Twintig jaar na zijn dood: Humo herdenkt Herman de Coninck

© Lieve Blancquaert

Lees meer over Herman De Coninck »

Herman de Coninck. Statutair roker – ‘Als tabak kon praten, klonk hij zoals Herman,’ zei Benno Barnard eens – en talentvol drinker: pas na acht Duvels stond hij de volgende ochtend op met een kater.

Hij was weg naar een lezing, in gezelschap van zowat de hele fine fleur van de Neder-Vlaamse literatuur. Hugo Claus, Connie Palmen, Gerrit Komrij, Anna Enquist. Miriam Van hee, Adriaan van Dis. Daar bestaat een mooie zwart-witfoto van. Niets aan de hand, leek het. Mooie voorjaarsdag. Allen poseerden minzaam. Schoolreisje.

Een dag later was hij dood. Anna Enquist, die bij hem was en zijn hand vasthield, schreef: ‘Hij lag heel vredig op de kleine witte stenen van het plaveisel, haast alsof hij ging slapen.’ Op de plek waar hij stierf, vindt men een gedenksteen in mozaïek, met de vermelding van geboorte- en sterfjaar en een gedichtje uit zijn debuutbundel ‘De lenige liefde’:

‘Sprookje

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was.’

Er was eens een man die altijd weemoedig was. Remco Campert dichtte ooit: ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen van poëzie een avondje lachen’.

Sinds De Coninck is dat geworden: een avondje terugdenken aan geluk dat was.

Zijn levensweg liep niet over rozen: vader stierf toen Herman 21 was, eerste vrouw verongelukte, hij scheidde van zijn tweede vrouw. Zijn derde vrouw heette Kristien Hemmerechts en bleef. Met moeite: ‘Net als Lief heb ik geprobeerd om van hem weg te gaan. Het verschil tussen haar en mij is dat het haar gelukt is en mij niet.’

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven