Warenhuis van de dood: 50 jaar na de brand in de Innovation

, door (michel bouffioux)

'Mensen die in de diepte springen. Het geluid van hun lichaam dat de grond raakt. Het staat nog allemaal in mijn geheugen gegrift'

Henri Geens (70) was in 1967 een groentje in het brandweerkorps van de stad Brussel. De ramp in de Inno betekende bijna het einde van zijn carrière als brandweerman.

Henri Geens «Toen ik die dag thuiskwam, zei ik tegen mijn ouders: ‘Ik stop ermee. Ik wil geen brandweerman meer zijn.’ De mensen die zichzelf in de diepte gooiden om aan de vlammen te ontsnappen, de lijken op de grond, de frustrerende onmogelijkheid om de winkel binnen te dringen en slachtoffers te redden... Het liet me niet los.

»Uiteindelijk ben ik van mening veranderd. 45 jaar lang ben ik in Brussel brandweerman geweest, maar de brand in de Inno zal het beklijvendste moment uit mijn loopbaan blijven. Ik zie de voorgevel nog altijd voor me: de woeste zee van vlammen achter de ruiten die het oude, door Horta ontworpen gebouw op een gigantische kachel deden lijken, waaruit niemand nog levend kon ontkomen.»

Ook de mensen die aan de vuurpoel ontsnapt zijn, zien de vlammen nog altijd voor zich. Pierre Maerckx (90), de toenmalige chef administratie, zat die dag vast in de keukens van het restaurant op de derde verdieping.

Pierre Maerckx «Ik kwam met een collega uit het zelfbedieningsrestaurant, toen we een witte nevel opmerkten in de hal. Mijn collega, die bij de beveiliging werkte, trok meteen naar de infobalie om te horen wat er gaande was. Meteen daarop ging het licht uit en hoorde ik iemand roepen dat er brand was. Ik wist dat er aan de achterkant een nooduitgang was die uitkwam op een brandtrap, en ik baande me op de tast een weg langs de keukens. Uiteindelijk kwam ik bij een raam dat ik met veel moeite openkreeg, maar waar de trap moest zijn, was er niets. Er waren nog drie of vier andere mensen, onder wie een jonge vrouw van een jaar of 20. We hoorden de brandweersirenes naderbij komen en ze zei me: ‘We zullen hier sterven.’ Ik heb geprobeerd haar wat te kalmeren. Beneden op straat, een meter of tien onder ons, hoorden we mensen roepen dat we zeker niet mochten springen. Hulp was onderweg.

»Zwarte rook drong binnen in de keuken. Het raam waarbij we stonden, bestond uit een vast en een kantelbaar deel en instinctief zette ik me op het onderste, vaste deel, met het hoofd naar buiten gekeerd – als een ruiter op een paard. Ik wist dat ik kon vallen, maar ik was banger van de rook dan van de diepte onder me. Ik zag hoe de jonge vrouw op de grond ging zitten. Toen de rook even later wegtrok, keek ik naar binnen en zag ik dat de anderen allemaal dood waren, vergiftigd en verbrand. De jonge vrouw zat nog altijd op de grond, met een glazige blik. Ik dacht dat ze nog in leven was. Ik praatte met haar en probeerde haar mond vrij te maken, die net als de rest van haar gezicht zwart was van de rook – maar toen ik haar aanraakte, kwam de huid los. Het was te laat.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven