Kristien Hemmerechts over leven met borstkanker: 'Ik dacht meteen aan euthanasie'

, door (ms)

vrijbeeld

'Ik zei tegen mijn man: als je nog eens seks wil met een madame met twee gave borsten, go ahead!'

Kristien Hemmerechts «Vrijdag 2 oktober, kwart over vijf, ik zit aan mijn werktafel. Vraag me niet waarom, maar ineens voel ik de behoefte om aan mijn linkerborst te voelen. Ik weet het meteen. Oeioeioei! Daar zít iets. Wanneer ik de huisarts probeer te bereiken is er een voicemail – vrijdagavond is een slecht moment om aan je borst te voelen (lachje). Maandagochtend ben ik de eerste patiënt in de groepspraktijk en de dokter kan alleen maar hetzelfde constateren: ‘Daar zit iets, madame, dat daar niet moet zitten.’ De echografie, wat later, toont een superduidelijke zwarte vlek. En de oncoloog hoeft maar een halve seconde aan mijn borst te voelen: ‘Mevrouw, ik zal eerlijk zijn, het is kanker.’»

HUMO Bij de huisarts was je eerste reactie op het verdict: ‘O, wel, ik heb een mooi leven gehad.’ Meteen aan het ergste denken?

Hemmerechts «Dat doe ik altijd: het worstcasescenario. Mensen die me zegden: ‘Het komt wel in orde, Kristien!’ vond ik onnozel. Ik heb vrienden genoeg gehad die begraven zijn drie maanden nadat ze de diagnose kanker hadden gekregen. Ik dacht meteen ook aan euthanasie, ik vond het een geruststelling dat we in een land leven waar dat kan. In veel landen moet je de hele lijdensweg ten einde gaan.

»De grote vraag waar je mee zit, is natuurlijk: ‘Zit die kanker ook elders in mijn lichaam?’ Ik had het gevoel dat ik van kop tot teen vol kankercellen zat. Ik droomde dat de kanker in mijn tong zat, die zwol helemaal op, hing naar buiten als bij een hond.

»Je komt meteen in een andere realiteit terecht, alle zekerheden en vanzelfsprekendheden vallen weg. Ja, dat zijn allemaal clichés, maar daarom zijn ze op zo’n moment niet minder waar. Je kan alleen maar bezig zijn met dat ene ding dat daar zit en dat weg moet. De eenvoudigste zaken willen niet meer lukken, gewoon boodschappen doen kost een enorme inspanning. Het deed me erg denken aan hoe ik me voelde na de wiegendood van mijn twee zonen, na de dood van Herman (de Coninck, haar tweede man, red.). Je voelt je geïsoleerd. Heel veel mensen krijgen met kanker te maken, maar toch is je gevoel: ‘Alleen ík loop hier nu rond als een levend lijk.’»

HUMO Bart, je man, mocht niet aan je borst voelen. Vreemd?

Hemmerechts «Ik heb nooit goed kunnen achterhalen waarom dat zo was, hij mocht er absoluut niet aan komen. In het begin waren we allebei compleet verlamd. Er leek boven ons bed een groot bord te hangen: ‘KANKER’.»

HUMO Zoals je het opschrijft, waren er die eerste dagen veel tranen.

Hemmerechts «Ik had het vooral als mensen lief waren. Ik moest bijna vragen: ‘Wees niet té lief voor mij, dan kan ik het niet meer beheersen.’

»Gelukkig had ik een goeie oncoloog, een heel efficiënte man. Zo iemand pakt het voor een stuk van je over: ‘Madame, nu we gaan dit doen, en dan gaan we dat doen’ – heel die trein van onderzoeken. Je kunt niet genoeg benadrukken hoe fantastisch het is te leven in een land waar je zeer snel bij gekwalificeerde vakmensen terechtkunt.

»Het is raar om te zeggen, maar tot mijn zeer grote verrassing heeft het mij in die periode ook flink geholpen dat ik veel aan God heb gedacht.»

HUMO God?!

Hemmerechts «Ik ben geen gelovig mens, maar ik zou die weken veel moeilijker doorgekomen zijn als ik niet had gedacht: ‘Het is oké wat er gebeurt, ik ben in Uw handen.’ Vooral als ik ging slapen. ‘Ik moet niet bang zijn,’ dacht ik dan, ‘ik ben niet alleen.’ ‘Je slaapt zeker slecht?’ vroeg de oncoloog me, en ik kon naar waarheid antwoorden: ‘Nee, ik slaap goed,’ want ik sliep in de armen van de Heer (lacht).

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven