Heleen Debruyne: 'Heleen Debruyne'

, door (hdb)

Heleen Debruyne: 'Heleen Debruyne'

De mailbox van een lief aanklikken, lezen hoe hij een vriendinnetje verliefd ‘suikertaartje’ noemt – die zeemzoete bijnaam blijkt een grotere aanfluiting dan de verliefdheid. Blijven staren naar de overburen die elkaar tergend traag aan het aaien zijn, halfnaakt. Ik kan het niet laten. Het kan toch geen kwaad, doe ik mezelf geloven, als niemand er van weet? Als ik niets doe met wat ik gezien heb? Ik speel dus dat ik niet weet welke mannen in dat dagboek figureren, dat niemand ‘suikertaartje’ wordt genoemd, ik knik waardig naar de overburen. Wat een mooi moreel omweggetje heb ik verzonnen. Dácht ik.

Tot ik ‘Het voyeursmotel’ las, een eigenaardig boekje van de Amerikaanse journalist Guy Talese. Hij beschrijft daarin het leven van Gerald Foos, een nogal doorsnee-Amerikaan – ware het niet dat hij in de jaren zestig een motel kocht, met als enige doel zijn gasten te begluren. Middels een ingewikkeld systeem van buizen en gaten rustte hij zijn zolder uit als gluurkamer. Daar had hij zicht op een paar kamers waarin hij steevast de aantrekkelijkste gasten te slapen legde. Uren bracht hij daar door, penis en pen in de hand. In zijn dagboeken hield Foos minutieus bij wat er zich tussen de dunne muren van de motelkamers afspeelde. Nogal wat bedroevende seks, zo blijkt, waarbij de vrouwen zelden tot een climax kwamen. De voyeur werd er soms een beetje moedeloos van. De meeste koppels zijn ellendig, samen, liet hij zich ontvallen. De meeste mensen hebben geleerd om de schone schijn op te houden, maar in de beslotenheid van de hotelkamer veranderen ze in grove varkens, maken ze ruzie met hun partner, vegen ze hun vuile handen af aan zijn lakens en aan zijn tapijten, roddelen en liegen ze. In zijn eigen gedrag zag Foos dan weer geen graten. Zolang mensen zich niet bewust zijn van zijn gegluur zijn er geen gevolgen, vindt hij. Er is toch geen schending van de privacy als niemand weet dat die privacy geschonden wordt? Talese citeert ook een vergeten Victoriaanse voyeur, de anonieme schrijver van het vunzige ‘My Secret Life’, die er precies zo over denkt.

Verdorie. Mijn morele omweggetje is blijkbaar al een eeuwigheid een klassieker onder gluurders. Bijna besluit ik voortaan zedig weg te kijken wanneer mijn overburen elkaar weer eens langzaam aaien. Maar dan lees ik dat übervoyeur Foos niet alleen maar misantroop werd van wat hij onder ogen krijgt. De man beschreef homo’s, lesbiennes en interraciale koppels, decennia voor de maatschappij daar klaar voor was. Die koppels hebben oprecht zin in elkaar, en dat kon Foos alleen maar toejuichen. Zelfs voor de stiekeme travestiet of de man die zich in een ponypak liet neuken door zijn partner haalde hij zijn neus niet op. Het leven moet lastig zijn voor wie zo buiten de norm valt, verzuchtte hij alleen maar. Ik weet dat het niet mag. Maar zolang ik mijn oordelen opschort, zal ik blijven gluren.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven