Het glazen plafond van Steven Wilson: 'Ja, ik vind mezelf een groot artiest'

, door (vc)

steven wilson vrijbeeld

'Ja, ik vind mezelf een groot artiest. Ik treed op voor gemiddeld 2.000 mensen per show: dan doe je íéts goed, hè'

Maar waar zou ú Steven Wilson eigenlijk van moeten kennen? Een goede vraag. In bepaalde kringen heeft hij dezelfde status als Thom Yorke, of – misschien een beter voorbeeld – Roger Waters. Dat komt door de groep die hij in de jaren 80 oprichtte: Porcupine Tree, dat begon ergens halfweg de arty metal van Paradise Lost en de progrock van de late Pink Floyd, maar uitgroeide tot een fenomeen op eigen titel. Wilson was de frontman, en één van de meest virtuoze muzikanten in de almaar uitdijende line-up. Het was ook hij die het in 2008 welletjes vond.

Sindsdien is hij soloartiest en trekt hij nog steeds volle zalen. Zo is in september de Royal Albert Hall alweer uitverkocht voor een serie shows, en als hij volgend jaar op tour trekt, dan zijn het zalen van het formaat Ancienne Belgique die volstromen. En toch kan hij zonder moeite anoniem over straat. Zijn platenmaatschappij speelt daar met de release van ‘To the Bone’, zijn vijfde soloplaat, handig op in, met omschrijvingen als ‘de meest succesvolle artiest van Engeland waar je nog nooit van hebt gehoord’ en ‘’s werelds grootste undergroundband’. Maar wat vindt Snappy Steven daar zelf van?

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven