Heleen Debruyne: 'Broedmachines'

, door (hd)

Heleen Debruyne: 'Heleen Debruyne'

Lange, veel te warme gewaden moeten dragen. Een gesteven kap die het zicht belemmert. Zoals een non op de foto’s uit het allang vergane West-Vlaanderen van mijn eveneens vergane familie. Omdat machtige mannetjes dat zo beslist hebben. Het is een fantasie waar mijn lichaam sneller op reageert dan mijn geest. Ik voel de kleren schuren, krab aan een ingebeeld jeukje waar de kap zou zitten.

Margaret Atwood gaat in haar onvolprezen dystopie ‘The Handmaid’s Tale’ nog verder. De trefzekerheid van haar pen is bijna kwaadaardig. In het Amerika dat ze schetst, getroffen door terrorisme, milieurampen en verregaande onvruchtbaarheid, heeft een regime van enge mannetjesputters zich een weg naar de macht geschoten en geklauwd. Ze houden het volk mak met een nieuw gefabriceerde religie, gebaseerd op de minst barmhartige passages uit het Oude Testament. Volksverraders – holebi’s, katholieken, joden, moslims, progressieven – gaan er onherroepelijk aan. Tenzij die volksverraders twee werkende eierstokken en een stevige baarmoeder hebben. Dan krijgen ze genade – hun lichamen worden broedmachines, die de staat voor uitsterving moeten behoeden. Gehuld in gewaden en kappen worden ze toegewezen aan de elite van het land. Het zaad van de beste mannen mag niet verloren gaan in hun eigen verdorde vrouwen. Medici monitoren de cyclus van de handmaids nauwlettend. Net voor, tijdens en na de eisprong, moeten ze zich ritueel overgeven aan hun commander, die zich in het bijzijn van zijn echtgenote leegpompt in de schoot van de handmaid. Het hele huishouden is beducht op de eerste tekenen van zwangerschap: vraagt ze al om maandverband? Heeft ze gezwollen borsten? Eet ze wel genoeg? Als het zwanger worden niet lukt, wordt ze afgevoerd. Als ze wel baart, wordt het kind meteen doorgesluisd naar de echtgenote van de commander. De lichamen van die handmaids zijn publiek bezit, ze worden bestudeerd, betast, bezeten. Sommige handmaids leveren hun lichamen met plezier over, hopend op een plekje in één of ander paradijs. Maar voor de wakkeren is het bestaan als broedmachine een hel.

Atwood schreef die duistere fantasie in 1985, maar sinds het oranje gevaar in het Witte Huis zetelt, is er weer een piek in de verkoopscijfers. De Amerikaanse streamingzender Hulu heeft op het boek nu zelfs eens televisiereeks gebaseerd. Mijn vriendinnen en ik moeten nog maar naar de trailer kijken, of we voelen al pijnlijke steken in onze baarmoeder. Onze moeders gaven ons de heilige graal van het feminisme door: lichamelijke zelfbeschikking. Onze lijven zijn van ons, weten we, roepen we. We schieten in een woedekramp als we te weten komen dat de farma-industrie knoeit met bijsluiters, als dokters ons als debielen behandelen, als het oranje gevaar planned parenthood wil afschaffen, als we weer eens iemand horen klagen over een man die zich halverwege de daad uit het condoom heeft gewurmd. Atwood herinnert er ons aan hoe uitzonderlijk dat is. In de geschiedenis van onze soort vormen de laatste vijftig jaar een speldenprikje licht. Maar als het knusse status quo gaat wankelen, waarschuwt Atwood, zijn jullie die felbevochten lichamen zo weer kwijt.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven