Made in Berlin: muziekverhalen uit het Duitse lab

, door (kt)

berlijn vrijbeeld

1. David Bowie & Iggy Pop

In 1976 meerden David Bowie en Iggy Pop aan in Berlijn, op de vlucht voor verslavingen en demonen, wanhopig op zoek naar ‘A New Career in a New Town’. Eerst laafden ze zich volop aan de decadentie in de fuifstad (‘Er zitten zeven dagen in een week, twee om te feesten, twee om bij te komen, drie voor andere activiteiten,’ zo zei Iggy later), maar gaandeweg kreeg het tweetal toch vaste grond onder de voeten. In de veertien maanden dat ze samenhokten in de Hauptstrasse 155 werden maar liefst vijf klassiekers verwekt en/of geboren: ‘Low’, ‘Heroes’ en ‘Lodger’ (Bowie) en ‘The Idiot’ en ‘Lust for Life’ (Pop).

2. Nick Cave

Toen The Birthday Party, een stelletje punkers (bakermat: Australië) met een voorliefde voor intraveneus ingebrachte substanties, Londen inruilde voor Berlijn, voelde dat als thuiskomen: de drugs waren goedkoop en makkelijk verkrijgbaar; en het klikte met groepen uit de krakersscene – Malaria!, Die Haut, Liaisons Dangereuses en Einstürzende Neubauten. Tijdens een tournee met Die Haut werd Birthday Party-frontman Nick Cave voorgesteld aan die van Neubauten: Cave was onder de indruk van de oerschreeuw die Blixa Bargeld uit z’n strot kon toveren (‘’t Klinkt nauwelijks menselijk, meer als een stervend kind of een kat die gewurgd wordt’) alsook van z’n agressieve gitaarstijl, en als The Birthday Party uiteindelijk implodeert, richten ze samen een nieuwe groep op: The Bad Seeds. Terwijl ze de wereld bestormen met platen als ‘Your Funeral My Trial’ en ‘Tender Prey’ schrijft Cave in de Dresdener Strasse in Kreuzberg aan zijn roman ‘And the Ass Saw the Angel’.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven