eén – 29 augustus

Vijf en een half jaar geleden placht ik me nog met twee pakjes Marlboro Light per dag te troosten. Daar kwam onheil van dat me trof als de bliksem, bij heldere hemel dan nog wel, op een zonneklare ochtend in november. Een arts in de spoedafdeling van de dichtstbijzijnde kliniek liet me verstaan dat de zeis van de Grote Snaaier scheerlings over me heen was gezoefd. Nu ja, die medica, een geheid no-nonsensetype op erg platte schoenen, maakte natuurlijk geen melding van de Grote Snaaier en zijn zeis; ze liet zich veeleer populairwetenschappelijk over mijn nare wedervaren uit, waarna ze me op dwingende toon vroeg hoeveel ik rookte. Haar iets wijsmaken was onbegonnen werk. Ik vergleed in een onwezenlijke stemming; ik was, hoe aanwezig ook, zo goed als afwezig, maar dat belette me niet om me beroerd te voelen, en veel te sterfelijk. Nu ik dit node oprakel, bekruipt mij een gevoel van broosheid waarvoor ik moet oppassen, want gedachten aan de zijden levensdraad leiden in mijn geval alleen maar tot treurig suffen, een zijnstoestand die geen vruchten afwerpt.

Het spreekt vanzelf dat ik de eerste aflevering van ‘Spoed 24/7’ niet met verlangen tegemoet heb gezien, maar omdat ik met plichtsbesef kamp, heb ik er toch naar gekeken. 24 uur op 24 registreerden 60 vaste camera’s 6 weken lang de bedrijvigheid en het komen en gaan in de spoedafdeling van UZ Leuven. Uit die wirwar van beelden krijgt het kijkerspubliek een welgekozen en met zorg gecomponeerde selectie te zien. Ik vroeg me af in hoeverre je fysiek lijden, soms in het grensgebied tussen leven en dood, te kijk mag zetten, ook al hebben de betrokken spoedgevallen met ‘Spoed 24/7’ ingestemd. Ik vroeg me ook af of datgene wat je naar de spoedafdeling van ziekenhuizen drijft niet tot de privésfeer behoort, en hoe het heden over het algemeen met privacy is gesteld. Mooi dat ik me dat allemaal afvroeg – ik zal wel de kwaadste niet zijn – maar aangezien niets menselijks me vreemd is, bleef ik intussen stug doorkijken, ook wel omdat ‘Spoed 24/7’ mij steeds meer aanzoog. Niet dat ik er op den duur aardigheid in had, maar ik erken dat er een twijfelachtige aantrekkingskracht van dit soort programma’s uitgaat, die mij alles wel beschouwd ook enigszins afstoot.

Als je zelf geen om leniging kermend spoedgeval bent, kon je in dit programma zo nu en dan van onbedoelde humor genieten. Een oudere man was met z’n fiets tegen de vlakte gesmakt. Zijn vrouw, die als woordvoerster naast zijn rollend ziekenhuisbed had postgevat, begon haar ooggetuigenverslag met: ‘Ik heb zijn heup horen kraken.’ Toen haar echtgenoot ook iets wilde opperen, sneed ze hem de pas af: ‘Zwijg efkes.’ De rolverdeling in hun huwelijk was duidelijk. Na een tijdje bleek de man, in weerwil van die heup, wel heel erg praterig te zijn. Van elke verpleegster wilde hij, al was het maar voor de gezelligheid, weten waar ze precies vandaan kwam. Hij reageerde enthousiast op verplegend personeel dat door een speling van het lot uit de omgeving van Paal afkomstig was. We kregen tussendoor ook inzicht in de knepen van verpleegsters: maakte het spoedgeval gewag van zijn tuin, dan was ‘tuin’ meteen een onderwerp om even over door te bomen, kwestie van hem af te leiden van zijn heup en in één moeite door ook van de vrouw die zijn heup had horen kraken: ‘Zwijg efkes.’ Het lukte wonderwel, tot ook de verpleegster de tijd rijp achtte voor ‘Nu moet je toch echt even zwijgen.’

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven