'Eindeloos ouderschap': het nieuwe taboe

, door (hvt)

ouders 1200
© Stijn Felix

'Je mag als ouder niet zeggen dat blijven zorgen voor je kinderen en kleinkinderen niet altijd even leuk is'

In het appartement van socioloog en schrijver Herman Vuijsje in de Amsterdamse binnenstad verraadt een verzameling dinostickers aan de muur de aanwezigheid van een kleinkind. Met dat nageslacht is het idee voor ‘Eindeloos ouderschap’ ontstaan.

Anneke Groen (journalist) «Herman en ik passen allebei op onze kleinkinderen. Ik heb er zelf drie, en twee kinderen.»

Herman Vuijsje «Ik heb een dochter (de Nederlandse auteur Hagar Peeters, winnares van de Fintro Literatuurprijs 2016, red.). Zij is een alleenstaande moeder met een zoon van 8. Met hen hou ik me best veel bezig. Ik spring op allerlei manieren in. Dat vind ik vanzelfsprekend – ik ben het niet anders gewend.»

Groen «In onze omgeving hebben veel mensen die ervaring. Voor ons boek heb ik er een aantal geïnterviewd.»

Vuijsje «Net als wij vinden ze het ook leuk, al dat oppassen. Onze generatie heeft er de tijd, het geld en de vitaliteit voor. Maar – en daar gaat ‘Eindeloos ouderschap’ over – er is een grensgebied, waar de leukheid overslaat in verplichting. Pas tijdens het schrijven merkten we dat het eigenlijk een taboe is: je mag als ouder niet zeggen dat blijven zorgen voor je kinderen en kleinkinderen niet altijd even leuk is.»

Groen «Dat zagen we vooral op de discussieavond die we over het onderwerp hadden georganiseerd.»

Vuijsje «De discussie wilde maar niet op gang komen. Niemand durfde zijn mond open te doen, maar achteraf vormde zich een kringetje van ouders rond ons, met verhalen en vragen over spanningen en smeulende conflicten met de kinderen. Spanningen met je kinderen zijn gênant, omdat die kinderen tegenwoordig zo ongelofelijk belangrijk zijn. Moeilijkheden gelden als een soort mislukking: ‘Is er iets mis met onze kinderen? Met onszelf?’»

HUMO Was het ouderschap van jullie eigen ouders dan niet eindeloos? Zijn zij niet voor jullie blijven zorgen?

Groen «In de jaren 60 had je nog echt een breuk tussen de generaties. Je ging ook pas de deur uit als je trouwde. Zo heb ik het gedaan, op mijn 22ste. Ik kreeg de uitzet en een naaimachine mee. Dat was gebruikelijk in die tijd. Daarna stopte de financiële bemoeienis van ouders meestal.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven