'Ik ben geen vuile janet. Ik ben een propere janet.' Zo man zo vrouw: de homo universalis in Jani Kazaltzis

, door (bdc)

vrijbeeld

'Ik hou van oppervlakkige dingen. Verstand op nul en gáán'

Jani Kazaltzis «Als ik aan mijn jeugd denk, dan denk ik aan een warme zomermiddag, buiten in onze tuin. Ik was 15 jaar, misschien 16. Papa had de barbecue aangestoken. De buren schoven aan, en na het eten gingen we dansen. De hele avond lang. Pas later besefte ik hoe mooi en uniek dat was. Nu koester ik dat soort herinneringen.»

HUMO Jouw jeugd, was dat Griekenland in Genk?

Kazaltzis «Ja, we woonden in Waterschei, in een echte migrantenwijk. Het woord racisme kenden we niet. We waren allemaal migranten: Grieken, Italianen, Turken, Marokkanen... Tegen elkaar zeiden we ‘Stomme Turk’ of ‘Stomme Griek’. Dat mocht. Iedereen sprak een mondje Grieks, Turks of Italiaans. Pas toen ik op mijn 20ste naar Antwerpen verhuisde, ontdekte ik wat racisme was.»

HUMO Hoe werd je opgevoed?

Kazaltzis «Onze ouders wilden dat wij ons als Belgen gedroegen. Daar deden ze veel moeite voor. Ik had ook veel Turkse vriendinnen die absoluut geen hoofddoek mochten dragen. Ten strengste verboden! Hun ouders vonden: ‘Jullie wonen hier, dus jullie moeten je gedragen zoals de Belgen.’ Zíj waren de migranten geweest. Zíj moesten in de mijnen en de fabrieken werken. Mijn papa werkte bij Ford Genk. Ze wilden dat wij het beter zouden hebben. We moesten naar school gaan, ons best doen, zodat we verzekerd waren van een mooie toekomst. Zoals de jeugdjaren van Rocco Granata in de film ‘Marina’. Toen ik die film zag, herkende ik dat meteen.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven