De biecht van een inspecteur van de dienst Verwijderingen: 'Als je niet kunt drinken, hoor je er niet bij'

, door (ja) en (sf)

dienst verwijderingen

'Ik weet iets van jou, jij weet iets van mij – wij zwijgen voor elkaar. Zo werkt het'

Inspecteur «Als inspecteur op de dienst Verwijderingen heb je niet zo’n zware taak. Je moet op de hoogte zijn van de wetgeving en de internationale conventies, en je moet menselijk zijn: je moet met een déporté, een illegaal die je terugbrengt, kunnen praten. Hem uitleggen wat hem te wachten staat. Hem vriendelijk overtuigen mee te werken aan zijn eigen uitzetting. Daarvoor heb je empathie nodig, belangstelling voor de andere. Maar moeilijk? Nee, dat is het niet.

»Het is wel een belastende job: met je sociale leven is het afgelopen. Een afspraak maken is bijna onmogelijk. Je reist van hot naar her, de hele wereld rond, en je weet wel wanneer je vertrekt, maar nooit wanneer je terugkeert – er kan altijd iets tussenkomen.

»Als nieuweling pas je je aan de geplogenheden van het vak aan. Je doet wat je denkt te moeten doen, omdat iedereen het doet. Maar na verloop van tijd ga je je wel vragen stellen: ‘Waar ben ik eigenlijk mee bezig?’ Je beseft dat er bepaalde dingen niet kloppen. Je ziet collega’s die er werkelijk álles aan doen om met hun déporté te vertrekken: ze gebruiken geweld tegen ’m of ze kopen ’m om – ze doen alles wat in hun mogelijkheden ligt om toch maar op hun bestemming te raken. Dan denk je: ‘Dit is geen manier van werken, dit kan niet meer.’

»Het probleem is: het heeft niks met hun werk te maken. Ze willen van huis weg zijn, in het buitenland dingen doen die ze thuis niet mogen. Ze willen zich amuseren. Feesten. En op weg naar dat feest is de déporté een stuk handbagage, een noodzakelijk en soms lastig stuk bagage. Zo zien ze dat.

»Het begint al met de voorbereiding op de vlucht: in plaats van hun aandacht ten volle op de noden van de déporté te richten, pluizen ze het dossier uit. Is het hotel naar wens? Zijn de tickets in businessclass geboekt waarmee ze zullen terugvliegen? En ze overleggen waar, in welke clubs en bars, ze plezier zullen maken. Daar zijn ze volledig door in beslag genomen, terwijl ze beter met hun déporté zouden praten. Hij heeft het recht te weten wat ’m te wachten staat. Je hoort hem te informeren, een beetje begrip voor hem te tonen: zorg dragen voor zijn bagage, hem nog een telefoontje laten doen – dat soort kleine dingen. Maar je hebt collega’s die geen twee woorden aan hun déporté vuilmaken. Als hij aan hen wordt overgedragen, fouilleren ze ’m, en daarmee is de kous af.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan