Advocaat Johan Platteau verdedigt André Gyselbrecht op het kasteelmoordproces: 'Het is een zeer mooie zaak, hoe tragisch ze ook is'

, door (ab)

johan platteau 1200
© Geert Van de Velde

'In deze zaak heeft iederéén boter op zijn hoofd, de ene al wat meer dan de andere'

Johan Platteau «Vroeger kwamen mijn ouders naar elk assisenproces dat ik pleitte. Mijn vader kwam me achteraf vertellen of ik het goed of slecht gedaan had. Sinds zijn dood blijft mijn moeder thuis. Ze kan er niet tegen als ik de kop van Jut ben. Als je je cliënt verdedigt, moet je vaak tegen de wind in gaan. Je moet dat lastige vraagje stellen dat anderen ongemakkelijk maakt. Ze merkt dan de ergernis in de zaal of hoort de commentaren van andere advocaten. ‘Hij is daar weer!’ Op zulke momenten ziet ze af in mijn plaats: ‘Maar jongen, toch!’ Als ze op het proces van de kasteelmoord had gezeten, en al die uitvallen van collega’s had gezien, had ze het geen vijf minuten uitgehouden.»

Dwarsligger, keikop, pleiter met passie. Zo leerde Vlaanderen Johan Platteau de voorbije jaren kennen als advocaat van André Gyselbrecht, de dorpsdokter uit Ruiselede die terechtstaat voor de moord op zijn schoonzoon Stijn Saelens, de rijke kasteelheer uit Wingene. We ontmoeten Platteau in de kelder van zijn advocatenkabinet in Antwerpen, ingericht om ongestoord aan het dossier van de kasteelmoord te kunnen werken, en met een pingpongtafel om zich op tijd en stond te kunnen afreageren.

Het is de meest interessante zaak uit zijn carrière, vindt hij zelf. En die is nochtans niet min. In de 69 assisenzaken waarin hij optrad voor de beschuldigde, haalde hij veertien vrijspraken. ‘Of vijftien, ik herinner het me niet precies.’ Een even mooi palmares als dat van zijn idool Jef Vermassen, voor wiens pleidooien hij als student spijbelde, en zelfs beter dan Piet Van Eeckhaut, die andere god van hem. Toch bleef Platteau al die jaren een underdog: onbekend bij het grote publiek, een buitenbeentje bij collega’s, een lastpak voor het parket. Een sluwe vos voor wie je maar beter uitkijkt, ook. Dat laatste ontkent hij stellig: ‘Ik heb totaal geen strategisch inzicht, dat is mijn grootste gebrek. Maar ook mijn sterkte. Ik verdedig mijn cliënten altijd uit overtuiging. Ik wil een sterke band met hen, ik wil voelen wat zij voelen, zodat ik hen kan begrijpen en uitleggen waarom ze soms afschuwelijke dingen hebben gedaan. Daarvoor ga ik altijd tot het uiterste. Ik vind mensen verdedigen het mooiste wat er is.’

Pleiten doet hij volgens de oude school, breedvoerig en met veel pathos, en dat leverde hem al tijdens zijn stage als beginnend advocaat drie vrijspraken op rij op. De meest opmerkelijke was die in het assisenproces over de ontvoering van Anthony De Clerck, het 11-jarige zoontje van Beaulieu-baas Jan De Clerck, waar hij de vrijspraak kreeg voor de bewaker van de jongen.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven