De korpschef van Molenbeek, hoofdcommissaris Johan De Becker, neemt afscheid: 'Ik zou hier niet willen wonen'

, door (ab)

Johan De Becker hoofdcommissaris molenbeek
© SASKIA VANDERSTICHELE

'Molenbeek opkuisen vraagt nog minstens tien jaar werk'

‘Daar was het huis van de Abdeslams, ze zijn intussen verhuisd,’ zegt hoofdcommissaris Johan De Becker (56). Hij wijst naar de grijze voordeur met het nummer 30 op het Gemeenteplein van Molenbeek, die twee jaar geleden door camera’s van over de hele wereld werd gefilmd. ‘Mohamed Abrini (de man met het hoedje, red.) woonde net achter de hoek. De achtertuinen van hun woningen grensden bijna aan elkaar.’ En zo kan de commissaris doorgaan. Bijna alle terroristen die hebben meegewerkt aan de aanslagen op 13 november in Parijs en die van 22 maart in Brussel, kwamen uit de driehoek rond het gemeentehuis en het politiecommissariaat in het centrum van Molenbeek. ‘Eerlijk? We hebben het niet zien aankomen. We hadden nooit gedacht dat jongeren die we zelf hebben zien opgroeien, tot zulke verschrikkelijke dingen in staat zouden zijn.’

De aanslagen in Parijs waren het pijnlijkste moment in de vijftien jaar dat Johan De Becker korpschef was van de politiezone Brussel-West, waar Molenbeek onder valt. En er was al niet zoveel positiefs te melden. Hoewel de criminaliteitscijfers onder zijn beleid met 20 procent zijn gedaald, blijven verhalen over no-gozones zijn korps hardnekkig achtervolgen: wijken waar drugsdealers, handtassenrovers en overvallers de regie van de politie hebben overgenomen. Er zijn de herrieschoppers die de politie als de vijand beschouwen en hen met stenen bekogelen, de provocateurs die de naam van de politieman die hen heeft aangehouden op de rolluiken in de winkelstraten spuiten, de jonge drugsdealers die de rook van hun jointjes uitdagend in het gezicht van agenten blazen en hen ‘sale poulet’ noemen.

'Er zijn wijken waar we voor een interventie met minstens twee of drie patrouilles ter plaatse gaan, om elkaar te beschermen'

HUMO Molenbeek is niet de populairste gemeente om politieagent te zijn.

Johan De Becker «Nog altijd niet, nee. We hebben moeite om genoeg kandidaten te vinden. Een jonge agent die hier als nieuweling aankomt, is dikwijls verbaasd en zelfs bang als hij kennismaakt met de straatgewoonten van de jongeren. Kom je ergens met een politiewagen voor een interventie, dan staan er meteen vijftig jongeren rond. Sommigen doen dat uit nieuwsgierigheid, maar er zijn altijd een paar snotneuzen die met blikjes, flessen of stenen beginnen te gooien en onze politiewagens beschadigen. Als we een huiszoeking in het centrum doen, wordt er geroepen en getierd – ‘De politie komt mijn zoon arresteren en hij heeft niets gedaan!’ – tot de buren op straat komen en voor opstootjes zorgen. Ik zeg het nog eens: er zijn géén no-gozones in Molenbeek, maar er zijn wel wijken waar we voor een interventie met minstens twee of drie patrouilles ter plaatse gaan om elkaar te beschermen.»

HUMO Agenten vertelden me dat er soms olie op de weg wordt gegoten om de politiewagens te doen slippen.

De Becker «Dat gebeurt. Vorig jaar zijn twee politiewagens in brand gestoken, omdat drugsbaronnen die in die wijken opereren, willen dat wij er wegblijven. Grote hoeveelheden drugs worden uit Marokko geïmporteerd en hier in de straten verkocht. Dealers hitsen de jongeren op om het de politie moeilijk te maken, zodat hun handel in de wijk kan bloeien. Ze proberen de politie in de val te lokken met valse oproepen, en een paar keer deden ze dat door de weg vol olie te gieten. Ze vernielen ook straatverlichting en knippen de kabels van politiecamera’s door – we hebben die kabels onder de grond moeten leggen. Hoe vindingrijker ze worden, hoe creatiever wij antwoorden moeten verzinnen.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven