De ouwe rocker in Ricky Gervais: 'David Brent: Life on the Road'

, door (lb)

'Beroemd zijn, dat is zeuren dat je miljoenen krijgt om te doen wat je anders óók het liefst zou doen'

Al houdt zijn uiterlijk Gervais blijkbaar toch bezig, want hij verontschuldigt zich meteen voor zijn jasje: ‘Ik had een leuke sweater moeten aantrekken.’ Wat is er mis met dat jasje? ‘Zo zie ik eruit alsof ik hier niet wil zijn. Dat soort dingen stoort me. Dan zit ik met een vriend op café en zeg ik: ‘Doe die jas uit, het lijkt alsof de avond al voorbij is, doe nou die jas uit!’’

Gervais is hier om zijn nieuwste film te promoten, ‘David Brent: Life on the Road’. Hij zal er nog een jaar of meer zoet mee zijn, zegt hij: eerst in Groot-Brittannië, dan de VS, Canada, Mexico, Zuid-Amerika en de rest van de wereld, en daarna hopelijk een rondje prijzen ophalen. ‘Als je een film of een plaat uitbrengt, is dat als een olietanker: het duurt lang voor de hele zwik tot stilstand komt. Jij ziet het op je tv verschijnen en dan is het weer weg, maar voor mij neemt het twee jaar ervoor en twee jaar erna in beslag.’

‘The Office’ is in meer dan negentig landen te zien geweest, en dan zijn er nog de plaatselijke remakes.

Ricky Gervais «Toch mag je er niet van uitgaan dat iedereen je reeks van vijftien jaar geleden heeft gezien. De meeste mensen kijken níét naar de meeste dingen. Er leven 7 miljard mensen op deze planeet: zelfs als 100 miljoen mensen het hebben gezien, is dat nog maar een heel klein percentage. Je moet het ze dus echt onder de neus schuiven.»

Is de nieuwe film al die publiciteit waard? In de Britse Sunday Times werd hij beschreven als ‘90 lege, teleurstellende, bizarre minuten vol grapjes over gehandicapten en zelfpijperij’. De premisse is dat Brent uit ‘The Office’ nóg lager is gezakt en nu de kost verdient als vertegenwoordiger voor een tamponfabrikant (‘One size fits all – dat had je gedacht!’). Hij besluit al zijn spaargeld in te zetten op één laatste uitspatting: zichzelf tot rockster bombarderen. Hij boekt een paar goeie muzikanten en een tourbus, vindt een paar zalen waar hij terechtkan (allemaal rond het mistroostige Slough, waar ook de reeks zich afspeelde) en gaat de hort op. De film bevat enkele leuke grappen en zelfs een paar goeie songs, maar niet genoeg om anderhalf uur te vullen. En dan heb je het totaal neppe happy end waarbij de muzikanten, die zich aanvankelijk nog per uur lieten betalen om zelfs maar iets te gaan drinken met Brent, plots allemaal tot het besef komen dat ze hem tóch bewonderen en dat hij een geweldige kerel is. Waarom? Hun ommezwaai wordt totaal niet gemotiveerd – de personages zijn nauwelijks ingevuld – maar iemand heeft Gervais duidelijk verteld dat je een feelgoodeinde nodig hebt zodat het publiek opgewekt naar huis kan.

Omdat ik maar beter met een complimentje kan beginnen, zeg ik:

– De songs zijn best te pruimen, vooral die over de Native Americans.

Gervais «Ja, daar komt David Brent weer eens onbedoeld beledigend uit de hoek. Hij wil zo graag politiek correct zijn en heeft ergens opgepikt dat je die term moet gebruiken, maar hij snapt er eigenlijk niks van. Dus gaat hij op Wikipedia wat lezen over de Native Americans en probeert hij in een goed blaadje te komen door er een liedje over te schrijven. Helaas slaat hij de bal lichtjes mis – hij begint over scalperen, wat hij waarschijnlijk uit een western uit de jaren 50 heeft. Net als iedereen hunkert Brent naar erkenning. Er zit een beetje David Brent in elk van ons: iederéén doet weleens te hard zijn best. Dat is eigenlijk zijn enige fout – hij probeert te hard.»

– Heeft de film uw rocksterambities vervuld?

Gervais «O, maar ik zou nooit onder mijn eigen naam een sterzanger willen worden. Als ik ooit een plaat uitbreng – ‘Ricky Gervais Sings the Ballads’ of zo – dan mag je me voor de kop schieten. Niettemin, ironisch personage of niet: je moet maar eens in een uitverkochte Hammersmith Apollo gaan staan met een geweldige band achter je en vierduizend mensen die je parodieteksten meezingen... Het voelt hoe dan ook ongelofelijk. En om parodiesongs te schrijven voor een fictief personage heb je net zo goed echte skills nodig. Maar het is niet zo dat ik via Brent een fantasie uitleef of zo. Toen ik in ‘Ghost Town’ speelde, kwam er toch ook niemand vragen: ‘Aha, je wilt dus tandarts worden?’»

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven