Joyce Delbaere: 'Kerre'

Joyce Delbaere: 'Joyce Delbaere'

‘Ze zeggen dat het bij liefdesverdriet stom is om troost te zoeken in de armen van een andere man. Wel, ik kan het weten: daar is niks van aan. Ik had mij op die toffe gast gestort die ze Kerre noemen, hij heet Kerkhofs of Kerremans of zoiets. Om Geert, die mij had gedumpt, jaloers te maken. En omdat ik er zin in had. Toen ik de volgende ochtend naar huis ging voelde ik niks, tenzij een lichte neiging om zijn appartement op te ruimen, want amai was me dat een rommeltje zeg!

Ik heb die rommel even visueel op mij laten inwerken. Want die reflex moet ge hebben als schrijfster: de dingen tot u laten spreken, met aanvoelen alleen komt ge er niet, hoor! Toen ik thuiskwam, heb ik meteen het rommelige appartement van de poolboy (hoofdstuk 5) beschreven, en dat werd zo overtuigend dat ik weer die neiging tot opruimen kreeg terwijl ik het herlas. Sterk geschreven!

Ik stuurde de passage door naar Geert. Hij antwoordde meteen: ‘Sorry, Joyce, zoals gezegd: ik ben niet langer van plan ‘Effe chille’ uit te geven.’ Ik wou antwoorden: ‘Gij hebt helemaal niks gezegd, gij hebt dat met een sms laten weten, lafaard!’ Maar ik wou hem niet kwetsen. Ik weet dat hij met een dominante vrouw zit die mij niet kan uitstaan.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven