Dossier Adoptie Zonder Grenzen (1): Hoe de zwendel met Rwandese kinderen een gigantisch maatschappelijke puinhoop veroorzaakte

, door (ja) en (ab)

adoptie 1200

'De prijs voor een adoptie liep algauw op tot 130.000 frank per kind. Al waren er koopjes te doen door twee, drie of vier kinderen tegelijk te nemen'

‘Of ik blij ben dat ik geadopteerd ben? Ja en nee. Maar het nee weegt door,’ zegt Pieter K. (31). Hij heeft een jong gezicht, maar de sporen van een jarenlange drankverslaving zijn rond zijn ogen te zien. Hij heeft een rugzak bij zich met daarin enkele broeken en T-shirts, wat ondergoed en zijn adoptiedossier – ‘zijn kostbaarste bezit’ – dat hij eind vorig jaar is gaan ophalen bij Kind en Gezin. In 1991 werd hij op vijfjarige leeftijd via de vzw Zonder Grenzen geadopteerd door het gezin K. in Limburg. Sinds 2007 doolt hij rond zonder vast adres, nadat het tussen hem en zijn adoptieouders fout is gelopen. Soms vindt hij een tijdje onderdak bij vrienden, dan slaapt hij weer een periode in opvangcentra voor daklozen, in portieken en kraakpanden, geregeld ook in een politiecel wegens openbare dronkenschap.

Pieter K. «Ik voelde me al lang slecht in ons gezin. Ik vond dat er een kille afstandelijkheid hing. Toen mijn adoptiebroer Frederik in 2006 zelfmoord pleegde, werden de spanningen onhoudbaar. De bom barstte en ik ben vertrokken. Mijn ouders hebben in totaal vier kinderen geadopteerd uit Rwanda. Ik wil niet ondankbaar klinken, maar ik vond hen niet geschikt als adoptieouders. Eén kind is heel vroeg gestorven door een hartfalen. Met mij en Frederik is het fout gelopen. Alleen mijn jongste broer is goed terechtgekomen.

»Frederik was twee jaar ouder dan ik. Een stille, brave jongen die worstelde met vragen over zijn identiteit en zijn afkomst. Wie waren zijn echte ouders? Waar kwam hij vandaan? Hij heeft maanden in de psychiatrie gezeten, maar dat maakte hem niet beter. Hij voelde een innerlijke leegte. Bij mijn adoptieouders vond hij weinig begrip. ‘Als je het hier niet goed hebt, ga je maar terug,’ was hun standaardantwoord. Frederik ís teruggegaan, in 2005, op een rootsreis die de vzw Zonder Grenzen organiseerde. De reis was heel amateuristisch geregeld. Je werd bij wijze van spreken in je biologische familie ‘gegooid’, zonder psychologische opvang. Frederik vond zijn straatarme familie in Rwanda terug en was overdonderd. Na zijn terugkeer leek hij in shock en ging het snel bergaf met hem. Een jaar later heeft hij zelfmoord gepleegd. In de laatste maanden van zijn leven zat hij boven op zijn kamer en wantrouwde hij iedereen. Mijn ouders lieten hem daar gewoon zitten. Ik zag mijn broer steeds verder wegglijden. Je keek in zijn ogen en het was alsof er niemand was. Maar ze grepen niet in.»

‘We konden niet meer tot Frederik doordringen,’ zegt zijn adoptievader over de laatste maanden van zijn zoon.

Adoptievader «Hij sloot zich in zijn kamer op en kwam er alleen ’s nacht uit om te eten: dan was hij zeker dat we geen pillen in zijn eten zouden mengen. De emotionele impact van de rootsreis heeft een rol gespeeld in zijn zelfdoding, maar dat was niet het enige. Hij worstelde met een identiteitscrisis en had een vorm van psychose. Hij ging naar een psychiater maar weigerde zijn medicijnen nog te nemen. Toen hij terugkwam van zijn familie in Rwanda begon hij geregeld geld op te sturen. Hij voelde zich schuldig over de rijkdom hier. Er was iets geknakt, maar hij praatte daar niet over. Hadden we zijn dood kunnen voorkomen? Ik denk het niet.

»Frederik heeft zelfmoord gepleegd op de laatste dag van het schooljaar. Volgens mij heeft hij bewust gewacht tot zijn broers hun schoolrapport hadden gekregen. Hij wilde ze niet hinderen. ‘Ik ben weg,’ zei hij die ochtend. Hij vertrok op zijn fiets, en we hebben hem niet meer levend teruggezien.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
kiest u één van deze opties:

IK KOOP DIT ARTIKEL

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven