Heleen Debruyne: 'Zaadjes van verwarring'

, door (hd)

Heleen Debruyne: 'Heleen Debruyne'

Er zijn zo van die cafédiscussies die verbazend snel onvermoed hoog oplopen. Zo is er het debat over schrijvers die zich ‘engageren’ – zo noemen we het wanneer ze schrijven over politiek, vluchtelingen, armoede, of andersoortig actueel leed. Ja maar, ja maar, lalt er dan iemand, is kunst niet beter als ze waarlijk vrij is? Nee, schrijvers die de wereld níét in hun werk betrekken, zijn leeg en navelstaarderig, vindt een ander altijd. Of moeten ze niet net op zoek gaan naar ‘het universele’, wat dat ook moge wezen? Levert engagement niet vooral truttige boeken op, geschreven met een pront omhooggestoken vingertje en te lezen met een dichtgeknepen reet?

Feit is dat de Nederlandstalige literatuur zich steeds meer naar de wereld keert. Dat liet Arjen Fortuin noteren, en hij kan het weten: vijftien jaar lang recenseerde hij zich te pletter voor het NRC. Bij een Arnon Grunberg, Tommy Wieringa of Annelies Verbeke sluipt de wereld langzaam hun oeuvre binnen; jongere schrijvers als Hanna Bervoets of Niña Weijers gedragen zich in hun debuten al meteen als halve sociologen, merkt hij.

Ik lees al net zo graag over de navelstaarderige, neurotische hoofdpersoon uit Gunbergs debuut ‘Blauwe maandagen’ als over de goedhartige Senegalese klusjesman uit Verbekes zogenaamd geëngageerde ‘Dertig dagen’. Het doet me vermoeden dat het al dan niet aangaan van een engagement een waardeloze graadmeter is voor literaire kwaliteit. Een betere graadmeter vond ik onlangs op een onverwachte plek – in mijn brievenbus stak een erotische novelle uit 1777, met de prachtige titel ‘Eenmaal, immermeer.’ Dit gebalde stukje erotica, zijn enige literaire werk, zorgde ervoor dat Vivant Denon vooral zou herinnerd worden als schrijver van een pittig verhaaltje, en niet als de baron, diplomaat, schilder, archeoloog en avonturier die hij ook was. In een paar zinnen geperst lijkt de plot een matige deurenkomedie: in de opera ontmoet Madame de T. de jonge verteller, die nogal vergeefs verliefd is op een vriendin van haar. Ze inviteert hem naar haar landgoed, waar hij een saai avondmaal met haar echtgenoot moet doorstaan. Daarna wordt ze helemaal flirterig en sleept ze hem mee door tuinen, prieeltjes en gangen, tot ergens in een geheimzinnige kamer. De volgende dag realiseert hij zich dat Madame de T. hem gebruikt heeft om haar echtgenoot af te leiden van haar minnaar – die waarschijnlijk ook niet weet wat er tussen de verteller en de gravin gebeurd is. Zo plat neergeschreven zegt het niet veel, maar de beschrijvingen roepen een verloren wereld tot leven en de zinnen vibreren van het verlangen. Denon eindigt zijn relaas met een knal:

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven