Het lieve leven en hoe het te lijden: Johny Voners, acteur en Kampioen

© Carmen De Vos

, door (wh)

'Ik word van Aarlen tot Oostende op een dagschotel getrakteerd. Niets aan te doen'

Wat doet 20 jaar strafkamp met een brave beroepsmilitair? Johny Voners geeft ons in de nieuwe VTM-reeks ‘Amigo’s’ zelf het antwoord: in die serie speelt hij de rol van Berten De Nil, een ex-bajesklant die zwijgzaam en dreigend door het beeld wandelt. Je vraagt je af: waarom heeft deze immer met een gebreide pomponmuts uitgeruste brok ingehouden woede vijftien jaar in de bak gezeten? Ik zou, romanticus die ik ben, zeggen: hij heeft, moegetergd, zijn madame in een moment van razernij kapotgemaakt, in stukken gesneden en in zwavelzuur opgelost. Of iets in die smaak. Ha!

Tijd voor de levenslessen van een groot en intuïtief acteur, de immer in een wolk van melancholie en tragiek acterende Johny Voners!

HUMO Je vader was een Tiense slachter en vervoerder van vee. Een harde job?

Johny Voners «Hij moest om 4 uur opstaan om de koeien uit de wei te halen. In de vakantie hielp ik hem. We brachten de beesten naar de grote veemarkt van Ciney, Anderlecht of Sint-Truiden. Later is hij beenhouwer geworden. Het langst heb ik hem gekend als vervoerder van vee en vlees. Hij deed dat in een met houten planken afgeslagen camion. Als hij na een zoveelste vracht weer thuiskwam, diende de binnenruimte afgespoten te worden met koud water, tot alle uitwerpselen weggespoeld waren. Soms reden we naar het slachthuis om er kwartieren te gaan ophalen, één vierde van een koe was dat. Die kwartieren gingen we dan bij de beenhouwers leveren. Na iedere slacht bleef er afval over – lever, maag, hart – dat in een witmetalen emmer werd verzameld. Dat afval bracht ik naar de beenhouwer, die me dan 20 frank gaf. Ik was toen een jaar of 10, 12.»

HUMO Hadden jullie enig gevoel voor het lijden van de te slachten dieren?

Voners «Dat kwam niet in ons op. Het ging om vlees, niet om met gevoel en intelligentie begiftigde dieren. Een beest was een voorwerp, ik dacht er als kind nooit bij na. De vader van mijn vader, mijn bompa dus, hield café naast het slachthuis in Tienen, recht tegenover het voetbalveld van Racing Tienen. Mijn hele jeugd zag ik niets anders dan beestenkoopmannen, slachters en beenhouwers. Als een koe of een stier moest stilstaan, dan sloeg je ze met een stok tussen de horens. Ik heb me nooit afgevraagd of dat pijn deed.»

HUMO Bestond de elektrische prikstok toen al?

Voners «Ja, maar veel gebruik werd er niet van gemaakt. Alleen als een beest echt niet vooruit te branden was, werd die stok bovengehaald. Erg leek het me niet.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
kiest u één van deze opties:

IK KOOP DIT ARTIKEL

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven