Heleen Debruyne: 'Sixpack en bierbuik'

, door (hd)

Heleen Debruyne: 'Sixpack en bierbuik'

In de sportschool zie ik individuen uit kringen die zich anders nooit met de mijne vermengen. De tienerjongens die meer spiermassa meedragen dan eender welke volgroeide vent met wie ik ooit het bed heb gedeeld, bijvoorbeeld. Ze zijn met veel, en ze zijn er vaak. Moeten die jongens geen joints zitten roken op parkbankjes, knullige versierpogingen wagen of, waarom ook niet, in een stinkend half verduisterd kamertje zitten gamen? Ik voel me prematuur bejaard. Toen ik een puber was – nog niet eens zo gek lang geleden – bezweken tenminste alleen meisjes voor de druk van het perfecte lichaam. De jongens gingen soms voetballen, maar nooit heb ik ze betrapt op het vergelijken van sixpacks of het praten over proteïnedrankjes.

De opkomst van de terreur van de spier kun je aflezen aan de lijven in superheldenfilms. De acteur die in 1948 als eerste gestalte gaf aan Superman was weliswaar fit, maar door zijn strakke maillot viel er geen sixpack te zien. Adam West, die in de jaren 60 jarenlang Batman speelde, had een banaal lichaam. ‘Back in my day, we didn’t need molded bodysuits,’ zei hij er later over. Pas in de jaren 80 volstond een stevige kaaklijn niet meer om de rol van superheld te krijgen. De acteurs werden in extreem strakke lycra geperst – daar zie je elke opbolling in doorschemeren. Bovendien gingen mensen toen steeds ferventer aan het fitnessen. Jane Fonda verkocht miljoenen videocassettes. De Superman van Christopher Reeve was dan ook één blok massief. In de jaren 90 liet Kurt Cobain zien dat ook uitgeteerde mannen vrouwen kunnen krijgen. De Spiderman van Tobey Maguire mocht dus weer een beetje sprietig zijn. Maar vandaag zijn de opgepompte helden helemaal terug. De grote studio’s lijken elke maand wel een superheldenfilm uit te kotsen. In alle films zie je griezelig identieke lichamen: belachelijk scherp afgetekende buik-, dij- en armspieren en gewelfde stierennekken. Alsof ze allemaal uit dezelfde fabriek gerold komen.

Of de jongens uit mijn sportschool van superheldenfilms houden, verslaafd zijn aan Instagram waar de perfecte lijven welig tieren, of zich gewoon laten opzwepen door de pompende muziek in de goedkope gyms die plots overal zijn, weet ik niet. Maar de groeiende mode van gesculpteerde mannenlijven is niet onschuldig. De Britse vereniging met de briljante naam Men Get Eating Disorders Too stelde vast dat de laatste tien jaar 70 procent meer mannen in een ziekenhuis werden opgenomen met een eetstoornis. Andere onderzoeken tonen aan dat jonge mannen tegenwoordig bijna even onzeker zijn over hun lichamen als jonge vrouwen. Niet elke groeiende gelijkheid tussen de geslachten valt toe te juichen. ‘Ik vind het slungelige lijf van Kurt Cobain geil,’ wil ik de puffende jongens toeroepen, ‘en ook zo’n klein, harig buikje kan best lekker zijn. Ga bier drinken!’ Al ben ik vast te oud om nog indruk te maken.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven