'Radio Gaga': Maisa's gevecht met haar moeder, de drugs en het leven

, door (kt)

1200
Canvas| Bekijk programma-info »

'Toen ik zwanger werd, ben ik onmiddellijk gestopt met drinken. Maar de joints kon ik niet laten'

Hessels en Van Malder krijgen er onder anderen Maisa voor hun microfoon, een jonge Antwerpse die vat probeert te krijgen op haar cannabisverslaving, en tussendoor ook in het reine probeert te komen met haar weinig opwekkende verleden.

Maisa «Ik ben geboren in Tunesië, maar toen ik een jaar oud was, is mijn moeder met mij en haar toenmalige vriend naar België verhuisd – mijn vader heb ik nooit gekend. Veel weet ik niet meer van die vroege jaren, hoogstens dat ik in de kleuterschool plakband op mijn mond kreeg omdat ik te luid tetterde, of dat ik tijdens de vakantie weleens meereed met de man van mijn mama, die vrachtwagenchauffeur was. Tijdens tankpauzes ging ik in die grote chauffeursstoel zitten, en ik sliep in het hok boven in de cabine: het voelde als vakantie (lacht). Verder heb ik vooral slechte herinneringen: ik was helemaal op mezelf aangewezen, mijn mama bekommerde zich nauwelijks om me. Ze strafte me ook voor het minste, en niet alleen met woorden: ze sloeg me vaak. Hoe meer ze me pijn deed, hoe meer streken ik uithaalde. Ik knipte haar lakens stuk, of ik ging uit stelen. We woonden naast een supermarkt, en ik weet nog hoe ik – ik moet een jaar of 5 zijn geweest – iets voor haar moest gaan kopen, en meteen iets voor mezelf meegriste zonder te betalen.»

HUMO Weet je nog wat precies?

Maisa «Chocolade! (lacht)

»Op een ochtend heb ik, na de zoveelste fikse ruzie met mijn moeder, huilend mijn stiefvader aangeklampt: ‘Je moet me helpen, ik kan niet meer.’ Hij had een goeie inborst, maar omdat hij zo vaak weg was, zag hij niet wat er thuis gebeurde. We zijn samen naar de politie gestapt, en ik heb mijn verhaal gedaan. Ze hebben mijn mama erbij gehaald, zij beloofde beterschap, en daarmee was de kous af. Twee weken later waren we terug bij af: roepen, tieren, slaan, noem maar op. Ze liet me vaak alleen thuis, ook ’s nachts. En als ze thuis was, dronk ze en gebruikte ze cocaïne. Ze was dan gewelddadig, en niet alleen tegenover mij. Ik was nog heel jong, maar ik schaamde me voor haar, omdat ik wíst dat normale mensen zich zo niet gedragen. Op mijn achtste heeft iemand van onze buren aan de alarmbel getrokken en ben ik in een opvangcentrum geplaatst, en daarna in een pleeggezin. Dat laatste was leuk: die mensen behandelden me als hun eigen dochter, we gingen op vakantie, en ik had eindelijk een stabiele thuis. Maar na anderhalf jaar moest ik definitief terug naar huis: wóést was ik op de mensen van de pleegzorg. Toen wist ik dat ik niemand kon vertrouwen: ik probeerde de mensen op afstand te houden.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven