Ali Akyil, wiens limburgse zoon stierf bij een IS-aanslag in Istanboel: 'We moeten een concert met Clouseau organiseren voor de Fatih-moskee'

, door (ja)

Ali Akyl 1200
© Siska Vandecasteele

'Ik heb hard gewerkt, ik heb niets gepikt, ik heb altijd frieten gegeten. Ik heb mijn zoon hier begraven. Wat kan een mens meer doen?'

Het was hem te veel geworden, zegt Ali Akyil (52) in zijn huis in Houthalen-Oost. Hij moest er met zijn vrouw even tussenuit. Ze zijn veertien dagen naar Mekka geweest om alles te laten bezinken: het verdriet, de verbijstering en de woede die toch langzamerhand bezit van hem dreigde te nemen.

Ali Akyil «Ik ben van Turkse origine, een moslim van geboorte, maar ik woon intussen 25 jaar in Houthalen-Oost. Mijn kameraden zijn voor het merendeel Belgen, Portugezen, Italianen, Spanjaarden, noem maar op. Mekka leek altijd ver weg. Ik dacht: ‘Ik zal er ooit weleens raken.’ Maar nu stelde mijn vrouw het voor en ik heb geen seconde getwijfeld. Ik kon iets goeds voor mijn zoon doen, die kans mocht ik niet laten liggen. Naar Mekka ga je om zo dicht mogelijk bij God te komen. Daar kon ik God vragen mijn zoon in de hemel op te nemen en de wereld rust te schenken.

»Toen mijn zoon nog leefde, waren wij onafscheidelijk. We werkten samen, we maakten grote plannen. Maar nu lijkt mijn leven ontzield, ik zie de zin van de dingen niet meer in: een huis is een hoop bakstenen geworden, een auto een blik metaal. Begrijpt u? God geeft en God neemt, hè. Daarom ga je bidden.»

HUMO U dreef samen met Kerim een kebabzaak in Maasmechelen.

Akyil «Mijn zoon was een slimme jongen, maar helaas leerde hij niet graag (lacht). In zijn jeugd wilde hij niet studeren. ‘Stuur me maar naar het beroeps,’ zei hij. Maar dat weigerde ik: ‘Jij gaat naar het technisch onderwijs.’ Uit respect voor mij heeft hij dat gedaan. Maar op zijn 18de was het op, hij wilde niet meer verder studeren. Hij solliciteerde naar werk. Ik zei: ‘Dan kan hij net zo goed de zaak overnemen.’

»Ik heb hem zaakvoerder gemaakt, maar ik stond hem wel bij op de drukste momenten. Soms botste dat, maar wij waren elkaar waard. Mijn vrouw zegt altijd dat wij twee dezelfden zijn: lang gezicht ’s ochtends, vrolijk gezicht ’s avonds (lacht). Elke dag waren we bezig over wat we later nog samen zouden doen. Hij was van plan om een grote horecazaak te openen. Daarom was hij zelfs nog gaan studeren: vastgoed in avondschool. Hij wist heel precies wat hij wilde, hij kwam voor zijn mening uit, maar als hij het niet eens was met mij, ging hij niet openlijk in discussie. Nee, dan zei hij achteraf, onder vier ogen, wat hij ervan dacht. Dat is mooi, hè. Dan weet je: ‘Die jongen neemt me in bescherming, die jongen houdt van mij.’

»Na zijn dood hebben we zijn laptop geopend. We hebben daar een foto van mij gevonden, met als onderschrift: ‘Papa is mijn idool.’ (Zwijgt) Dat was mijn zoon.»

HUMO Hij was de jongste, hè.

Akyil «Ja, mijn oudste zoon heeft gestudeerd, en mijn dochter ook, maar met Kerim was ik elke dag samen. Als we niet in de zaak stonden, gingen we op stap. Hij was anders, hij had iets uitzonderlijks, iets warms: als hij naar een familiefeest kwam, keek iedereen uit naar zijn komst.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven