'Brussel is een politiek Bokrijk.' De woede na de schandalen: Humo sprak met 6 bekende Brusselaars

, door (tp)

brussel1200

'Brussel zou moeten inzetten op vliegende auto's. En seksrobots. Die zijn uitermate geschikt om agressie in te tomen'

‘Twee soorten clowns’

We beginnen bij Luckas Vander Taelen, die zoals veel goede Brusselaars niet geboren is in Brussel. Vander Taelen was een tijdlang schepen in de gemeente Vorst en is al enige tijd volledig vergroeid met de hoofdstad.

Luckas Vander taelen (muzikant en documentairemaker) «Ik ben geboren in de provinciestad Aalst en spreek nog altijd het dialect, maar ik woon nu toch al veertig jaar in Brussel. Nadat ik er gestudeerd had, ben ik niet meer weggegaan. In 1980 ben ik beginnen te werken bij de Koninklijke Bibliotheek, met een soort nepstatuut. Toen al was Brussel een kleine grootstad, minder internationaal dan vandaag, maar wel een stuk buitenland in België. Door mijn toenmalige vriendin – intussen mijn echtgenote – heb ik Frans leren spreken en de Franse cultuur leren kennen. Tegelijk bleef ik de voordelen van de Vlaamse cultuur genieten. Het was een boeiende tijd, met het begin van Rosas bijvoorbeeld: alle creatieve uitblinkers van vandaag zetten toen hun eerste stappen. Ik stond ertussen en ik keek ernaar. Brussel was gewoon spannender – ís spannender.

»Ik woon nu in Vorst en heb lang in Elsene gewoond, maar na mijn studies woonde ik een tijdje op het Brusselse Sint-Goriksplein. Dat was lang nog niet de hippe wijk van vandaag, maar grof en marginaal: eigenlijk was het de Bronx. Ik heb vechtpartijen meegemaakt van alcoholici en van stadsbendes. De Dansaertstraat was toen een smerige straat, met gewóne winkels (lacht). Ik weet waar Brussel vandaan komt, ik weet dat de stad ongelofelijk is veranderd. Op één ding na: de politieke structuren. En daar word ik stilaan wanhopig van. Ik heb Yvan Mayeur nog zien beginnen als jong gemeenteraadslid.»

HUMO Zou u hem, net als acteur Kris Cuppens doet, als een clown omschrijven?

Vander taelen «Qua clowns heb ik twee fasen meegemaakt. De meest acute fase was die van de burgemeesters Hervé Brouhon en Michel Demaret – bijgenaamd Monsieur Dix Pourcent, naar de commissie die hij gewoonlijk opstreek als hij iets regelde. Dat waren wandelende karikaturen. Ik heb Demaret in actie gezien: toen hij aankwam op het terras van hotel Métropole, werd hij begroet zoals maffiabazen doorgaans begroet worden (lacht). Vrienden van mij wilden ooit een café openen in Brussel en waren bij Demaret op audiëntie gegaan om te horen wat mogelijk was. Op het einde wilde één van die vrienden een visitekaartje afgeven. Die zaten in een enveloppe die hij uit zijn binnenzak haalde, waarop Demaret dacht: ‘Aha, nu komt datgene waarvoor men mij Monsieur Dix Pourcent noemt.’ (lacht) Het einde van die fase kwam met François-Xavier de Donnea, een perfect tweetalige Antwerpenaar. Een stijlbreuk. De Donnea was de degelijkheid zelve. Het enige ambetante was dat het hem ontbrak aan een visie op de stad. Hij woonde in een gated community op het einde van de Louizalaan, l’impasse des milliardaires. Brussel was voor hem niet meer dan het decor dat voorbij het raam gleed wanneer hij door zijn chauffeur van de Louizalaan naar het stadhuis werd gevoerd.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven