De kinderen van oostfronter Jan Fossey reageren: 'Hitler blijft zijn beste vriend'

, door (ja)

De oorlog die nooit is opgehouden: de kinderen van oostfronter Jan Fossey reageren

'Het is veelzeggend dat wij alle drie in de psychiatrie hebben gezeten'

Na het interview liet de reactie van Gerrit Fossey (52), de op één na jongste zoon van Jan Fossey, niet lang op zich wachten. Er moest hem dringend wat van het hart. In een lange mail aan de redactie vertelde hij hoe het hem vele jaren van zijn leven had gekost om afstand te nemen van ‘de fundamentalistische gedachten’ van zijn vader, maar met het interview was alle boosheid en verdriet, die hij met veel moeite een plaats in zijn woelige bestaan had gegeven, onweerstaanbaar weer naar boven gekomen. Hij moest reageren. Mensen hadden het recht te weten wat het sluipende gif van het fascisme in hun gezin had aangericht. De oorlog, schreef hij, was nooit opgehouden.

Gerrit Fossey «Ik heb al mijn woede in één ruk neergeschreven. Mijn uitgangspunt is: als mijn vader zijn ideeën binnen zijn clubje van gelijkgestemden houdt, is het oké. Als hij ermee naar buiten treedt, reageer ik. Ik wil niet geboekstaafd staan als ‘de zoon van een onverbeterlijke oostfronter’.»

Voor hij zijn mail naar Humo verstuurde, had Gerrit ’m door de vier andere kinderen laten nalezen. Zij maakten geen bezwaar. Zij hadden ook, elk op hun manier, geworsteld met de verwarrende erfenis van ‘ons vader’ – een starre prinzipienreiter, maar tegelijk ook een warme familyman. Voor het interview met Humo zijn Koen (63) en Frieda (60), de oudste broer en zus van Gerrit, mee naar Antwerpen afgezakt.

Koen fossey «Ik bekijk het wat filosofischer dan Gerrit: ik ben in de eerste plaats nieuwsgierig naar dit gesprek. Ons vader heeft me, na het interview, gebeld met de vraag of hij voor Humo op de foto mocht.»

Frieda fossey «Ik wist nergens van. Hij heeft, zoals gebruikelijk, alleen zijn zonen geraadpleegd. Maar bij de nalezing van het interview was er wel een praktisch probleem: de printer van mijn jongste broer deed het niet. Hij vroeg me het artikel af te drukken. Ik heb dat gedaan, maar ik heb het onmiddellijk weer gedeletet: ik wilde het niet in huis.

»Gerrit heeft het over de oorlog die nooit is opgehouden. Ik begrijp dat volkomen. Een therapeut heeft me ooit gezegd: ‘Jij bent een oorlogskind dat de oorlog niet heeft meegemaakt.’ Als ik van school kwam met een leerboek geschiedenis in mijn boekentas, volstond dat voor een vlammend exposé van ons vader. Alles wat in dat boek over nazi’s en Joden stond, alles over de Holocaust, was gelogen. Ik dacht dus: ‘Het klopt niet.’ Uiteraard dacht ik dat: elk kind denkt dat zijn vader de waarheid spreekt, toch? Ik kropte het op, ik duwde het van me weg: het was behoorlijk verwarrend. Ik heb jarenlang met het idee rondgelopen dat onze schoolboeken vol fouten stonden. Tegelijk deed ik alles om in zijn gunst te komen: ik volksdanste, ik ging mee naar het Vlaams Nationaal Zangfeest, naar de missen voor August Borms. Zelfs toen ik al getrouwd was, vergezelde ik hem nog naar de bals van de Volksunie. Alleen: in zijn ogen bestond ik niet. Hij heeft me jaren ‘Frits’ genoemd, terwijl ik Frieda heet. Vrouwen zijn voor hem ondergeschikte wezens.

»Ons moeder was volgens hem ook dom. Ze was geen intellectueel, maar ze had veel kwaliteiten die hij beknotte.»

'O wee als mijn dochtertje te veel Engelse liedjes zong: dan kreeg ze de volle laag van bompa'

Gerrit «‘Vrouwen horen aan de haard,’ zei hij.»

Koen «En: ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.’ Hij voelde zich geroepen tegenwicht te geven. Tijdens het avondeten kregen wij geschiedenisles, zíjn versie van de feiten. Hij eiste ook volstrekte stilte, zodat hij ongestoord naar de nieuwsuitzendingen kon luisteren. In die tijd haalde Simon Wiesenthal, de befaamde nazi-jager, geregeld het nieuws – als hij weer eens een kampcommandant bij de kladden had. Dat was het sein voor hem om uit zijn krammen te schieten, een tirade van een halfuur waarin hij zijn ongezouten mening gaf: ‘De Joden zijn parasieten.’ Dat kregen wij als kind te horen.»

Frieda «Dat kwam hard binnen.»

Blanke suprematie

Koen «Ons gezin was een clan met een patriarch aan het hoofd. Hij ziet er niet uit als een patriarch, daarvoor is hij te mager en te schriel, maar hij was het wel.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven