Nadine Peeters, vrouw van PVDA-kopman Peter Mertens en districtsraadslid in Antwerpen: 'De vrouw van de bestsellerauteur koopt haar kleren bij Zeeman!'

, door (sdj)

vrijbeeld

'Plots overviel het me: 'Maar wat een fantastische man is dat!' En mooi ook, vind je niet?'

We zitten op het terras van het sociaal verhuurkantoor in Antwerpen waar Nadine Peeters werkt, en we zijn omringd door noeste mannen: ‘Mannen voor de opleiding vrachtwagen- en taxichauffeur,’ zegt ze, terwijl ze hen vriendelijk toelacht. In de omringende gebouwen huizen allemaal organisaties die mensen op allerlei manieren aan een beter leven proberen te helpen. En helpen is waar haar leven om draait. Als tiener al toen ze Ajokar oprichtte, het Antwerps Jongerenkomitee Antiracisme. Op haar 22ste zat ze voor de Beweging voor Sociale Vernieuwing (BSV) in de oppositie in de Antwerpse gemeenteraad en nam ze het op tegen het Vlaams Blok. En nu zit ze voor de PVDA in de districtsraad van Antwerpen. Je komt ze bijna niet meer tegen, maar Peeters is er één: een idealist. Verfrissend!

Nadine Peeters «Ik ben er eigenlijk in gerold. Ik weet nog dat ik de alternatieve boekenbeurs Het Andere Boek bezocht met mijn moeder. De Socialistische Jonge Wacht gaf me daar een folder waarin ze vroeg Nelson Mandela te steunen, die toen nog in de gevangenis zat. Ik werd heel kwaad toen ik die folder las en heb me meteen bij hen aangesloten.»

HUMO Was die woede nog niet eerder gewekt in jou? Op school, bijvoorbeeld?

Peeters «Ik was een heel stil en verlegen meisje, zeker niet iemand die zich manifesteerde. Ik had wel veel vriendjes en vriendinnetjes, hoor. Ik kon goed met mensen omgaan en underdogs konden altijd op mij rekenen. Toen al.»

HUMO Je bent verlegen, maar je zit nu wel in de districtsraad van Antwerpen, en je geeft voordrachten.

Peeters «Dat heb ik ook aan Peter te danken. Hij heeft me geleerd dat mijn verlegenheid en mijn twijfel me niet vals bescheiden mogen maken. Dat je het ook mag zeggen als je iets kunt. Dat dat niet meteen arrogant is. Dat is iets wat ik absoluut niet wilde zijn. Het werd thuis helemaal niet gewaardeerd. ‘Eigen stoef stinkt,’ zei mijn moeder als ik een beetje te enthousiast over mezelf was. Of als ik een verhaal begon met: ‘Ik en mijn vriendin...’, dan zei ze meteen: ‘Mijn vriendin en ik.’ Ik mocht mezelf nooit hoger inschatten dan een ander, was de boodschap. Ze heeft me altijd aangemoedigd, maar die raad heb ik misschien iets te heftig toegepast in mijn leven.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven