In vuur & vlam: Onze Man bij de brandweer

, door (jm)

brandweer1200

'Geen hand voor je ogen zien, overal gesis en gekraak: dát geeft je het meeste voldoening'

‘Vuiligheid, maar geen gevaarlijke vuiligheid.’ De officier die net met zijn brandweerploeg is uitgerukt, houdt van gebalde duidelijkheid. Een wagen van een afvalverwerkend bedrijf is gaan lekken, en heeft een dubieus goedje op de rijweg achtergelaten. De brandweer is in full force uitgerukt, vooruitgejaagd door de melding dat het om een gevaarlijke stof gaat. Maar dat blijkt dus mee te vallen: ‘Vuiligheid, maar geen gevaarlijke vuiligheid.’ Er is wel nog uren opruimwerk.

Ik zal het de volgende weken nog vaker meemaken: in de Gentse brandweerkazerne gaat het alarm af, ik sprint naar de commandowagen, en hoor op de radio hoe de noodoproep van een prikkelende vaagheid is. ‘Toegang verschaffen tot woning’ kan betekenen: iemand is thuis gevallen en raakt niet meer op eigen houtje bij de deur. Maar soms wil het ook zeggen: iemand is in huilende eenzaamheid gestorven, en het lichaam ligt al twee weken te gisten. ‘Een ingestort dak’ kan de brandweerploeg naar een onoverzienbare ravage leiden, maar net zo goed naar wat plafondschilfers die naar beneden zijn gekomen. ‘Brand’ is misschien een laaiende vuurzee, misschien een klein fikkie in oververhit struikgewas. ‘Een poesje uit een boom halen en een brand blussen. Mensen hebben lang gedacht dat dát is wat de brandweer doet,’ zegt luitenant Brecht Vandeburie (34). ‘Terwijl ons takenpakket zoveel gevarieerder is. De tijd dat de pompiers in de kazerne zaten te kaarten tot er ergens een brand uitbrak, is echt wel voorbij.’

De sfeer op weg naar een interventie valt nog het best te omschrijven als afwachtende lacherigheid. ‘Maar zodra we via de radio horen dat er mogelijk slachtoffers zijn, slaat dat helemaal om,’ zegt brandweerman Thibault Beerden (24). ‘Dan wordt iedereen stil en ernstig.’

In de weken dat ik in de kazerne rondloop, vallen er nauwelijks ernstige incidenten voor. De dagen waarop er ook weinig kleine interventies zijn, worden gevuld met oefeningen, sport en karweitjes. En hoe langer ze van actie verstoken blijven, hoe minder de brandweerlui hun best doen om hun ennui te verbergen. Ik teken het op uit meer dan één mond: ‘Geef ons snel een goeie brand.’

Thibault Beerden «Er wordt vaak gezegd dat in elke brandweerman een kleine pyromaan schuilt. Dat is natuurlijk overdreven, maar het klopt wel dat dát is wat we willen doen: branden blussen.»

Brecht Vandeburie «Als het dan toch moet branden, dan hoop je natuurlijk dat het tijdens jouw dienst is.

»Tijdens drukke periodes zie je iedereen in de kazerne ontspannen en opgewekt rondlopen. Maar wanneer het al een tijdje kalm is, voel je iets van onrust ontstaan – en wordt er bijvoorbeeld gesakkerd op de officieren (lacht). Dan weet je: tijd dat we nog eens naar buiten mogen.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven