'Honderd jaar eenzaamheid': de klassieker van Gabriel García Márquez wordt 50

, door (nq)

gabriel garcia marquez 1200

'Márquez gaf zijn job op om achttien maanden lang aan zijn klassieker te schrijven'

Het begin: de luisteraars van Radio 1, vermaard om hun meningen, riepen de openingszin van ‘Honderd jaar eenzaamheid’ in 2007 uit tot mooiste aller openingszinnen. Proef er eens van: ‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.’

Het einde: ‘Maar nog voordat hij bij het laatste vers was gekomen, had hij al begrepen dat hij deze kamer nooit meer zou verlaten, want het stond geschreven dat de stad van de spiegels (of spiegelingen) door de wind weggevaagd en uit de herinnering der mensen weggewist zou worden zodra Aureliano Babilonia de perkamenten tot het einde toe ontcijferd had – en dat alles, wat daarin beschreven stond, voor altijd en eeuwig onherhaalbaar was, omdat de geslachten, die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.’ Zou dit dan de langste aller slotzinnen zijn?

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
kiest u één van deze opties:

IK KOOP DIT ARTIKEL

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven